Banner

Verbruggen/Dumoulin/Håker Flaten/Wooley 4tet

16 januari 2017, Hot Club Gent

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 17 januari 2018

Een tour organiseren met nog maar één concert op de teller, improvisatoren kunnen dat. Op 14 augustus 2014 speelden Teun Verbruggen, Jozef Dumoulin, Ingebrigt Haker Flaten en Nate Wooley – dan 4/6de van The Bureau Of Atomic Tourism – hun eerste concert op Jazz Middelheim. Goed tweeënhalf jaar later trekken ze de hort op met een weerslag van dat concert - kaPSalon - onder de arm. Tweede stop: Gent.

De concerten werden bovendien gekoppeld aan een mini-expositie, want de vier schilderijen van Wannes Lecompte die gebruikt werden voor de albumhoes en de drie prints die je erbij krijgt, waren ook uitgestald op het podium. De vier werken passen al net zo goed bij de muziek als, pakweg, het werk van Pollock meer dan een halve eeuw geleden bij de muziek van Ornette Coleman paste. Spontane muziek van het moment, verdeeld over twee sets die al even compact waren als die eerste festivalset. Twee keer een klein half uurtje, waarin wel telkens uitgebreid werd duidelijk gemaakt wat een markant zootje dit kwartet eigenlijk is.

Verbruggen was regelmatig z’n ongedurige zelve, nerveus in de weer met z’n compacte kit en een handvol toeters en bellen, inclusief een radiator en een paar plooitafeltjes die er bij betrokken werden. Aan het andere uiteinde van het podium leek Dumoulin regelmatig verzonken in z’n eigen droomwereld, met dwarrelende notenbuiten, repetitieve arpeggio’s en eenzame akkoorden die gescheiden werden door onpeilbare afgronden. Zet daar nog eens Håker Flaten – gevat, krachtig, immer neuriënd – en trompettist Nate Wooley bij, en je hebt een band die eigenlijk niet in staat is om een setje af te werken volgens de regels van de kunst. Daarvoor zijn de individuele afwijkingen te sterk, net als de optelsom van de karakters.

Toch kreeg een attent publiek twee sterk verschillende sets voor de kiezen. Sets waarin zelden werd gekozen voor het recht-voor-de-raapse geweld. Het leek allemaal iets ingetogener dan die eerste vlucht van 2014, of was dat maar schijn? Nu werd misschien wat langer getalmd om het boeltje te laten escaleren, met verkeer dat vrij en abstract was, maar toch een voelbare cohesie kreeg die stilletjes aan de kook gebracht werd. Zo startte het tweede stuk van de eerste set met een parade van onderdrukt gefrommel en gestuiter, pianoklanken die aan het binnenwerk ontlokt werden, en een Wooley die kwebbelde en ruiste en schuurde zoals alleen hij dat kan.

De bassist kneedde de snaren alsof hij een homp klei hanteerde, de trompettist dook al helemaal in de fantasiewereld met demper en dunne staalplaat, wat lichtjes bezorgde en verwonderde blikken opleverde. Heel even ging het lijken op klassieke jazz, met de donkere flair van Miles’ vroege modale experimenten binnen handbereik, maar plots voelde je ook een ontwaakte drive, werd er een kracht ontplooid die op zijn beurt weer afgebouwd en uitgedund werd, tot Dumoulin overbleef met de immense ruimte tussen de noten.

De tweede set was weerbarstig op een heel andere manier: in de kop met staccato stoten van de piano en zeurend strijkstokspel op de bas, en even later met een uitgebreid solerende Wooley die het ook even deed zonder mondstuk. Dat leidde tot een passage die iets had van een semi-industriële, mechanische drone op een woelige ondergrond. Net als op het album was het vooral verschieten bij de storm die Dumoulin ontketende. Code oranje, met handen, nee voorarmen, die genadeloos inbeukten op het ivoor, en weerwerk kregen van onvermoeibaar rondgekletste percussie en het circular breathing gereutel van Wooley. Zo nerveus het boeltje op gang getrokken werd, zo tranceachtig was de slotbeweging, met de voluptueuze arpeggio’s van Dumoulin die op een of andere manier toch klikten met de etherische lijnen van Wooley.

Twee keer een kleine half uurtje, twee keer goed voor muziek in een niemandsland tussen desoriëntatie en herkenning, onstuitbare energie en omfloerste verkenning. Interactie die regelmatig botste en wrong, maar dan op een fascinerende manier die de oren deed spitsen. Niet slecht voor een derde concert.

E-mailadres Afdrukken