Banner

Jazz Brugge: Kris Defoort + Francesco Bearzatti Tinissima Quartet + Aldo Romano 4Tet - Complete Communion To Don Cherry

6 oktober 2012, Concertgebouw Brugge

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 07 oktober 2012

Was de (traditionele) jazz op 5 oktober soms zo ver zoek dat we bijna dachten op het verkeerde festival te zitten, dan keerde die terug op het voorplan op Dag 3 van het festival. Met een soloconcert van een echte Bruggeling, een stomend potje Monk-‘n-roll en een hommage aan jazzlegende Don Cherry was dit een dag om naar uit te kijken. Hooggespannen verwachtingen: altijd gevaarlijk.

De soepel tussen avant-garde en mainstream laverende pianist Kris Defoort is een van de sleutelspelers uit de geschiedenis van het W.E.R.F.-label en bijgevolg ook van de jazz in Brugge en ver daarbuiten. Hij nam het eerste album van het label voor z’n rekening, maar recent ook het honderdste (een 3cd box), en schreef tussen die prestaties een behoorlijke indrukwekkende reeks wapenfeiten op z’n conto. Stond hij deze zomer nog op Gent Jazz (waar hij die Lifetime Achievement Sabam Jazz Award - wij vinden dat niet uit - in ontvangst nam) met zijn nieuwe trio, dan deed hij het nu solo. Zoals MC van dienst Roger De Knijf al suggereerde zegt het toekennen van zo’n prijs vaak iets over het uitgerangeerde status van een muzikant, maar dat dit in het geval van Defoort allerminst van toepassing was, werd snel duidelijk.

Het concert bood immers een sterk uitgebalanceerd evenwicht van allerlei centrale elementen uit Defoorts oeuvre en het voelde dan ook aan als een afgelijnde staalkaart van zijn kunnen, met subtiel geboetseerde melodieën vol talmende sustainnoten, breed uitgesponnen, soms haast romantisch aandoende uitwijdingen, die nu en dan richting Keith Jarrett leken uit te gaan, maar ook hoekiger wendingen en allerhande knipoogjes. Zo zat er zowel in het eerste als het tweede stuk, waarvoor Defoort van start ging met subtiel geplukte snaren in de klankkast, een verwijzing naar Ellingtons “Caravan”, maar later ook naar Colemans “Lonely Woman” en deed de geest van Monk z’n intrede.

Dat was nog sterker het geval in het derde stuk, dat startte met hortende en stotende blokken, maar steeds meer ging vloeien, met opduikende en verdwijnende motiefjes. Een vierde, razende stuk, dat van start ging terwijl het publiek nog hevig zat te klappen voor het voorgaande, deed de pianist nog meer in de breedte gaan, met een imposante controle en geinige verwijzingen naar “Misterioso” en “Autumn Leaves”. Slotstuk was een prachtige interpretatie van zijn eigen “Lucky You”. Deze keer dus geen grillig gedoe met computers en/of klassiek, maar het deed deugd om nog eens een franjeloos pianoconcert te zien dat recht naar de essentie ging: mooie muziek maken. Knap.

De Italiaanse rietblazer Francesco Bearzatti maakte twee edities geleden grote indruk aan de zijde van Louis Sclavis. Sindsdien speelde hij ook twee erg enthousiast onthaalde concerten in concertzaal De Werf. Het werd dus uitkijken naar zijn Tinissima Quartet, die de hoofdvogel had afgeschoten voor er een noot gespeeld was. Bovendien zou de band een nieuwe suite spelen, die volledig opgehangen was aan het werk van Thelonious Monk, maar tegelijkertijd een duik in hun eigen rock-‘n-rollverleden betekende. Het had potentieel een knallende performance kunnen worden, maar het erop volgende uur was vooral een van alle verfijning en creativiteit ontdane fitnesssessie die draaide rond vaak goedkope bronvermenging en lompe power.

En begrijp ons niet verkeerd: wij zijn zot van een streepje muzikaal geweld zo nu en dan, maar dan liefst van de getrokken messen-variant die het meent. Bearzatti en trompettist Giovanni Falzone zijn muzikanten met een ruime bagage en ze vullen elkaar goed aan, maar dit samengaan van jazz en rock-‘n-roll was een veel te gemakzuchtige vingeroefening voor muzikanten van dit niveau. Ja, het getuigt soms van avontuurlijkheid als je allerhande klassieke Monkthema’s aan Pink Floyd, AC/DC, The Police, Michael Jackson, David Bowie en Led Zeppelin durft koppelen, maar nu had het vooral iets uit van een flauwe muzikale quiz waar iedereen de antwoorden al op kent. Al zorgde het natuurlijk ook ervoor dat de helft van het publiek elkaar zat aan te porren zodra een nieuwe klassieker de kop opstak.

Wilden we aanvankelijk nog meegaan in hun enthousiasme (dat zeker niet geveinsd leek), dan werd dat gaandeweg steeds moeilijker. De absurde humor van Falzone en de gespierde grooves van de ritmesectie ten spijt, draaide dit concert redelijk snel uit op een bedoening die je al belegen voelde worden terwijl je ernaar luisterde. “Misterioso” dook ook tijdens hun set meerdere keren op en werd zo het thema van de dag, terwijl hun versie van Lou Reeds “Walk On The Wild Side” drie keer te lang uitgemolken werd. Tenslotte kunnen we er ook niet mee lachen dat we het klassieke “Blue Monk” nog een paar maanden zullen associëren met “My Sharona”. Of hoe top en flop dicht bij elkaar kunnen liggen.

Dan heel andere koek met het Aldo Romano 4Tet, dat met zijn ‘Complete Communion To Don Cherry’ ver weg bleef van het rock-‘n-rollpad en zorgde voor het puurste jazzconcert dat er tot nog toe te rapen viel. Nu ja, vijftig jaar geleden zou je met een aantal van deze stukken vooral vijanden gemaakt hebben, maar dit spul ging er nu wel goed in. Romano is dan ook een heel muzikale drummer, die schijnbaar nonchalant wat achter z’n kit zit te rammelen, maar de stukken wel steeds een levendige flow geeft. Met een bassist erbij als Henri Texier, een wandelende garantie op slagen, ben je natuurlijk in goede handen. Diens potige spel, vooral overrompelend sterk in het lage register, maar soms ook gekenmerkt door een jeugdige vingervlugheid, blijft indruk maken.

Door z’n bezetting deed dit kwartet natuurlijk meermaals denken aan het klassieke Ornette Coleman kwartet en de band waarmee Cherry z’n debuutalbum Complete Communion (1965) uitbracht. Een aantal composities werd trouwens uit die plaat gepikt. De veteranen van de ritmesectie kregen daarbij uitstekende ondersteuning van trompettist Fabrizio Bosso en altsaxofoniste Géraldine Laurent, die met sprekend gemak speelden met het thematisch materiaal. Bosso jongleerde met een brede reeks aan technieken en geluiden, gaande van loepzuivere, tot breed pruttelende uithalen, terwijl Laurent soleerde met een opmerkelijk heldere stijl, en dat in alle tempo’s.

Het was een no nonsense-concert, gortdroog en effectief. Dat viel niet alleen op te maken uit het gebrek aan communicatie – als z’n basdrumpedaal het halverwege niet begeven had, dan had Romano misschien geen woord tot het publiek gericht -, maar ook door de strak uitgetekende composities, die flaneerden tussen hardbop, verteerbare freejazz en bewerkte blues. Geen revelatie of vernieuwing, en ook niet zo spannend als gelijkaardige en toch gewaagdere exploten van The Thing of Vandermarks DKV Trio, maar gewoon een steengoede hommage aan een van de architecten van de moderne jazz. Die kunnen er altijd bij.

Na het reguliere avondprogramma was er ook nog een concert van Electric Barbarian in de foyer van het Concertgebouw. De wall of sound die daar werd opgetrokken met strijkers, vette grooves, Bart Maris’ spetterende trompetlijnen, Jozef Dumoulins toetsen en DJ Grazzhoppa’s driftige platengejongleer was indrukwekkend, maar door de agressieve akoestiek van de ruimte ook een aanslag op het gehoor. Graag spoedig herkansing op een andere locatie.

E-mailadres Afdrukken
 
Francesco Bearzatti (Geert Vandepoele)
Jazz Brugge: Kris Defoort + Francesco Bearzatti Tinissima Quartet + Aldo Romano 4Tet - Complete Communion To Don Cherry

Uit ons archief
Banner

TEST