Banner

DIT WAS 2009

Das Pop

''In Japan is <i>Das Pop</i> de meest gedraaide plaat... na Bon Jovi''

Joris Peeters - 16 december 2009

De hele maand december blikt goddeau.com terug op het afgelopen jaar met de interviewreeks DIT WAS 2009. Daarin laten we artiesten aan het woord die het jaar maakten of wiens plaat onterecht onopgemerkt de vergetelheid indook.

Een langverwachte en goed onthaalde derde plaat die eindelijk het levenslicht zag, een tournee die startte op de hoofdaders van het nationale clubcircuit en reikt tot in Japan, zes nominaties voor de MIA’s: Bent Van Looy, frontman van Das Pop, mag zich in de handen wrijven als de balans van het voorbije jaar wordt opgemaakt. Met een vliegticket naar Zweden in de ene hand en een gsm in de andere staat hij ons te woord.

enola: Men spreekt altijd van ‘de moeilijke derde plaat’ van een band, maar in jullie geval heeft dat een andere betekenis.
Van Looy: “Bij ons was het net omgekeerd, heb ik de indruk. Het was net de eerste plaat die heel moeilijk was, de derde was eigenlijk gemakkelijk, op muzikaal vlak dan, (cynisch) maar de business er rond duurde dan weer iets langer.”

enola: Heb je ooit gevreesd dat het album er niet meer zou komen? Of was geduld vooral een schone deugd?
Van Looy: “Nee, de plaat was er en het was een goede plaat, dus we wisten dat iemand ze wel zou uitbrengen. We waren wel kieskeurig wie het zou zijn en hoe het zou zijn, dat is de reden waarom het uiteindelijk zo lang geduurd heeft. Voor hetzelfde geld was ze misschien al drie of vier jaar geleden uitgebracht. Maar goed, nu is ze er.”

enola: Hoe belangrijk is de rol van de broers Dewaele als producers geweest?
Van Looy: “Zeer groot. Toen we begonnen met de nummers te schrijven, kwamen ze vaak langs en hebben ze ons erop gewezen dat de ware kracht van Das Pop in het samenspelen lag en de eenvoud van het live spelen. Zo hadden we het natuurlijk nog nooit bekeken. We waren wel op die manier begonnen aan de plaat, maar met de bedoeling om het verder te arrangeren in de studio. Voor hen was het echter al goed zo.”

enola: Was het ook hun beslissing om de synthesizers aan de kant te zetten?
Van Looy: “Ja (lacht), daar waren ze inderdaad vrij streng in.”

enola: Opvallend is het subtiele gebruik van strijkers, in songs als “Underground” of “The Last Thing” vullen ze het nummer op heel uiteenlopende wijze in.
Van Looy: “Dat zal natuurlijk altijd een groot deel van Das Pop blijven, vooral omdat Reinhard (Vanbergen, n.v.d.r.) een extreem goede arrangeur en violist is. Deze keer hebben we die invullingen op een heel juiste manier kunnen gebruiken: gewoon het allerbelangrijkste en voor de rest niets. Omdat de rest van de plaat kaler is, komen de strijkers ook mooier tot hun recht.”

enola: Waarom kreeg de plaat uiteindelijk gewoon de naam Das Pop, terwijl de werktitel (Postcards From) Fuckland was? Om een nieuwe start te benadrukken?
Van Looy: “Exact. Dat Fuckland idee was wel leuk, maar ik moet er nu al de helft van de tijd interviews mee vullen, anders zou dat 100 procent zijn en zo interessant was het nu ook weer niet. Het zijn inderdaad meestal startende bands die een titelloze plaat uitbrengen. Zoals eerder gezegd voelde deze plaat voor ons ook zo gemakkelijk aan als een debuutplaat. Nu nog trouwens. Ik heb nog altijd niet het gevoel dat dit al onze derde plaat is.”

enola: Terwijl de Dewaele’s jullie plaat produceten, deden jullie hetzelfde voor The Hickey Underground. Mooi om te zien hoe kennis en ervaring worden doorgegeven.
Van Looy: “Dat is absoluut waar. David (Dewaele van Soulwax, n.v.d.r.) heeft alles geleerd van Dave Sardy en Chris Goss (twee Amerikaanse muzikanten en producers, n.v.d.r.). In het begin keken wij echt onze ogen uit toen hij ons hielp met “Electronica For Lovers” en nu ook met de nieuwe plaat. Je steekt iedere keer iets op. De gasten van The Hickey Underground kennen we al heel lang en ik was een enorme fan van hun muziek. We hielpen hen eerst een beetje met het vinden van de betere gitaarversterkers, want daar hadden ze geen idee van. Nog later gingen we naar het repetitiekot, om samen een beetje aan de nummers schaven en voor je het weet was de plaat klaar.”

enola: In een interview zei je dat je veel songs onderweg schrijft: op het vliegtuig, op de trein, tijdens een wandeling... Waar en hoe is “Let Me In” tot stand gekomen?
Van Looy: “In Gent, helemaal aan het begin, toen we aan de plaat begonnen. Ik kan helemaal geen gitaar spelen, maar ik had op de rommelmarkt een zwarte akoestisch model gekocht. Het leek een goede deal en je weet maar nooit, dacht ik. Toen ik er op een bepaald moment een beetje zat op te tokkelen, op mijn vreselijk slechte manier, kwam plots “Let Me In”. Het enige nummer ooit waarschijnlijk dat ik op gitaar heb gemaakt. De tekst kwam er vanzelf bij toen ik in Gent door de straten liep, natuurlijk gaat het altijd wel deels over dingen die je zelf hebt meegemaakt.”

enola: De plaat is nu ook uit in Japan en Australië. Wat zijn de verwachtingen daar?
Van Looy: “Ik kreeg vanmorgen een mail, in Japan hebben we op dit moment de tweede meest gedraaide plaat, boven Michael Jackson, Rihanna en wie nog allemaal. Dat is wel grappig. Alleen Bon Jovi wordt meer gedraaid. Bon Jovi is dus de koning, nog steeds (lacht). Hier merk je er niets van, maar de plaat doet het daar heel goed, in januari gaan we er trouwens naartoe.”

enola: Hoe verloopt de tour trouwens?
Van Looy: “Goed, dat is waarvoor de songs gemaakt zijn, om live gespeeld te worden. We voelen ons trouwens zelf ook het best op een podium.

enola: Tijdens de show in Leuven viel het enorme spelplezier inderdaad op. Het moet goed doen om eindelijk de nieuwe nummers live te brengen iedere avond.
Van Looy: “Het Depot in Leuven is wat mij betreft de beste zaal in België, het is nog een zaal met een ziel. De andere zalen zijn bijna allemaal cleane, betonnen dozen. Maar in Leuven is niet alles perfect en daar hou ik wel van. Het was ook een leuk optreden omdat het de eerste week was dat we speelden voor mensen die de plaat al hadden of kenden. Dat maakt een groot verschil. De voorbije vier jaar hebben we hard gewerkt en veel opgetreden maar niemand kende die plaat, tenzij ze die natuurlijk gedownload hadden.’

enola: Dat optreden sloten jullie af met de Sinatra-cover “It Was A Very Good Year”. Mooi, maar waarom speel je “Human Nature” van Michael Jackson nooit live? Prachtige cover!
Van Looy: “Goh (twijfelt)… dat zou ik eigenlijk wel eens kunnen doen, maar dan zit ik op het einde alleen aan de piano, dat is dan weer niet zo sfeervol om af te sluiten. Of misschien net wel? De enige keer dat ik het gespeeld heb, was bij Studio Brussel. Daarna nooit meer.”

enola: Wat zijn de plannen voor de nabije toekomst? Hoe loopt de huidige tour nog?
Van Looy: “We spelen nog enkele concerten in Zweden en Engeland. Vanaf eind januari trekken we naar Japan en daarna terug naar Europa, tot na de zomer ongeveer. Het merendeel van de concerten komt dus nog in 2010.”

enola: En daarna weer de studio in?
Van Looy: “Inderdaad. Ik ben trouwens benieuwd, want het is heel lang geleden dat we nog nieuwe nummers gemaakt hebben. Geen idee welke kant het uitgaat en of het nog lukt, we zullen wel zien. Maar de zin is er in ieder geval, ik denk niet dat we nog eens zo lang kunnen en willen wachten met een nieuwe plaat.”

enola: Aan het artwork van Das Pop is heel wat aandacht besteed en jullie brengen ook een Das Pop kledinglijn uit bij Mont St. Michel. Wil je een bepaald visueel imago neerzetten?
Van Looy: “Dat is iets dat automatisch gebeurt. Het visuele is bijna even belangrijk als het auditieve. Bovendien beïnvloeden mode en popmuziek elkaar bijna constant. Het is dus een vrij normale evolutie denk ik.”

enola: Hoe zijn jullie trouwens bij Mont St. Michel terecht gekomen?
Van Looy: “Ik heb die mensen ontmoet in Parijs. Ze maakten alleen maar vrouwenkledij, die ik super mooi vond maar natuurlijk zelf niet kon dragen. Ze wilden wel eens een mannencollectie maken als Das Pop meedeed, wat wij wel zagen zitten. We gaan trouwens ook verder werken voor komende zomer en winter.”

enola: Moet ik me jullie dan voorstellen tussen de patronen en de breinaalden?
Van Looy: “Nee nee, de eigenaars wonen in een kasteel in Bretagne, waar we dan een paar dagen naartoe gaan. Ze hebben een enorm archief, want het merk bestaat al een honderdtal jaar. In dat archief vinden we dan leuke motieven die we combineren met meer hedendaagse modellen. Gelukkig moeten wij ons niet bezig houden met de technische en productionele details. We waken er wel over dat het geheel klopt en spannend is. In elke collectie zitten een paar sterke stukken die misschien wat avontuurlijker zijn, maar ook belangrijk voor de kledinglijn.

enola: Een tijd terug lazen we op Twitter: Never buy music online when tipsy, kids. Wat heb je gekocht?
Van Looy: (lacht) “Dingen die ik anders nooit zou kopen. Een stuk of vier heel slechte Billy Joel platen, echt niet de beste en dan nog wat van de Noorse discozangers Annie. Die avond moet ik gedacht hebben ‘waarom heb ik die hele plaat nooit gekocht? Prachtig!’ De volgende dag dacht ik ‘hm, toch liever niet’, maar toen was het te laat natuurlijk.”

enola: Tot slot, heb je nog een eindejaarsboodschap voor de lezers van goddeau?
Van Looy: “Ze moeten zich afvragen of ze de weg naar de platenwinkel nog wel zouden terugvinden. Al denk ik de lezers van goddeau nu toevallig wel (lacht).”

E-mailadres Afdrukken