Banner

Paul Kalkbrenner

Icke Wieder

John Cossement - 27 juni 2011

"Nein Mann, ich will noch nicht gehen, ich will noch ein bisschen tanzen“. Oeps, betrapt, we lieten ons even gaan op het platte maar ongelooflijk aanstekelijke “Nein Mann” van het electrohouseproject Laserkraft 3D, dat een poosje geleden ook alhier de charts teisterde. Back to business dus, want der Kalkbrenner ist zurück met wellicht een van de meeste geanticipeerde electroplaten van het jaar.

Eventjes de les “geschiedenis van den Duitschen techno” opfrissen: de 34-jarige Paul Kalkbrenner scheerde een aantal jaar terug met het teerhartige “Sand And Sky” (broer Fritz zorgde voor de vocale bijdrage) eiffeltorenhoge toppen en werd algauw een regelrechte hype. Na de soundtrack bij Berlin Calling (2008), een prent van Hannes Stöhr waarin Kalkbrenner zelf de hoofdrol (hij speelde een karrenvrachten drugs slikkende dj genaamd Ickarus die met een psychose in een psychiatrische instelling terechtkomt) op zich nam, was de techno-Meister aan een nieuw wapenfeit toe en zie hier, na eindeloos touren, levert de kale techno-dj Icke Wieder, Berlijns slang voor ‘hier ben ik weer’ af.

Vorig jaar verscheen nog zijn succesvolle dvd 2010 - A Live Documentary en Kalkbrenner doet deze zomer Pukkelpop en Lowlands aan. Kortom, Paul Kalkbrenner is niet enkel meer bekend bij een nichepubliek maar werd zowaar het uithangbord van de Duitse technoscene. Zijn populariteit heeft allang die van zijn landgenoot Sven Väth ingehaald.

De Duitse workaholic verliet, om zich volledig aan zijn eigen creativiteit te kunnen laven, het Berlijnse label BPitch Control (opgericht door Ellen Allien) en stichtte zijn eigen label onder de naam -- de brainstormsessie mocht blijkbaar niet al te lang duren -- Paul Kalkbrenner Musik.

De feiten dan maar: de belabberde hoes van de nieuwe studioplaat doet eerder aan een Carré-verzamelaar denken en op Icke Wieder staan tien vrij minimalistische techno-instrumentals: tracks met nonsensicale, dadaïstisch aandoende songtitels maar helaas zonder al te veel liefde gemaakt.

In het begin schuifelt het flegmatieke en sinistere “Böxig Leise” met zijn zwoele gitaarloop nog fijntjes voorbij en de drive van ”Gutes Nitzwerk”, sowieso de beste track, is wunderbar maar gestaag vervalt der Paul met ongeïnspireerde tracks als “Jestrüpp”, “Schnakeln” en het stampende, edoch met een subtiel viooltje versierde “Kleines Bubu” in zielloos geboenk.

De donkere electrobeats van “Des Stabes Reuse” roepen dan weer kronkelende en copulerende lichamen aan de vooravond van de ondergang van het Avondland op maar het nummer zelf weet zich nauwelijks van de eentonigheid te redden. Ingetogen maar net iets te tam is het kabbelende “Kruppzeug” en het getik van het dromerige “Schmökelung” werkt danig op de heupen. Kalkbrenner lijkt een kleine remonte te ondernemen met de afsluiter, het meedogenloze, naar samba neigende “Der Breuzen” (een Marek Hemmann-touch valt niet te loochenen) maar na enkele luisterbeurten begonnen we toch stierlijk verveeld naar onze berg afwas te kijken.

Kalkbrenners klankenkosmos is niet vies van paradoxen en kent een veelvoud aan intensiteit en stemmingen -- van melancholisch naar rauw, euforisch naar treurend, chillend naar dolgedraaid, zomers naar herfstig -- en ja, de dj slaagt er ook halvelings in het onderkoelde en vaak duistere hedonisme van Berlijn vast te leggen maar de meeste tracks lijden gewoon onder een gebrek aan variatie en geven de indruk van haastwerk.

Niet bijster interessant, dit Icke Wieder met zijn poppy sound: gelaten en beheerst maar ook neigend naar lichtjes euforische trance lost dit album de verwachtingen niet in. Natuurlijk wordt er op uw dansbenen gemikt, maar de buitenissige ritmes van weleer zijn nu veelal belegen en voorspelbaar. Ein Schlag ins Wasser, lieber Paul.

E-mailadres Afdrukken
 
Paul Kalkbrenner

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST