Banner

Adrian Crowley

28 januari 2018, Botanique

Kathy Van Peteghem - foto's: Geert Vandepoele - 29 januari 2018

Met de regelmaat van de klok laat Adrian Crowley van zich horen. Enkele maanden geleden kwam Dark Eyed Messenger uit, een knoert van een plaat. Tijd dus voor een Europese tour.

Crowley is een verhalenverteller en meester in het vinden van het juiste woord op de juiste plaats: hoe abstract en onbegrijpelijk zijn teksten bij een eerste beluistering kunnen klinken; ze kruipen onder je huid en laten je niet meer los. "De mond-tot-mondreclame doet zijn werk", schreven we drie jaar geleden en dat is nog steeds zo. Was de AB Club in 2015 nauwelijks voor één derde gevuld, dan zit de Rotonde in de Botanique nu wel gezellig vol. Het komt de atmosfeer en de intimiteit van het gebeuren alleszins ten goede.

Want ja, Crowley is geen tafelspringer en zal het ook nooit worden, maar hij weet vriend en vijand best wel te charmeren en te overtuigen met zijn podiumprésence. Al begint hij enigszins aarzelend aan "The Wish", toevallig ook het openingsnummer van het laatste album. Gezeten achter zijn keyboard lijkt hij enige problemen te hebben om de juiste sfeervolle effecten te vinden. Maar die aarzeling verdwijnt snel bij “The Ocean” van The Velvet Underground, de enige cover van de avond. En alhoewel Crowley steeds Crowley is, heeft hij toch weinig moeite om een beetje Lou Reed in zijn vertolking te steken.

Gedurende bijna anderhalf uur slaagt de Ier er in om het publiek mee te trekken in zijn universum. Op sommige momenten is het zo stil dat zelf het zachtste zuchtje hoorbaar storend zou werken. Maar het hoeft niet altijd serieus te zijn: Crowley maakt er de gewoonte van zijn toehoorders mee te sleuren in zijn donkere gedachten, maar maakt het luchtiger vooraleer het te zwaar op de hand wordt: hij geeft hier en daar wat duiding of vertelt gewoon een grappige anekdote. Als alleenreizend muzikant heeft hij er waarschijnlijk nog honderden te vertellen.

Op Dark Eyed Messenger is geen gitaar te horen, maar Crowley is ondertussen duidelijk van gedachten veranderd en heeft zijn trouwe metgezel weer omarmd: zowel "Lullaby To A Lost Astronaut" als "Catherine In The Dunes" klinken dreigender en sfeervoller met gitaar dan zonder. En "Silver Birch Tree" wordt helemaal angstaanjagend, enkel en alleen door het herhalen van die ene zin: “So you reach into your apron pocket/And take out a penknife/You kept so sharp” Na een keer klinkt het nog als een fait divers, maar na de vijfde herhaling wordt het pas echt beangstigend.

Voor "Unhappy Seamstress" keert Crowley terug naar zijn keyboard. Het verhaal van het schrijfhok met de onbekende buurvrouw wordt ook elke keer grappiger en Crowley geeft zelf graag toe dat hij er telkens andere dimensies aan toevoegt, de ene al grappiger en onwaarschijnlijker dan de andere.

Wegens het naderen van de curfew wordt de bisronde beperkt tot zestig seconden, maar met het zingen van "I Am A Shy Boy" weet Adrian Crowley perfect zichzelf te duiden. Ja, hij is een introvert die verbazingwekkend genoeg met veel plezier op het podium staat. En hij doet dat goed. We gunnen hem nog wat meer succes, maar niet te veel, want dan gaat de intimiteit misschien verloren.

E-mailadres Afdrukken