Banner

DOMINO 09

Jon Hopkins + Fennesz + Jóhann Jóhannsson

8 april 2009, AB

Bart De Ruyck; Mattias Baertsoen - foto's: Tim Broddin - 09 april 2009

Begin april opent de Ancienne Belgique naar jaarlijkse gewoonte zijn deuren voor het Domino festival. Onder de noemer “onderdompelen in de muzikale toekomst” wordt een eclectische schare aan elektronica, postrock en andere alternatieve genres samen onder één dak gebracht. In de grote zaal gaat de eerste van zeven dagen muzikale variatie van start met het drieluik Jon Hopkins, Fennesz en Jóhann Jóhannson.

De minder bekende naam op de affiche, Jon Hopkins, is aangekondigd als het Britse broertje van Jóhann Jóhannsson. Van die vergelijking blijft van bij het begin van zijn set niet veel over: “Light Through The Veins” krijgt een lang uitgesponnen, haast minimale techno intro, als krijgen we een raspaard uit de Kompakt-stal van The Field en Gui Boratto te horen. Verderop tovert de jongeling de meest stevige, en tegelijk de meest melodische nummers uit zijn laptop, met een verscheurende versie van “Vessel” als hoogtepunt. Hier bewijst Hopkins waarom hij de affiche deelt met kleppers als Fennesz en Jóhannsson.

“Rock ‘n’ roll!” zo fluistert Christian Fennesz, de Weense klankenbezweerder, ons voor het optreden met de glimlach in. De man begint dan ook rechttoe rechtaan met een lawine ruis, een laag drones en een scheurende, kolkende gitaargolf in de beste shoegazetraditie. Met de voet stevig aan de pedal, de rechterhand aan de laptop en de linkerhand aan de amp, schept hij helende, gelaagde vertolkingen met een kraakhelder klankpalet. "Glide", het ultieme hoogtepunt van de laatste plaat Black Sea, wordt niet volgens het boekje gespeeld, maar met veel gevoel voor improvisatie: ’s mans gitaar daagt de diep verscholen drone ostentatief uit. Weergaloos! Ook in "The Stone Of Impermanence" laat de Oostenrijker vanavond heel wat ruimte voor variatie. Bij momenten moet je de ogen sluiten om de melodie terug te vinden. Fennesz heeft amper veertig minuten nodig om een diepe indruk na te laten.

Na die zinderende set wordt de volumeknop voor Jóhann Jóhannson fiks teruggeschroefd. De IJslander brengt een heus klassiek strijkerkwartet met zich mee dat moeiteloos de dialoog aangaat met de beheerste laptoptoetsen van de meester zelf. De keurige composities van de afsluiter staan in fel contrast met de improvisatie van Fennesz en Hopkins. Jóhannson houdt zich netjes aan de partituren, wat uiteindelijk een weinig verrassende set tot gevolg heeft; de eerste drie vertolkingen zijn meteen de eerste drie nummers van de laatste schijf Fordlandia, met “Part 1/IBM 1401 Processing Unit” en “The Sun's Gone Dim And The Sky's Turned Black” krijgen we twee nummers uit voorganger IBM 1401, A User's Manual en het bekendste nummer, “Odi Et Amo”, wordt netjes tot de bisronde opgespaard.

De organische wisselwerking tussen de strijkers en de laptop levert weliswaar unheimlich mooie stukjes op, toch zitten we steeds met het gevoel dat het hier voor het strijkerkwartet vooral om een “opdracht” gaat. Er wordt geconcentreerd gemusiceerd en de technische virtuositeit is er, maar een echt beklijvende band met het publiek kan het ensemble moeilijk bereiken met de afgeborstelde nummers. Slechts in opener “Fordlandia” en tijdens de finale van “Melodia (Guidelines For A Propulsion Device Based On Heim's Quantum Theory)” wordt er even in crescendo gegaan. Op die manier is de set van Jóhann Jóhannson een bijzonder mooie, maar niet de meest pakkende afsluiter van deze notabele triptiek.

Desalniettemin brengt Domino dag één een rijke variatie aan geluiden: van het veelzijdige jonge geweld van Jon Hopkins, over het ongebonden gitaargegrom van Fennesz, tot de intieme composities van Jóhann Jóhannson. Tweemaal expressief en éénmaal poëtisch. Het is afwachten of de artiesten de komende dagen voor een even rijk geschakeerd palet aan geluid zorgen.

Jóhann Jóhannsson keert op 31 oktober terug naar ons land. Dan speelt de IJslander op het Music in Mind-festival in Brugge.

E-mailadres Afdrukken