Banner

Sandrine Verstraete & Christophe Albertijn + Jessika Kenney & Eyvind Kang

30 mei 2013, cc Berchem

Guy Peters - 01 juni 2013

Als de concertreeks New York Jazz Connection de voorbije maanden iets bewees, dan is het wel dat die jazz een veelkoppig beest is dat vele richtingen uit kijkt. Het concert van Jessika Kenney & Eyvind Kang ook onder die jazznoemer indelen gaat misschien wat ver, maar dat het duo een even uniek, zij het wat minder vrij parcours zou uitstippelen als de voorgangers, stond op voorhand al vast.

Gitarist Christophe Albertijn had voor het vierde en laatste van zijn projecten geen muzikant(en) uitgenodigd, maar schrijfster en performanceartieste Sandrine Verstraete. Die lijkt na eerder samenwerken met o.m. Gino Coomans en Erik Heestermans (Sheldon Siegel), Jean De Lacoste en het duo Kris Vanderstraeten en Ivo Machiels goed op weg om de muze van de improvisatiemuzikanten te worden. Als je teksten uit haar recent verschenen debuut r mp (uitgeverij Het Balanseer) hoort, dan wordt ook duidelijk waarom. De beeldende, met wat afgesleten stem verkondigde poëzieregels draaien onvoorspelbare schaduwrondjes rond lijf en unheimlichkeit, een gedroomde omgeving voor improviserende muzikanten.

Verstraete leek vooral te putten uit haar tekst “Hive”, eerder deel van een installatieperformance waarvan foto’s geprojecteerd werden in de foyer. Haar afgemeten, haast monotone voordracht, die zich wars van beperkingen als leestekens als een sinistere vertelling ontrolde, vulde al snel het zaaltje. Albertijn ging ingetogener te werk dan tijdens zijn vorige optredens, nu een keer reactief, de stiltes tussen Verstraetes zinnen aftastend en vullend, en dan eens in de weer met aanzwellende en weer oplossende klanken. Naar het einde kreeg het samenspel een wat kabbelende cadans die de gedachten deed afdwalen, maar de combinatie van deze twee stemmen klonk eigenlijk vanzelfsprekend.

Op hun tweede album The Face of The Earth, verschenen op Stephen O’Malleys Ideologic Organ, brachten zangeres Jessika Kenny en echtgenoot/violist Eyvind Kang muziek waarin oude tradities en moderne technieken, wereldmuziek en avant-garde bij elkaar in de mangel gegooid worden, met soms bedwelmende resultaten. Die combinaties kreeg je ook nu gepresenteerd, al viel op hoe uitgebeend het gros van de perfect uitgetekende composities was, waardoor je tijdens vele ingetogen momenten een speld kon horen vallen en een stevige concentratie een vereiste was om mee te zijn in dit fijnmazige verhaal.

De exotische insteek leek aanvankelijk wat verdrongen naar de achtergrond, met een paar stukken die formeel redelijk rechtlijnig in elkaar staken, en waarin zang en (alt)viool wel bezig leken aan een simultane voordracht. Het was een toonbeeld van timing, gelijke glijdbewegingen en een zo goed als perfecte controle over pitch, maar het voelde nu en dan ook aan als een reeks etudes, met een mathematisch kloppende structuur, maar weinig verhalende kracht. Die nam daarna wel toe, wanneer het duo meer z’n eigen gang kon gaan, Kenny haar imposante bereik iets meer op de voorgrond ging stellen en Kang antwoordde door af te wisselen met pizzicatospel (meteen goed voor een iets meer levendige, speelse insteek) en het gebruik van loops.

De eerste helft, die gescheiden werd van de tweede door een summier en gortdroog woordje uitleg, werd met een gelaagder hoogtepunt afgesloten en zette de weg open voor een meer op de traditie geënte tweede helft. Die was al net zo minimalistisch als de eerste (de setar, die voor een groot stuk bepalend was voor de sfeer van het album, bleef ook hier achterwege), maar toonde al net zozeer dat samenhangende verhaal dat als een klanktapijt rond je gedrapeerd werd, en waarin de kleinste details hun plaats kregen. Dat was niet altijd even spannend, maar wel doordrongen van een innemende elegantie die deze prachtige concertreeks afrondde met een afgewogen uurtje muziek waarin het muzikale meesterschap volledig ten dienste stond van de subtiliteit.

E-mailadres Afdrukken