Banner

Dälek

''Onder het oppervlak is alles smerig en rauw''

Guy Peters - foto's: Evy Ottermans - 11 juli 2007

Wie een plaat van Dälek hoort, zal dat niet licht vergeten, en dat geldt evenzeer voor wie ze aan het werk ziet. Aardig wat hiphopcrews gingen al lelijk op hun bek op een podium, maar niet zo met deze zwaargewichten. Dälek live zien is een ervaring die qua intensiteit zelfs door weinig rockbands kan worden geëvenaard.

Als u nog geen plannen hebt voor 14 juli 2007 en geen zin hebt om af te zakken naar Herk-de-Stad (Rock Herk) of het Blue Note Records Festival (Gent), dan is het Waalse Dour the place to be. De donkerste hiphopcrew van het moment zal er onder de naam Griots & Gods immers de strijd aanbinden met The Young Gods, één van de grondleggers van de Europese industrial. Dat het voor vuurwerk zal zorgen staat nu al vast. Wij zagen de band een paar maanden geleden aan het werk in de Molenbeekse Vaartkapoen. Even voor het duo de zaal zou pletwalsen met een overdonderende soundtrack bij het einde van de wereld (of toch een fors stuk ervan) spraken we met frontman/mc Dälek.

enola: Abandoned Language werd niet opgenomen met DJ Still. Vanwaar nog maar eens een nieuwe line-up?
Dälek: "Eigenlijk was Still al de tweede waar we mee hadden samengewerkt. We zijn al goed op weg om zo’n beetje de weg van The Melvins op te gaan: zij wisselen van bassist, wij van dj. (lacht) Maar waarom? Het werkte gewoon niet meer, het toeren werd meer een last dan iets om naar uit te kijken. Het grappige was dat veel mensen ons kwamen vragen hoe het nu verder zou gaan, maar dat is op geen enkel moment een probleem geweest, want Still schreef nooit mee aan de songs, dat was altijd het werk van mij en Oktopus. Voor deze plaat hebben we Rob Swift van X-ecutioners en Motiv aan boord gehaald."
enola: Heb je dezelfde manier van werken kunnen hanteren?
Dälek: "Met Rob liep het meteen van een leien dakje. We namen contact met hem op, vroegen of hij het zag zitten, en voor we het wisten deden we onze ideeën uit de doeken en vertelden we hem hoe we zijn rol binnen de band zagen. We gaven hem wat ideeën voor samples en meteen bracht hij zelf ook ideeën aan, dus voor we het wisten waren we aan het samenwerken. Na een paar weken kwam hij met volledig uitgewerkte tracks op de proppen en als ik daar nog iets op aan te merken had, dan had hij het ’s anderendaags al opgelost. Het was een echt plezier met zo’n gedreven kerel te kunnen samenwerken."

enola: Zit er eigenlijk een bedoelde thematische eenheid in de plaat? Voor iemand die het Engels niet als moedertaal heeft, blijft het een karwei om jullie platen te ontleden.
Dälek: "Vreemd dat je dat zegt, want ik vind dat dit onze meest directe plaat is wat lyrics betreft."
enola: Misschien heeft het ermee te maken dat de plaat verschillende stukken bevat waar de tekst letterlijk weggemoffeld is onder effecten?
Dälek: "Mja, kan wel. We hebben inderdaad veel gewerkt met verschillende lagen tekst over elkaar, en vaak met heel wat effecten erop. In het verleden waren het gewoon één, twee of drie lagen, terwijl er nu wel momenten zijn dat verschillende personen tegelijkertijd met mij teksten ophoesten in de refreinen. Als ik het alleen was, dan ging het vaak om zes of zeven lagen, waarvan sommige onvervormd bleven, maar andere weer vol effecten zaten. Tijdens het openingsnummer van de plaat kan je eigenlijk al de technieken al horen die in de loop van het album gebruikt worden.

enola: Zijn jullie begonnen met een centraal thema, een geluid of vanuit een kernsong?
Dälek: "We zijn eigenlijk al met deze plaat gestart rond het moment dat we aan Absence begonnen. Ergens in 2004 zijn ze simultaan op gang gebracht. Natuurlijk hebben we ons dan eerst beziggehouden met Absence, maar we wisten meteen dat de twee albums heel verschillend zouden worden. Voor een groot stuk is Abandoned Language ook ontstaan uit een groep songs die niet werkten in de context van Absence. De dingen die ons wel lagen hebben we dan opzij gehouden tot we tijd hadden om er verder aan te werken. We wisten toen ook dat het niet nog eens een plaat zou worden vol gitaarfeedback, dat hadden we wel gehad. Snel werd duidelijk dat we wilden werken met andere instrumenten, met meer getemperde stukken: Rhodes, mellotron, live ingespeelde strijkerspartijen, blaasinstrumenten. Het is nog altijd een geluidsdeken, maar deze keer zijn we veel beheerster te werk gegaan."

enola: Wiens idee was de instrumentale nachtmerrie "Lynch?"
Dälek: "Sommige basic tracks waren van mij en andere waren van Oktopus, dat was een echte creatieve samenwerking tussen ons en de kerels die zorgden voor de strijkers."
enola: Is de titel een verwijzing naar de regisseur?
Dälek: Ja en neen. Het is natuurlijk wel wat beïnvloed door zijn filmstijl, die creepy aanpak met de duistere ondertoon. Tegelijkertijd is de song voor mij ook zo expressief dat het best gezien kan worden als een geluidstegenhanger van een lynching. Daar is het alleszins duister genoeg voor, denk ik."
"Maar het is dus niet met opzet zo gedaan. Het is niet zo dat we naar zijn films hebben zitten kijken en hebben beslist onze versie van die stijl te maken. Maar als mensen ons vragen hoe de plaat klinkt, welke sfeer we willen creëren, dan is de parallel met de films wel een redelijk accurate. Aan de oppervlakte lijkt het misschien allemaal conventioneel, maar hoe dieper je graaft, hoe dichter je bij de kern van de zaak komt. Onder het oppervlak is alles smerig en rauw. Vanop een afstand is deze plaat onze meest toegankelijke: zeker niet zo lawaaierig als From Filthy Tongue Of Gods And Griots en Absence, met iets prominentere zang. De geluiden zijn iets "mooier", het geheel is een pak minder confronterend. Onder al die lagen vernis is natuurlijk nog steeds vanalles gaande."

enola: En live? Is dat veranderd?
Dälek: "Oh ja, enorm. We hebben al veel plezier gehad met het spelen met verschillende line-ups. We hebben een tour gedaan die begon in Zwitserland, en dat was met een gitarist, een keyboardspeler, Oktopus op sampler en computer, en mezelf. In de Verenigde Staten hebben we ons echt kunnen laten gaan: in New York deden we een show met backing vocals en een live-dj. We zouden nog veel meer met verschillende ensembles willen experimenteren, maar dat is natuurlijk niet altijd mogelijk. Deze tournee is het Oktopus, een gitarist en ik. Maar ik kijk nu al uit naar een aantal shows die we gaan doen met de Italiaanse band Zu, waardoor we kunnen optreden met een saxofonist. Dat is het voordeel van deze plaat: ze leent zich ertoe om op die manier te experimenteren, wat niet het geval was met onze vorige muziek. En dat maakt toeren een pak aantrekkelijker."

enola: Jullie publiek lijkt toch voor een groot stuk te bestaan uit fans van luide, extreme en experimentele muziek. Hoe zit dat in de Verenigde Staten, waar de hiphoptraditie toch een pak belangrijker en groter is?
Dälek: "Mja, het is soms wat vreemd. We hebben met de meest uiteenlopende bands opgetreden, van Grandmaster Flash, KRS-One en De La Soul, tot The Melvins, Isis en Fantômas. Je komt bijgevolg dan ook allerlei volk tegen op onze optredens: hiphopfans, rockers, fans van geflipt gedoe. Ik denk dat we zeker interessante fans hebben. (lacht) Het leuke eraan is dat we soms volk aantrekken dat tien jaar geleden ook naar ons kwam kijken. Het is echt leuk om te weten dat ze je blijven volgen en appreciëren."
enola: Zitten jullie in de US eigenlijk in een scene? Ik heb eerlijk gezegd nog geen enkele band gehoord die jullie geluid benadert.
Dälek: "De laatste tijd hebben we wel een paar keer te horen gekregen dat we een aantal mensen hebben geïnspireerd, of ertoe hebben aangezet om ook muziek te gaan maken. Dat is natuurlijk een enorm compliment, al ga je je daardoor ook oud voelen. (lacht) Maar we behoorden nooit tot een of andere scene. Toen wij begonnen samen te werken was er nog geen sprake van de underground-hiphopscene zoals we die nu kennen. We hebben in die scene wel vrienden, zoals Mike Ladd, maar ik denk dat we gewoon te vroeg waren om ergens bij te kunnen horen. We zijn nu al een tiental jaar bezig, en de pers probeert ons nog steeds vast te pinnen op een scene, een geluid of een stijl. We zijn triphop geweest, metal-hiphop, industrial hiphop etc. Uiteindelijk maakt het me niet uit hoor, ze mogen ons eender welk etiket proberen op te plakken. Voor mij is het uiteindelijk gewoon hiphop. Het is niet omdat het niet klinkt zoals andere bands dat het geen hiphop kan zijn. Dit is onze interpretatie ervan. Maar het is wel grappig dat ze ons hebben proberen te linken aan zowat elk nichegenre dat de laatste jaren aan bod is gekomen."

enola: Ik heb de indruk dat hiphop de voorbije twintig jaar het parcours van de pop en rock twee decennia ervoor heeft gevolgd. Bij de explosie gaan populariteit en innovatie hand in hand, met bands als Run DMC, Public Enemy en Digital Underground, terwijl daarna het kloppende hart en het experiment richting marge verschuiven. Zie jij dat ook zo?
Dälek: "Wel ja, maar dat is een normale evolutie. De hiphop die je nu op tv ziet komt uit een heel andere situatie. Net als de pop/rock is hiphop intussen opgekocht door de industrie. De artiesten die je constant op tv ziet zijn de artiesten waar hopen dollars in geïnvesteerd worden. Omdat dit het beeld is dat veel mensen hebben van hiphop, betekent het nog niet dat die andere bands er niet zijn. En ik heb eigenlijk niet echt een probleem met die situatie. Er zijn heel wat undergroundartiesten die geen goed woord veil hebben voor mainstream hiphop. Heel wat van die muziek is van zijn tijd en plaats, maar er zijn best wel een aantal bekende namen die waardevolle dingen uitbrengen. Mainstream hiphop klinkt zeker prima in een stripclub. (lacht) Maar daarbuiten wil ik het soms gewoon niet horen. Het grootste probleem dat ik heb, is dat de vertegenwoordiging van al de verschillende stijlen verdwenen lijkt. De dag van vandaag krijg je als onbewuste kijker maar een fragment te zien. Hiphop is nog altijd veel ruimer dan dat. Mainstream hiphop is een wezenlijk deel van de hiphopcultuur, maar het is niet alles. Ik ken helemaal niet veel hiphoppers die in een kast van een villa wonen hoor." (lacht)
enola: Stoort het je dat de aanschaf van een villa en een Bentley door velen als een doel wordt voorgesteld?
Dälek: "Mja, je kan dan ook terugkeren naar de glamrock en stadionbands. Populaire muziek gaat nu eenmaal vaak over glamour en succes. Dat verandert niet zomaar. Wat tachtig keer per dag op tv komt is niet waar ik mee ben opgegroeid, maar weet je ... je bekijkt het vanop een afstand en lacht er eens mee. Echte muziekfans weten goed genoeg dat ze niet zomaar moeten aanvaarden wat MTV zegt en toont. MTV is nooit representatief geweest, voor geen enkele stijl."

enola: Naar wat voor muziek luister jij zoal? Geen haar op m’n hoofd gelooft dat jij enkel hiphop draait als je in je zetel hangt.
Dälek: (lacht) "Tuurlijk niet. Na een optreden word ik vaak benaderd door mensen die dan verbaasd zijn omdat ik zo makkelijk aan te spreken ben. Alsof ik naast het podium ben zoals ik erop ben. Als ik in het echte leven zo kwaad zou zijn als ik op het podium ben, waarom dan nog ademen? (lacht) De muziek zorgt ervoor dat ik mijn frustratie en kwaadheid kan uiten, zodat ik de rest van de dag normaal kan zijn. Maar voor de rest luister ik naar heel uiteenlopende dingen. Vandaag was het soft spul als Iron & Wine, Bonnie "Prince" Billy, D’Angelo en J Dilla. Op de iPod gaat het van Hendrix tot Jay-Z en terug via omwegen."
enola: En literatuur?
Dälek: "Ik heb niet de kans om zoveel te lezen als ik zou willen. Op tournee heb ik vooral behoefte aan goede verhalen, zodat ik af en toe kan ontsnappen aan al het gedoe. Momenteel ben ik bezig aan The Devil In The White City, een boek over de wereldtentoonstelling van Chicago aan het einde van de 19e eeuw. Ik ben er alleszins van overtuigd dat je op de een of andere manier beïnvloed wordt door alles dat je in je opneemt, of het nu gaat om boeken, muziek, of films. Mensen vragen me wel eens waar ik m’n inspiratie vandaan haal en het antwoord is heel simpel: door te leven."

Dälek speelt op 14 juli op Dour samen met Griots & Gods feat. The Young Gods.

E-mailadres Afdrukken