Banner

James Farm

17 november 2015, Bijloke

Jan Van Steenbrugge - foto's: Geert Vandepoele - 18 november 2015

Joshua Redman is in de buurt en het lijkt alsof de wind snediger geworden is, alsof de herfst op zijn aansturen enkele tandwielen hoger geschakeld werd. Zelfs de meeuwen en mussen geven de indruk gedesoriënteerd te zijn. Hij heeft Eric Harland, Aaron Parks en Matt Penman mee. James Farm is in town.

James Farm bestaat sinds een 6-tal jaar. In 2011 brachten ze hun eerste cd uit en die viel gigantisch op door z'n poppy grooves, sferische melodieën bovenop machogrooves, en de ongebreidelde bedrevenheid van het inspirerende viertal. Wie dacht dat deze band het bij deze ene cd zou laten, moet eind vorig jaar een gat in zijn plafond gesprongen hebben toen James Farm met City Folk, cd nummer twee, kwam aankloppen.

City Folk kwam er dus eind 2014. We zijn nu bijna een jaar later en eindelijk passeert deze wervelwind langs Gent om die cd te presenteren. Aan de succesformule -- energieke jazz, poptunes, soul -- is niets veranderd. Alleen lijkt er iets meer rock 'n roll aan toegevoegd en zijn de lijnen waarbinnen er gesoleerd wordt vager geworden. Dat een (in dit geval) jazzkwartet toch steeds meer als een collectief van individuen beschouwd wordt, mag ook hier weer blijken wanneer deze band ingeleid wordt. Maar als je kleppers als bassist Matt Penman, pianist Aaron Parks, drummer Eric Harland en saxofonist Joshua Redman huisvest op eenzelfde podium, dan weet je dat elk individu op zich sterk genoeg staat.

Matt Penman maakt snel duidelijk dat het menens is. Met "Two Steps" creëert-ie meteen een wereld waarin testosteron de bodem is van de melodieën die erop groeien. Mannelijke eenvoud is de basis van de song, maar Aaron Parks steekt er dan toch die beklijvende melancholie in die voor een leuke ommezwaai zorgt. Energie zonder de controle te verliezen. Een sterk staaltje vakmanschap waarin elegantie hand in hand gaat met hoekige uithalen naar headbangmuziek (zie Penmans "Aspirin"). "If By Air", een van de weinige songs uit hun eerste plaat, is een lekker funky beest met een lyrisch karakter. Ideaal om het concert volledig mee op gang te trekken. De tweede plaat is rustiger dan het debuut. Geen ophitsende songs à la "Coax" en "Chronos", maar wel iets meer diepgang en ruimte voor elk individu. Zoals op "Unravel", met een eerste gloriemoment voor Matt Penman.

Eenheid primeert, en dat het plezier niet ver zoek is, merken we constant in de interactie tussen de muzikanten. Vooral Harland en Parks weten mekaar voortdurend te jennen en te prikkelen. Dat valt vooral op tijdens Redmans "Unknown": een schijnbaar statisch nummer met een gestage bloei. Een moment om even neder te dalen en te verteren wat er al op ons bord geserveerd werd. Straf hoe Redman steeds weet te gloriëren met een sound die in kleine hoekjes kruipt maar evengoed kan scheuren en pletwalsen.

Dat dit concert veel te kort was. Dat we nu al niet kunnen wachten tot hun derde LP er is. Dat we redelijk overbluft werden en dat we even niets anders meer willen horen. Kunnen horen.

E-mailadres Afdrukken