Banner

Facing East

The Music of John Coltrane by Jose James & Jef Neve

23 september 2009, AB

Guy Peters - 25 september 2009

De vorige samenwerking van Neve en James – toen ze hoofdact Joan As Police Woman naar verluidt dubbel en dik naar huis speelden – was zo’n éclatant succes dat de AB James de kans gaven zijn lang verhoopte droom, een eerbetoon aan held/jazzicoon John Coltrane, tot uitvoering te brengen. De verwachtingen waren hooggespannen, programmator Kurt Overbergh wist voor het concert aanving al geen blijf met zijn enthousiasme. Grotendeels terecht.

Maar eerst werden de vroege aanwezigen getrakteerd op The World According To John Coltrane (1990), een documentaire die vooral focust op de latere jaren van Coltrane’s leven en het verkennende, experimentele facet van zijn muziek in het bijzonder. Aan de hand van interviews met collega’s en volgelingen (Wayne Shorter, Tommy Flanagan, Jimmy Heath, Rashied Ali, Roscoe Mitchell) en archiefmateriaal wordt een beeld samengesteld dat verklaart waarom de naam Coltrane nog steeds met de nodige eerbied wordt uitgesproken.

Zorgde de combinatie van schijnbaar tegenstrijdige invloeden (het spirituele/religieuze enerzijds, de blues anderzijds) al snel voor een eigen stijl, dan werd die snel nog uitvergroot door Coltrane’s zelfkritiek en nieuwsgierigheid, die ertoe leidde dat hij muziek uit alle uithoeken wilde leren kennen en incorporeren in zijn eigen kunst. De live-uitvoeringen toonden mooi de evolutie, van de eerste experimenten van Giant Steps en "My Favorite Things", via een samenwerking met Eric Dolphy, het donker-elegische "Alabama" en een verschroeiende deconstructie van "Naima" tot de losgeslagen free jazz van de laatste jaren als climax (of anti-climax voor sommigen). Weinig nieuws voor de fans, maar een degelijke introductie tot het nalatenschap.

James en co. verwezen met de ’Om’-mantra aan het begin van het optreden ook naar die spirituele Coltrane, al zou meer aandacht voor de radicale/extreme aspecten vast tot ongemakkelijke reacties geleid hebben bij het publiek. Toch strekt het James ook tot eer niet gekozen te hebben voor een gecommercialiseerde, versimpelde versie van het oeuvre. Het was vanaf de eerste minuut duidelijk dat de liefde voor het oeuvre oprecht was en met respect benaderd werd. Soms had je zelfs het gevoel dat James de virtuoze stemgymnastiek met opzet achterwege liet, alsof hij wilde duidelijk maken dat de meester naar de kroon steken een vergeefse zaak zou zijn.

James’ vocale performance was niet vlekkeloos, maar wel smaakvol. Z’n soulvolle tenor mist de soms harde, bitsige toon van Coltrane’s saxwerk, al was dat geen gemis, aangezien hij werd ondersteund door multi-intrumentalist Michael Campagna, die tenorsax, sopraansax én dwarsfluit speelde, en soms bijna deed vergeten dat je niet naar the real deal aan het kijken was. Ook opmerkelijk: de ritmesectie van Richard Spaven (drums) en Neville Malcolm (bas), die zich beiden lieten opmerken met bijzonder empatisch samenspel, gevoel voor ritme, dosering en blues.

Kers op de taart was overduidelijk Jef Neve, wonderkind van de Kempense klei en de meest gelauwerde Belgische jazzmuzikant sinds de hoogdagen van Toots Thielemans. Wat Neve aanraakt lijkt zowat meteen in goud te veranderen, getuige de extatische reacties van het publiek bij elke solo. Neve, die met z’n gesteven witte boord en gilet nog steeds meer weg heeft van Richard Clayderman dan van een doorgewinterde jazz cat, speelde energiek, zoals we dat van hem gewoon zijn. Nu en dan vormde dat een klein probleem: de man is immers een maniërist die zelden nalaat om barokke tingeltangels in zijn spel te steken en daardoor emotionele impact soms opoffert ten voordele van technisch vernuft en snelheid die neigt naar uitsloverij.

Ook nu stond zijn stijl haaks op de eerder ingetogen performance van James en leek ze soms niet op zijn plaats. Zijn vingervlugge spel was dan wel begeesterd, zijn linkerhand miste soms Coltrane’s donderende drama en zijn rechterhand sloeg hier en daar op hol. Maar: het publiek lustte het wel en de andere muzikanten wisten er met klasse op in te spelen. De moeilijkste Coltrane werd achterwege gelaten, maar toch kreeg je een vrij volledig beeld van diens kunnen. Zo pakte het kwintet uit met een mooi "My Favorite Things", bracht James een charmante kopstemversie van de klassieke ballad "Naima" en een stijlvol "Lush Life" (oorspronkelijk van Billy STrayhorn). Konden niet ontbreken: "Equinox", de song waarmee het allemaal begon voor James, en werk uit Coltrane’s magnum opus A Love Supreme: zowel "Resolution" als "Pursuance" klonken voortreffelijk. Dat de uitvoeringen de onwereldse intensiteit van de originelen misten wordt hen door niemand kwalijk genomen.

Nadat de band de grens van de twee uur overschreden had hadden we het gevoel dat alles gezegd was, en we waren niet altijd zeker of Neve wel de juiste man is om Coltrane te herwerken, maar al bij al was dit een bescheiden tour de force, een sterke collectieve uitvoering en een pluim op de hoed van James, die een geslaagd evenwicht wist te behouden tussen toegankelijkheid en experiment. Coltrane, die drieëntachtig geworden zou zijn op de dag van het concert, zou vast goedkeurend geknikt hebben.

E-mailadres Afdrukken