Banner

Daniel Johnston + Gruff Rhys + The Bony King of Nowhere

Kristof Vande Velde - 17 april 2007


danieljohnston.jpgDraaiende Brazilianen, tralalabands en fragiele harpspeelsters ten spijt, als het Dominofestival dit jaar één grote naam kende, dan was het wel de cultfiguur die hier op het podium stond. En neen, het was niet Gruff Rhys. Het was een 46-jarige Texaan die er twintig jaar ouder uitzag, zijn microfoon bevend vasthield en zijn lyrics las uit zijn tekstenboek.

De behoorlijk jonge Bram Vanparys begon solo aan zijn veertig minuten en bewees met opener 'My Favourite' onmiddellijk waarom The Bony King of Nowhere alom het ene positieve woord na het andere over zich heen krijgt: de man heeft de juiste writing skills te pakken en beschikt over een stem die een zaal moeiteloos stil krijgt. Denk aan het timbre van Devendra Banhart en Sam Beam (Iron & Wine), met af en toe een vleugje van een lage Thom Yorke en zelfs wat Jasper Steverlinck.
Vanaf het tweede nummer nam ook gitariste en pianiste Cleo Janse deel aan het gebeuren, waarbij ze haar zenuwen niet volledig onder controle kreeg, maar daar in haar muzikale rol weinig tot niets van liet merken. Vocaal versterkte ze Vanparys zoals Dawn McCarthey dat bij Will Oldham doet en vooral haar vleugelpiano speelde bij momenten lekker in op het gitaarspel van de frontman. Grappig maar vooral pijnlijk was de gsm tijdens een pianogedeelte van de sterke afsluiter 'Maria'. Had Janse gepauzeerd om haar eigen gsm te nemen en het bericht te lezen, hadden we Little Britain live on stage.

Om een heel andere reden dan The Bony King of Nowhere, kreeg Gruff Rhys, frontman van the Super Furry Animals en sinds 2005 ook solo actief, de zaal eveneens aan zijn lippen. De man is een geboren verteller en slaagde erin met zijn droge humor, excentrieke handelswijze en oprechte, eenvoudige bedoelingen het publiek te charmeren. Voor zich had hij een tafel met de meest gekke, geluidmakende snufjes, waaronder zijn drummer Colin. Naast hem zat Lisa Jen, ook actief op zijn laatste, Candylion, die een nummer als 'Lonesome Words' met haar hoge stem vervolledigde.
Zoals we van Rhys gewend zijn, zong hij zowel in het Welsh als in het Anglo-Amerikaans, zoals hij het uitdrukte. Zelf voelt hij zich beter in zijn moedertaal omdat het natuurlijker is, wat hij op een hilarische wijze probeerde te staven met een Hongaars en een Engelstalig cd-fragment van Sarolta Zalatnay, waarvan de conclusie was dat ze beter bij Hongaars was gebleven. De Welshe folk zoals 'Gyrru Gyrru Gyrru' en het volksdansnummer waarin 'furlala' meerdere keren aan bod kwam, waren eerder grappig dan muzikaal interessant maar wat hij met zijn loop station uit zijn mouw toverde, was wel indrukwekkend. Zo bracht hij een heel tropisch regenwoud tot leven met ter plekke gemaakte vogelgeluiden die elkaar bleven herhalen en barstte de hel los in het slotstuk van 'Cycle of Violence'.

Om de hype Daniel Johnston nog wat aan te wakkeren kon de AB zich op zolder vergapen aan de pakkende documentaire 'The Devil and Daniel Johnston', die de kijker achterliet met een gevoel van medelijden en ontzag tegelijk, een combinatie die ook het hele optreden kenmerkte. In zijn fysieke toestand - Johnston is manisch depressief - is de man niet meer in staat zichzelf langdurig te begeleiden, waardoor enkele 'vrienden' oplossing boden. Het optreden was min of meer op te delen in drie delen: een waar de band Smutfish achter hem stond, een waarin hij zelf zijn gitaar ter hand nam en aan de piano ging zitten en een waar Das Pop, waarvan hij de naam was vergeten, de eer kreeg hem muzikaal te ondersteunen. Of hij het zo had gewild, is ons onbekend, maar vast staat dat deze bands ervoor zorgden dat Johnston bij momenten serieus rockend uit de hoek kwam. Bij opener 'Rock this Town' en 'Rock 'n Roll, EGA', waarbij alle begeleiders samen op het podium stonden, vloog de stoom eraf en was de denderende rock gerechtvaardigd, maar bij andere songs hadden de bands zich iets bescheidener mogen opstellen.
Het gedeelte waarin de Amerikaan alleen op het podium stond, was wellicht het meest dankbare voor het enthousiaste publiek. Het deed een mens iets als hij er 'there's no telling how cruel love can get' en 'all the people laughing and so much pain' zong, waarmee zijn twee belangrijkste thema's zijn samengevat: onbereikbare liefde ('Syrup of Tears', 'Love Not Dead', bisnummer 'True Love Will Find You in the End',...) is het hoofdthema van Johnston en is helemaal terug te brengen op die ene vrouw Laurrie die voor de man steeds een obsessie en muze geweest is. Het andere belangrijke thema is de hardheid van zijn bestaan ('Life in Vain'), waarbij hij onverwacht ook positief uit de hoek kwam, als wilde het voorafgaande leed allemaal goedpraten. Het treffendste voorbeeld hiervan was het sterke 'Living Life'.

Muzikaal was Johnston niet perfect en ook de begeleiding ging niet vrijuit, maar als je die gebroken man met zijn overslaande stem zijn geniale popnummers hoorde brengen, dan wist je dat je naar iets fenomenaals aan het kijken was. Daniel, you are the Beatles.

E-mailadres Afdrukken
 
Daniel Johnston + Gruff Rhys + The Bony King of Nowhere

Uit ons archief
Banner

TEST