Banner

Jazz Middelheim: Kris Defoort Trio + Night Of The Jazz Guitars feat. Larry Coryell & Philip Catherine + John Zorn, Bill Laswell & Milford Graves

16 augustus 2012, Park Den Brandt

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 17 augustus 2012

Een domper van formaat een dag voor de aftrap: Ornette Coleman moet afzeggen wegens een voedselvergiftiging. Er wordt echter in recordtempo voor een waardig alternatief gezorgd, een die onderstreept dat de organisatie toch nog bereid is om risico’s te nemen. Dat kan natuurlijk op een sisser aflopen, maar zij die erbij waren zagen hoe de band tussen Zorn en het festival nog maar eens versterkt werd. Tijd voor een tweede Live In Middelheim cd?

Maar eerst het Kris Defoort Trio. Het kan momenteel niet op voor de Brugse pianist, die na een paar hectische jaren de Sabam Jazz Award voor gevestigde waarde in ontvangst mocht nemen en met zijn jongste trio op Middelheim mocht staan. Defoort, die met KD’s Basement Party nog de eerste cd van het W.E.R.F.-label op z’n naam mocht schrijven, bracht met dit trio de 100ste release van het label uit. Het is vooral uit dat album dat werd geput voor dit concert, dat van meet af aan de opmerkelijke sound van dit drietal onderstreepte.

De jarenlange ervaring binnen de klassieke en hedendaagse muziek kan Defoort immers niet van zich afschudden. Zijn kristalheldere speelstijl, delicate toucher en voorkeur voor fragiele lyriek blijven dominant. Zijn handen zweven en draaien rondjes boven het ivoor vanaf het kale “Laughin Away”, waarin Nicolas Thys (elektrische bas) en Lander Gyselinck (drums) meteen voor mooie contrasten zorgen, de eerste met een haast dubby stijl, de tweede met pseudo-chaotisch gerommel en verdoken ritmes.

Het intieme, aan Miel Vanattenhoven opgedragen “Le Vent Des Landes”, was een vroeg en emotioneel hoogtepunt en werd knap afgewisseld met stukken die iets meer vuur bevatten. Zo viel er een enkele keer zelfs een flard verstuikte boogie woogie te ontwaren en werd in “Butterfly Chronicles” gevarieerd op een paar simpele ideeën. Hoe knap de meditatieve stijl van de pianist ook is, er werd vooral gepiekt met de iets expressievere stukken, zoals Bud Powell-hommage “Bebop Dreams” en een paar composities waarin Gyselinck zijn verwantschap aan moderne genres kon uitbuiten.

Vette vingerknipjazz was dit niet en wie al in de Zorn-mindset zat miste hier misschien het vrije avontuur, maar het is wel duidelijk dat Defoort zijn eigen koers blijft varen en met de steun van Thys en Gyselinck kompanen gevonden heeft die helpen garanderen dat er steeds nog een uitdaging te wachten staat. De versie van “Walking On The Moon” (The Police) als bisnummer was een beetje overbodig, al maakte het, de aanwezigheid van “Roxanne” op zijn eerste W.E.R.F.-cd indachtig, de cirkel wel rond.

Het Night Of Jazz Guitars-project is genoemd naar een album van vier gitaristen onder leiding van Larry Coryell. Die mag beschouwd worden als een van de pioniers van de jazzrock en was in de vroege jaren van zijn carrière een van de meest spectaculaire jazzgitaristen (luister nog eens naar Herbie Manns Memphis Underground uit 1969 voor bewijs), al ging hij zich later meer toeleggen op de akoestische gitaar en genres die verder verwijderd waren van de rockjazz. Zijn duoplaat Twin House (1976) met Philip Catherine is een klassieker van de jaren zeventig en daarna ging hij Al DiMeola voor in het trio met John McLaughlin en Paco de Lucia.

Het is een beetje jammer dat Coryells naam minder vaak opduikt dan die van zijn generatiegenoten, want de man beschikt over een fenomenale techniek in het spectrum van rock, jazz, swing, folk, exotica én meer, terwijl zijn virtuositeit helemaal niet het afgelikt artificiële heeft van een Di Meola. Ondanks die enorme bagage was dit concert toch niet altijd even boeiend. Met collega’s Helmut Kagerer, Paulo Morello en Andreas Dombert zorgde hij voor een genietbare reeks composities die soms met een merkwaardige onderkoeldheid gebracht werden. Vrij van effectbejag, dat wel, maar ook erg vlak.

Het samenspel zat zorgvuldig in mekaar verweven, met soms haast etherische of exotische stukken en dan weer naar de swing neigende, waarbij Coryell een aanstekelijke gekapte stijl hanteerde, maar het greep zelden bij de lurven. Goed halverwege de set speelde Coryell wel een indrukwekkend solostuk, waarin hij zijn akoestische gitaar een oosterse klank gaf, waardoor hij op het drone-terrein van John Fahey belandde. Het duowerk met Catherine dat erop volgde lag in het verlengde van hun eerdere samenwerking: een beetje swing, een beetje groove, een paar stekels, en vooral standards met gemoedelijke charme.

De overige gitaristen doken weer op voor het einde van het concert. “Als er meer dan twee gitaren zijn, dan moet het scheuren”, zei er eentje naast ons, en hoewel het niet moet daveren, verwacht je inderdaad toch iets meer dan een braaf partijtje. Wat vuurwerk, boven- of onderhuis geknetter. Je zou bijna denken dat de 69-jarige gitarist de ballen kwijtgespeeld was die hij veertig jaar geleden maar al te graag tentoonspreidde. Maar die conclusie zou voorbarig zijn.

John Zorn, Bill Laswell & Milford Graves. Die namen volstaan normaal om zowat alle liefhebbers van klassieke jazz de daver op het lijf te jagen. Als Zorn en Laswell samenkomen, dan leidt dat immers tot spul als Painkiller, terroristenjazz voor noise-freaks. Hoewel de drie in deze bezetting geen enkel album hebben uitgebracht, speelden ze toch al regelmatig samen, en het was vooral een buitenkans om de legendarische percussionist Milford Graves eens aan het werk te zien. En we kiezen bewust niet voor het woord ‘drummer’, want Graves heeft als geen ander de rol van de drummer binnen een ensemble veranderd, door diens rol compleet te herdefiniëren.

Ondanks een relatief kleine discografie kan je Graves moeiteloos hetzelfde belang toedichten als Sunny Murray, Ed Blackwell en Rashied Ali, muzikanten die de klassieke ritmische ondersteuning lieten voor wat ze was en van de drumkit een percussie-instrument maakten dat op dezelfde hoogte als de andere instrumenten kon komen, niet alleen bepalend was voor ritmische mogelijkheden, maar ook pure klankverkenning. Door de dubbele basdrumopstelling verwachtte je razende furie. Die kwam er niet, maar wel een ononderbroken, pulserende golf van percussie, die het concert een hypnotiserend karakter gaf.

Hoewel het zeker geen klassieke jazz was, was het ook geen vervreemdende vrije improvisatie. De drie speelden meesterlijk met spanning en dosering, gaven de stukken én elkaar ademruimte en zorgden ook voor occasionele erupties die zelden hun doel misten. Vooral de redelijk ingetogen rol van Laswell, steevast op de achtergrond met zacht vervormde, galmende basklanken, was opmerkelijk. Zonder gezichtsloos te worden leek hij vooral Zorn en Graves centraal te willen stellen. En die twee speelden van meet af aan op waanzinnig hoog niveau, majestueus en lyrisch in de opener, daarna met meer rumoer (Zorn met dat kenmerkende gesputter en hier en daar jennerige klezmerriedels) en een tribale energie.

De afwezige Ornette Coleman kreeg ook de eer die hem toekwam. Vanuit Graves volks gezang werd toegewerkt naar een exotisch stuk dat overging in Colemans “Mob Job” (ook al te horen op Zorns hyperenergieke Coleman-hommage Spy vs Spy). Iets later passeerde ook het klassieke “Lonely Woman” in een hartscheurende versie die zo verschroeiend intens was dat de tijd even leek stil te staan. Mooi was ook de aandacht voor Graves, die al in Middelheim stond in 1972. “He was such a big hit they invited him back forty years later”, grapte Zorn. “I refuse to give in”, was het antwoord van de percussionist, die vervolgens uitbarstte in een magistrale solo die uitsluitend oerritmes aandeed.

Het stond er al aan te komen (wat stond die gitaar daar anders te doen?), maar het was toch een verrassing om te zien dat Coryell ook op het podium geroepen werd. Die leek aanvankelijk wat onwennig, maar gaf ook al snel het volle pond, samen met Zorn toewerkend naar slingerende spaningsbogen, al ging het dak er pas compleet af in de bisronde, met een gebroken glas-stijl die zowaar de geest van Sonny Sharrock leek op te roepen.

Het was geen concert voor iedereen en heel wat luisteraars dropen het dan ook voortijdig af, maar dit was een alternatief dat uitdraaide op een prachtperformance. Na eerdere glorieuze passages op Middelheim stond het meesterschap van Zorn niet meer ter sprake, maar het bleef een geweldige sensatie om die hooggespannen verwachtingen moeiteloos ingelost te zien worden. Zorn blijft een van de grote artiesten van deze tijd, binnen de jazz en ver daarbuiten. En met dit trio leidde het tot een concert dat, net als de legendarische Masada-passage van 1999, een tweede leven verdient.

E-mailadres Afdrukken
 
Jazz Middelheim: Kris Defoort Trio + Night Of The Jazz Guitars feat. Larry Coryell & Philip Catherine + John Zorn, Bill Laswell & Milford Graves

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST