Banner

Aram Bajakian

''Liedjes zijn levende organismen''

Björn Weynants - 14 oktober 2014

Aram Bajakian is vooral bekend als gitarist binnen de New Yorkse downtown scene, maar hij was ook lid van de begeleidingsband van Lou Reed tijdens diens laatste concertreeksen. Voor zijn nieuwe album, Dálava, nam hij samen met zijn echtgenote Julia Ulelha een album op, gebaseerd op een boek vol oude Moravische volksliederen, die ze naar het heden vertaalden. Dat boek was trouwens geschreven door de overgrootvader van Julia, de bioloog en muziekliefhebber Dr. Vladimir Ulélha. Een gesprek met beiden over Moravië, een biologische kijk op muziek, Lou Reed en de precaire toestand van de muzikanten.

enola: Een algemene vraag om te beginnen. Hoe ontstond het album?
Julia Ulelha: Rond de periode van de geboorte van onze oudste dochter, toen ik terugkwam naar de VS, begon ik de melodieën die mijn overgrootvader had geschreven te bekijken, om uit te zoeken hoe ik ze kon zingen. Niet alleen probeerde ik de melodie en ritmes te ontcijferen, ik wou ook nagaan of er een interne logica was, die uit het liedje zelf kwam. In Italië werkte ik met het Workcenter van Jerzy Grotowski en Thomas Richards, en die gebruikten liedjes op een specifieke manier in een theatervoorstelling. Voor hen zijn liedjes organismen. Ze kunnen mannelijk, vrouwelijk of dierlijk zijn, erg jong of net oud, alsof er manifestaties van verschillende levensvormenin vervat zitten. Liedjes worden over de hele wereld gebruikt als voorbereiding op gevechten, vieringen enzovoort. Dus ik probeerde met die songs zodanig te experimenteren dat ik zou kunnen ontdekken waarvoor ze gebruikt kunnen worden, en hoe ik ze zou kunnen zingen. Aram en ik begonnen te experimenteren met het geluid dat bij de songs hoort. Voor mij is elk liedjezoals de eieren van Fabergé, of kleine diorama’s: een universum op zichzelf.

enola: Waar komt de naam “Dálava” vandaan?
Ulelha: Dálava is een Tsjechisch woord en het betekent iets als ‘een verdwijnend punt aan de horizon’:de vage lijn waar lucht en aarde elkaar raken en overgaan in elkaar. Dat is iets wat waarschijnlijk op meerdere plaatsen in de wereld voorkomt, maar in Moravië is het echt wel duidelijk merkbaar. Waarschijnlijk heeft dat te maken met de atmosferische omstandigheden en het landschap.

enola: Dit zijn allemaal oude liedjes. Hadden jullie enkel bladmuziek om jullie op te baseren of waren er al oude opnames?
Aram Bajakian: We hadden enkel de bladmuziek uit het boek dat Dr. Uléhla schreef. Ik heb wel een beetje onderzoek gedaan naar hoe de liedjes zouden moeten klinken, maar we hebben er doelbewust voor gekozen om er geen traditionele herwerking van te maken. Er zijn al genoeg geweldige groepen die dat doen, wij wilden iets doen dat verschillend en hedendaags was.
Ulelha: Ik was ook geïnteresseerd in het idee van “Living Song” (de titel van het boek van mijn overgrootvader). Ik wilde weten of het mogelijk was om iets opnieuw tot leven te wekken op basis van enkel de bladmuziek. Dat heeft belangrijke gevolgen voor al die oude liedjes waarvan geen opnames beschikbaar zijn. Het gaf ons ook de vrijheid om voor elk liedje onze eigen geluidswereld te creëren, omdat we ons niet aan een getrouwe traditionele weergave dienden te houden.

enola: Op de hoes van de cd staan er foto’s van Miloš Spurny: mooie monochrome foto’s van het Moravische platteland tijdens de oogst. Hoe kwam je bij zijn werk terecht?
Ulelha: Miloš was een familievriend en een student van mijn overgrootvader Vladimir. Vladimir had een stop motion techniek ontwikkeld om de groei van planten te documenteren. De weduwe van Miloš, Vera, is een erg goeie vriendin van mijn grootmoeder. De laatste keer dat we in Tsjechië waren bracht ze honderden prachtige foto’s van Miloš mee, en we mochten kiezen welke we wilden. Hij had trouwens zijn eigen fototoestel ontwikkeld om de weidse panorama’s van het platteland vast te leggen. Ik weet niet of het komt doordat ik die beelden al ken sinds mijn kindertijd of omdat ik hou van de heuvels en velden van Moravië, maar ik vind zijn werk adembenemend.

enola: Julia, als ik je CV bekijk, zie ik dat je heel wat verschillende dingen gedaan hebt in de muziek. Samenspelen met de experimentele jazzmuzikant Darius Jones, volksliedjes van de Afrikaanse diaspora, met Hindoe-zangeres Samita Sinha en je zingt ook nog in 15 verschillende talen. Is er één soort muziek die je als je natuurlijke biotoop beschouwt of heb je die variatie absoluut nodig?
Ulelha: Ik ben altijd bezig geweest met het verkennen van de mogelijkheid van de stem. Ik begon met klassieke muziek, daarna kwam ik het Workcenter van Jerry Grotowski en Thomas Richards tegen en werd ik gefascineerd door wat zij deden met de stem en met liedjes. Het was compleet verschillend van wat ik gewoon was. In 2007 ging ik bij het Workcenter en begon ik te werken met liedjes en rituelen van de Afrikaanse diaspora (West Afrika, Haïti, het Amerikaanse Zuiden). En plots kwam ik tot het besef dat voor mij niet gewoon de muziek of het zingen van belang was, maar de toewijding die bij het zingen hoort. Ik ben niet religieus noch ergspiritueel, maar ik kwam vaak in een toestand waarin het ‘ik’ verdween en ik iets anders door mij heen voelde gaan. Dat probeer ik altijd opnieuw te bereiken, dat overheersende gevoel van vreugde, vrijheid en ruimte. Ik denk dat Darius Jones en Samita hetzelfde zoeken in hun werk. Dat is mijn biotoop, maar het is niet altijd makkelijk om deze te vinden.

enola: Julia, zowel jij als je overgrootvader zijn muzieketnologen. Was hij je inspiratie om dat studieveld te kiezen? Kom je uit een muzikale familie?
Ulelha: Grappig, maar eigenlijk wist ik niet veel over mijn overgrootvader voor ik dat begon te studeren. Ik ben opnieuw gaan studeren om me verder te verdiepen in vragen waar ik als performer mee zat, delicate en mysterieuze ervaringen die ik niet kon plaatsen. Ik wou onderzoeken hoe mensen traditioneel liedjes gebruikten als een middel tot transformatie: voor vieringen en ceremonies, om hun waarnemingen te verbreden, om iets buitengewoons te maken uit het gewone. Liedjes zijn een krachtig middel, en mensen hebben manieren gevonden om dat er uit te halen. Maar terwijl ik met mijn studies bezig was, begon ik met een vertaling van zijn boek, en zo kon ik hem ‘ontmoeten’. Hij is nu een inspiratie voor mij geworden want zijn werk is ontzettend minutieus, innovatief en creatief. En tegelijkertijd is het een echt werk van liefde. Ik heb het gevoel dat we beide worden gedreven door eenzelfde nieuwsgierigheid naar het menselijk bestaan.
Er zijn geen professionele muzikanten in mijn familie, maar iedereen is wel muzikaal. Een verhaal over Vladimir; als student bezocht hij de Tsjechische componist Leoš Janáček, een vriend van zijn vader. Hij speelde piano voor Janáček en vroeg hem of hij een carrière moest uitbouwen in de biologie of in de muziek. Het antwoord: de wetenschap. Hij nam dat advies aan en werd een bekend bioloog, maar hij paste de biologie ook toe op de studie van volksliederen. Voor hem zijn liedjes levende organismen, die groeien in een bepaalde omgeving. Hij zocht als een wetenschapper naar de oorsprong van de liedjes, hoe ze evolueerden over de tijd heen en welke karakteristieken merkbaar waren op verschillende momenten in de evolutie van het liedje.

enola: Wat vind je van de invloed van het internet op de muziek, en dan vooral voor de muzikanten zoals jij, die aan de rand van het commerciële speelveld zitten?
Bajakian: Dat ismoeilijk, er is zoveel muziek tegenwoordig. Het is moeilijk om gehoord te worden. We leven in een klik-cultuur. De mensen luisteren naar de eerste paar seconden van een liedje en als ze niet meteen mee zijn, klikken ze weg, naar het volgende. Dat is een verschrikkelijke manier om naar muziek te luisteren. In de jaren ’60 waren de jongeren al blij als ze een plaat hadden. Dat bestaat niet meer, mensen hebben geen respect meer voor muziek. Er zijn mensen die tegen me zeggen dat kunst gratis moet zijn, en dus ook het downloaden ervan. Hier heb ik twee problemen mee. Als je zo denkt maak je de bedrijven rijk die downloads aanbieden. Niet enkel de piratensites, maar ook Google, die geld verdient met de reclame van die sites, en Spotify, waar de CEO miljoenen verdient. Maar die investeren niet terug in de muziek. Ze zijn nog veel erger dan de platenmaatschappijen. Platenmaatschappijen ondersteunden hun artiesten tenminste nog. Er is een reden waarom erin de jaren ’60 en ’70 veel geweldige muziek gemaakt werd: er werd geld tegenaan gegooid. The Velvet Underground verkochten toen ‘maar’ 30.000 platen, tegenwoordig is dat een enorm aantal. Voor kleinere artiesten is het moeilijk om genoeg geld te verdienen om te kunnen leven van hun muziek. Ten tweede willen de mensen tegenwoordig wel betalen voor koffie, bier of sigaretten, maar niet voor muziek. In Europa is er nog steun voor de kunst, je moet er geen schrik hebben dat je niet op de sociale zekerheid kunt terugvallen als je ziek wordt. Maar in de VS bestaat dat niet. Basically artists are fucked. En dat geldt zelfs voor ‘bekende’ artiesten. Een hospitalisatieverzekering in New York voor een gezin van vier kost $1.600, en dat is dan nog geeneens een goed plan. Daarvoor mag je op het dubbele rekenen. Dus hoe kunnen artiesten zo’n bedragen neertellen en nog iets overhouden om van te leven als hun muziek gratis gedownload wordt?

enola: Aram, jij speelde met Lou Reed op diens laatste twee tours, met onder andere twee concerten in de AB. Lou Reedwas een van de grootste legendes van de rockmuziek en er zijn veel verhalen en mythes die over hem de ronde doen. Hoe was jouw ervaring met hem?
Bajakian: Die concerten in België waren geweldig. Ik speel graag bij jullie want het Belgische eten voor de muzikanten is altijd goed en vers! Het was geweldig om elke avond zijn muziek te kunnen spelen. Lou was een erg aangename, zachte man. Als een teddybeer. ’s Avonds speelden we in die geweldige zalen en overdag waren we in elkaars gezelschap. Vaak zaten we gewoon buiten op een terras, of aten we een lasagne in Italië. En dan denk je plots 'Ik zit hier wel bij Lou Reed'. Maar je bent gewoon samen. Plots zei hij dan iets waarvan je het gevoel had dat hij iets kanaliseerde van buiten het menselijke bestaan.

enola: Leerde je iets van hem?
Bajakian: Ja, met Lou ging het allemaal over gevoel. Er is zoveel verschrikkelijk slechte muziek, alles is te veel geproducet en er zit geen leven meer in. Je moet het gevoel in de muziek laten en het niet overdoen. We hebben Dálava in een dag opgenomen. Tegenwoordig doet niemand dat nog, maar het houdt de muziek in leven. Dat was Lou z’n ding.

enola: Aram, je eerste opnames waren op het Tzadik label van John Zorn (het op Armeense volksmuziek gebaseerde trio Kef). Hoe kwam Zorn bij je terecht?
Bajakian: Ik had meegespeeld met Marc Ribot, die me altijd geholpen heeft, in Sean Noonan’s Brewed By Noon. Hij heeft me onder de aandacht van Zorn gebracht. Toen ik Zorn vertelde over mijn idee voor Kef, wou hij de plaat eerst niet uitbrengen. Dus besloot ik de plaat toch te maken, maar zo goed dat hij ze wel moest uitbrengen. Een jaar later deed ik dat. En Zorn bracht het uit. Ik hoop binnenkort een nieuwe plaat uit te brengen. Ik heb een liedjesboekvan zo’n 60 liedjes geschreven, gebaseerd op het epische Armeense verhaal Sasna Tser. Hopelijk kan ik het op tijd uitbrengen om het te laten samenvallen met de honderdste verjaardag van de Armeense genocide in april 2015.

enola: Dit was jullie eerste samenwerking, komt er nog meer?
Bajakian: Er komt zeker en vast een Dálava II. Het boek waar we mee werkten bevat honderden liedjes, we hebben dus nog genoeg materiaal.

enola: Bedankt voor dit gesprek.

E-mailadres Afdrukken
 
Aram Bajakian

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST