Banner

Blood Red Shoes

Het is zo verdomd moeilijk om in deze band te zitten

Philippe Nuyts - 24 april 2019

Dat de klad erin zat, na tien jaar onafgebroken touren-plaat maken-touren. Om dan tot de pijnlijke vaststelling te komen dat niemand écht op nieuw werk zat te wachten. Het overkwam Laura-Mary Carter en Steven Ansell, waarbij ze verwijten naar elkaar toe ook niet schuwden. Fierheid won het echter van gelatenheid: ze zochten weer toenadering tot elkaar, zochten een nieuwe entourage die wél geloofde in de relevantie van deze band en zochten vooral muzikaal nieuwe wegen. Het eindresultaat is Get Tragic, een dijk van een plaat die Blood Red Shoes daadwerkelijk herlanceert in een wolk van elektronica en groove die de riffs waarmee ze groot werden vervangen. Een tour de force zonder meer.

enola: Jullie hadden het jezelf echter veel makkelijker kunnen maken door gewoon back to basics te gaan, een Box Of Secrets 2.0 te maken in lijn met jullie debuut en gewoon weer te knallen.
Steven Ansell (drums/zang): “Ja, maar dan zouden we helemaal geen reden van bestaan meer hebben. En dat was een must voor ons om weer samen te komen en een nieuwe plaat te maken: hebben we nog recht van bestaan, kunnen we onszelf verrijken?”
Laura-Mary Carter (gitaar/zang): “Inderdaad. We hebben de afgelopen jaren ook gebruikt om beter te worden op alle gebieden. Zoals zingen bijvoorbeeld. Ik voelde echt dat ik daarin moest verbeteren. Ik begon solo wat te priegelen op mijn gitaar, en dat klonk tot mijn verbazing meer country. Hierdoor begon ik met mijn stem ook andere dingen te zingen die ik daarvoor niet deed, of dacht niet te kunnen. Op onze vorige platen zongen we vaak samen, waardoor we nooit de ruimte hadden om onze stemmen te ontdekken. Het moest samen gewoon goed klinken, op dezelfde toon blijven, los van de stijl an sich. En toen we even uit elkaar waren, ontdekte ik mijn “echte stem” die ik tot dan toe nog nooit had kunnen laten horen in deze band. Ik moet er nog steeds aan blijven werken, maar nu heb ik tenminste het vertrouwen.”
Ansell: “En dat geldt ook voor mij. Toen we een tijd lang uit elkaar waren, ontdekte ik ook andere kleuren in mijn stem. Ik moest niet altijd de juiste toonaard van de muziek nazingen, ontdekte ik. En vooral: als je meer vrijheid geniet in hoe je zingt, wordt het makkelijker om over persoonlijke zaken te zingen. Op een meer open en kwetsbare manier. En zeker terwijl ik aan het drummen ben. Ik heb nu niet meer de neiging om van elk nummer een punknummer te maken en “Fuck everyone” te roepen (lacht).”

enola: Deze plaat schreeuwt op vele gebieden uit dat jullie het compleet anders hebben aangepakt deze keer.
Ansell: “Weet je… (denkt na). Voor de vorige platen schreven we elf of twaalf nummers, namen ze op en brachten ze uit. Weet je dat “Elijah”, het laatste nummer op deze plaat, het eerste van deze plaat is dat we geschreven hebben vier jaar geleden, en dat dat hier was (de Botanique, waar ze diezelfde avond van het interview begin februari speelden, (pn))?”
Carter: “Ja! Ik weet het nog goed. Tijdens de soundcheck speelde ik plots de rif, Steven drumde mee, en we porden elkaar aan om het ’s avonds daadwerkelijk te spelen. Maar toch twijfelden we, omdat het zo traag was, en we eigenlijk nooit zo traag speelden. Dan besef je meteen ook dat je muziek eigenlijk een formule geworden is.”
Ansell: ““Howl” bijvoorbeeld maakten we eigenlijk in de studio zonder dat het echt geschreven was op voorhand. Dat kon allemaal, omdat er nu geen echt concrete deadline was. Als je die strikte deadline hebt, ga je al snel voor de gemakkelijke trucjes waarvan je weet dat ze werken om een bepaalde song recht te trekken. En voor dit album ging het er ons vooral om dingen anders te doen dan we gewoon waren. Als iets aanvoelde als routine of als een standaard oplossing die we gebruikten om een nummer recht te trekken, beslisten we meteen dat niet te doen. We wilden proberen, we moesten meer creatief zijn, onszelf uitdagen. Anders voelden we dat we geen bestaansreden meer hadden.”

alt

enola: Maar dat vergt toch enorm veel vertrouwen in jezelf en in mekaar om dat allemaal te doen? Dat lijkt me niet evident als je weet dat jullie de band en vooral elkaar na tien jaar platen maken en touren hartsgrondig beu waren.
Ansell: “Absoluut, en we botsten vaak op dingen die niet werkten zoals we dachten. Soms wisten we zelf niet eens of iets nu goed klonk of slecht. Maar terug naar de sound van ons debuutalbum gaan, was ons gewoon veel te makkelijk. Risico’s nemen en nieuwe dingen ontdekken zou ons pas weer relevant maken, dat beseften we al te goed.”

enola: Get Tragic doet in véle opzichten denken aan jullie derde plaat In Time To Voices. Daarvan zeiden jullie dat het een dialoog was tussen jullie beiden. Dat is zo mogelijk nog meer het geval nu. In sommige songs zitten jullie als het ware verwijten naar mekaars hoofd te slingeren.
Ansell: “Tja, vaak doen we dingen niet echt bewust. Nu jij ons er zo mee confronteert, kan dat besef ook bij ons ook wel beginnen komen. Maar wat jouw gevoel wel versterkt, is dat we véél meer dan op onze vorige platen apart zingen, in plaats van heel vaak samen. Dat hebben we echt bewust gedaan, dat is een van die grote veranderingen die we absoluut voor deze plaat wilden. Hierdoor ontstaat er meer dialoog. Dat vind ik zo geweldig aan Fleetwood Mac bijvoorbeeld, dat je daar verschillende zangers en zangeressen hebt die afwisselend de leidende rol op zich nemen. Dat wilden we nu ook met z’n tweeën doen. Nu is er meer variatie, en wordt ons verhaal van de afgelopen jaren vanuit meerdere perspectieven gezongen in plaats van dat we het gewoon samen uitschreeuwen.”
Carter: “En zo konden we elkaar ook meer ruimte geven, wat ik vooral nodig had.”

enola: De plaat heeft wel iets heel therapeutisch op die manier. Jullie zijn hard voor mekaar in de teksten. Voor hetzelfde geld beslis je om te schrijven over hoe de wereld naar de kloten aan het gaan is met figuren als Trump aan het roer.
Ansell: “Ja, maar dat was te makkelijk geweest. Dat doen luie bands al meer dan genoeg (lacht). Iederéén weet dat Trump een idioot is, dus hoe interessant kan het nog zijn om daarover te schrijven? Maar ja, noem het gerust therapie inderdaad, dat we deze songs over onze problemen nu elke avond spelen. Er zit heus wel een goede kant aan het feit dat we onszelf dwingen om zo eerlijk mogelijk te zijn. En het gaat niet allemaal even diep. “Bangsar” gaat over een fucked up nacht die echt heeft plaatsgevonden, maar daarvoor moet ik niet bepaald emotioneel tot op de bodem gaan. Maar het is wel eerlijk. Net als “Mexican Dress” bijvoorbeeld, daar is het net hetzelfde. Andere songs zijn dan weer wél veel reflectiever over onszelf en onze gevoelens de afgelopen jaren. Complete eerlijkheid is gewoon wat deze songs met elkaar verbindt.”
Carter: “Eigenlijk betrapten we onszelf erop dat we zélf ook het liefst luisteren naar muziek die bloedeerlijk is, en confronterend voor wie het gemaakt heeft. Ik luister de laatste tijd bijvoorbeeld heel veel naar Elliott Smith.”

enola: Jullie noemden daarstraks Fleetwood Mac. Eigenlijk is dit jullie Rumours. Of jullie Siamese Dream.
Ansell: “Fucking hell. Ja! (lacht luid) Weet je, dit is de eerste plaat sinds ons debuut Box Of Secrets waarvan fans ons erop aanspreken en zeggen dat dit onze beste plaat is. Daarvoor was het altijd: “geweldig album, maar ik vind Box Of Secrets nog altijd het beste.” Nu neigen de meeste berichten op Instagram, Facebook, noem maar op, naar het feit dat ze dit nu onze beste plaat vinden.”

enola: Ik kan me voorstellen dat ze dat van jullie vorige, titelloze vierde plaat niet vonden. Want die vond ik in alle eerlijkheid toch enkele stappen terug tegenover jullie evolutie op de vorige albums. Het ging alleen maar om woede zoals op het debuut, maar dan met minder goeie songs. Ondertussen was jullie emotionele palet veel rijker geworden.
Carter: “Ik begrijp je, echt. “Animal” vind ik nog steeds een goed nummer. (denkt na) Weet je, ik denk dat een deel van dat album de reden is waarom we hier nu geraakt zijn. Destijds, na In Time To Voices, voelden we hard aan dat het niemand écht interesseerde waarmee we eigenlijk bezig waren. We waren op onszelf, en deden dat vierde album gewoon. Omdat we ook vonden dat er weer een nieuwe plaat moest zijn.”
Ansell: “Ik was achteraf gezien vooral gefrustreerd dat In Time To Voices niet zo gedurfd en experimenteel was als we eigenlijk hadden voorzien en gewild. Ik was vooral boos dat we veel ideeën hadden, die uiteindelijk in een keurslijf zijn gestoken. Daarom dat ik in aanloop naar de vierde plaat gewoon echt boos was. Ik wou gewoon een kamer in Berlijn binnenstappen en beginnen roepen en rammen op m’n drumstel. Pissed off lawaai maken.”
Carter: “En door die teleurstelling dat al onze verwachtingen voor In Time To Voices waren weggeproducet, besloten we voor ons vierde album niet met een producer te werken. Gewoon wij tweeën. En dat was best wel leuk. Maar dan was er meteen ook niemand om ons uit onze comfortzone te trekken. Just rock the fuck out, m’n gitaar zo luid zetten als kon. Als we dat niet hadden gedaan toen, hadden we nu deze plaat niet kunnen maken. We besloten daardoor ook om zo weinig mogelijk te touren. Maar om daarna nóg eens gewoon met z’n tweeën tot business as usual over te gaan: nee. Het moest écht anders de volgende keer. En daarvoor moesten we even uit elkaar. We waren letterlijk tien jaar aan een stuk constant bij elkaar gebleven. Ik wou vooral dat we daarna echt álles veranderden. Daar heb ik Steven ook toe gedwongen.”
Ansell: (tegen Laura-Mary): “Inderdaad, ja. Jij wilde ook iedereen met wie we werkten vervangen, ik wilde vooral alles binnen onze groep veranderen.”

enola: Waarom, Laura-Mary? Waren jullie meer muziek aan het maken volgens de verwachtingen van jullie omgeving?
Carter: “Goh, niemand in onze omgeving hád eigenlijk nog verwachtingen. Dát was het probleem. Niemand rond ons geloofde eigenlijk dat we tot iets echt goeds en groots in staat waren. En dan dachten we bij onszelf: misschien inderdaad niet, nee. Dat voelde zo slecht aan. Maar ik voelde diep vanbinnen aan dat we dat wél konden. Echt. En ik denk nog steeds dat we moeten stoppen met denken dat we minder zijn dan wat we écht zijn. Veel mensen zeggen tegen ons dat dit onmogelijk is of dat we dat niet kunnen, maar tóch doen we het. Elke keer. En het is heus turbulent geweest de afgelopen jaren daardoor. Maar nu werken we tenminste met mensen die samen met ons geloven in wat we kunnen. En willen.”

enola: Als ik dan het persbericht rond jullie plaat lees, waarin staat dat jullie elkaar “haatten” toen jullie even uit elkaar gingen: dat lijkt me een beetje overtrokken, niet?
Ansell: “Ja hoor. Wij zijn als broer en zus voor elkaar. Daardoor ben je ruwer tegen elkaar dan tegen iedereen anders, omdat je diep vanbinnen weet dat je elkaar toch nooit zult verlaten.”
Carter: “Sindsdien vraagt men ook constant hoe vaak we eigenlijk gesplit zijn. Maar dat is het ‘m net: we zijn nooit gesplit. Maar we zijn twee totaal verschillende mensen. En wees gerust, het is echt moeilijk om in deze groep te zitten. (lacht flauw) En des te ouder we worden, en des te meer tijd we apart van elkaar doorbrengen, des te tegengestelder worden we. Dat maakt het moeilijk om elkaar altijd ergens in het midden tegen te komen. Noem het gerust een muzikale verbinding.”
Ansell: Op deze plaat zijn we er veel beter in geworden om dat gewoon van elkaar te accepteren. We móeten niet altijd een compromis vinden, ergens in het midden landen. Gewoon elkaar meer ruimte geven om meer de eigen stempel te drukken, kan ook werken. Dat weten we nu. Neem nu een nummer als “Beverly”. We hadden ruzie en ik stormde de studio buiten – vraag me niet waarover het juist ging, we doen zulke dingen nu eenmaal – en wanneer ik een tijd later terug kwam, had Laura hele stukken opgenomen die ik zo cool vond dat we er alleen nog maar een beetje drummachine aan toevoegden. Al onze zanglijnen hebben we nu opgenomen zonder producer of wie dan ook. Laura zong haar delen in het donker in, zittend op de grond. Zij is liever op zichzelf. Ik haat dat, want ik wil dat zij me zegt wat goed klonk en wat niet.”

enola: En hoe gaat zich dat allemaal live vertalen? Dit met z’n tweeën brengen wordt een hele uitdaging.
Ansell: “Dat is onmogelijk. Voor de nieuwe nummers hebben we een bassist en een toetsenist bij. Op sommige oude nummers spelen ze ook mee en dat geeft een compleet nieuwe dynamiek. Heerlijk gewoon. We spelen momenteel ook nog niet téveel nieuwe nummers, zoals “Find Your Own Remorse” bijvoorbeeld. Dat staat het verst af van al wat we tot dusver gemaakt hebben. We willen ons publiek ook niet bruuskeren. Laat ze even nog maar wat wennen aan ons nieuwe geluid. Gelukkig kregen we extatische livereviews na onze eerste concerten in Engeland. Mijn moeder, die veruit de beste reviewer is, kon zelfs niet uitdrukken hoe blij ze was met onze evolutie. Dat deed echt deugd. Daarvoor zijn we toch teruggekeerd.”

En u kan de mening van Steven Ansell’s mama bijtreden als u donderdag 26 april gaat kijken in de Botanique.

E-mailadres Afdrukken
 
Blood Red Shoes

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST