Banner

Harrison Bankhead Sextet

Morning Sun/Harvest Moon

Guy Peters - 06 juli 2011

Er zijn figuren die zo vergroeid zijn met hun rol in de schaduw van anderen dat je ze haast over het hoofd zou zien. Des te groter is dan de verrassing als ze voor een keer uit die schaduw treden en laten zien welke trucs ze zelf in de mouwen hebben. Met Morning Sun/Harvest Moon treedt bassist Harrison Bankhead, na jarenlang een favoriete compagnon van velen te zijn geweest, voor het eerst naar buiten als bandleider. Al mag dat ook met een korrel zout worden genomen.

Bankheads naam wordt in Chicago met respect uitgesproken. Hoewel hij geen leidende figuur is, speelt hij sinds jaar en dag een voorname rol in de lokale scene en dan vooral die met de wortels in de AACM en het Art Ensemble of Chicago. Hij speelde vaak aan de zijde van goeroe Roscoe Mitchell (zowel in diens trio als het grootschaligere Note Factory), hij was te horen in Nicole Mitchells opvallende Frequencykwartet, maar meer nog dan dat was hij steevast terug te vinden aan de zijde van de in 2010 overleden tenorsaxveteraan Fred Anderson, met wie hij een hele resem uitmuntende albums opnam. Zo zijn duoplaat The Great Vision Concert en trioplaat Timeless: Live At The Velvet Lounge (met Hamid Drake erbij als drummer) een absolute must voor wie houdt van aardse en vloeiende freejazz die een geslaagd evenwicht vindt tussen de traditie en het experiment.

Maar met Morning Sun/Harvest Moon is Bankhead voor de verandering eens de spilfiguur, al klinken grote stukken van de plaat alsof ze het rechtstreekse resultaat zijn van ontspannen jamsessies waarbij er eigenlijk geen de facto leider was. Er wordt hier en daar aardig geprikkeld, maar van overambitieuze composities is geen sprake. Een paar momenten zorgen voor de nodige uitdaging, al blijft alles hangen in een vertrouwelijke sfeer en wordt het verpakt in een charmante, ongepolijste sound die de organische kracht van de muziek enkel versterkt. Soms heeft het iets van Hamid Drake & Bindu, maar dan iets ingetogener (en misschien wat minder bevlogen). Bovendien bevat dit kleine uur behoorlijk wat afwisseling, vooral dan door het feit dat blazers Mars Williams en Ed Wilkerson een vrij groot arsenaal ter beschikking hebben en zorgen voor mooie contrasten met de snerpende, schurende en zingende viool van James Sanders.

Het titelnummer zorgt meteen al voor een ongebruikelijke, exotische start, met twee houten fluiten die een oosters verhaal lijken te willen vertellen tot ze worden vergezeld door gestreken bas, viool en klarinet, wat zorgt voor een innemende en statig elegante aftrap. Daarna gaat de aandacht naar een paar vrij complexloze stukken die sterke ritmes en eenvoudige thema’s centraal stellen. Zo volgt "Chicago Señorita" een onweerstaanbare oergroove, met prachtig soleerwerk van Sanders, een muzikant van de Leroy Jenkins/Billy Bang-school die laat horen dat een viool in jazz niet altijd Grappelli-capriolen hoeft op te leveren. "East Village" start vanuit schetterende chaos maar maakt na een tijd plaats voor iets heel anders (een patroon dat overigens wel vaker terugkeert), in dit geval een bijna kinderlijk basthema waar schetsmatige saxsolo’s rond worden geweven. Heel veel substantie heeft het niet, maar het is doordrongen van een speelse charme.

Vanaf "Over Under Inside Out" dat van start gaat met solide en dansende bas, maar uiteindelijk belandt bij een veel abstracter, aftastend stuk in de AACM-traditie, wordt opnieuw woeliger wateren opgezocht in langere stukken. "Red Is The Color In Jean-Michel Basquiat’s Silk Blue" geeft eerst het woord aan twee om elkaar heen kringelende klarinetten, tot een zich op gang trekkende ritmesectie (met naast bassist Bankhead en drummer Avreeayl Ra ook nog percussionist Ernie Adams) het geheel een hogere versnelling in jaagt, waarna Sanders de show steelt met een fantastische gebroken solo. "22nd Street Hustle (In memory of Fred Anderson)" is wat woeliger dan de jazz die doorgaans met de overleden meester geassocieerd wordt, maar zodra de band in elkaar haakt en die gezamenlijke trance gevonden heeft, zit hij weer op bekend terrein.

Die geslaagde compositie klinkt eigenlijk als een ideale afsluiter, maar toch lapt Bankhead er nog een kwartier bij, verspreid over twee in elkaar overvloeiende stukken met drone-achtig gestrijk, didgeridoo en contraire spielereien die wat doen denken aan het Janusgezicht van het Art Ensemble of Chicago.

Om écht impact te maken had Morning Sun / Harvest Moon misschien baat gehad bij een meer gebalde songlijst, maar die eclectische mix brengt natuurlijk met zich mee dat zo’n album helemaal geen te nauw patroon kan blijven volgen. Bovenal laat het ook horen dat Bankhead de juiste mensen rond zich wist te verzamelen om daar een sterk debuut mee te maken.

E-mailadres Afdrukken
 
Harrison Bankhead Sextet
Engine

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST