Banner

Grant Hart

Oeuvrevue

Guy Peters - 28 maart 2011

Hüsker Dü’s Zen Arcade is onze lijfplaat en daar wordt niet aan geraakt, laat dat duidelijk zijn. En daar brengt die overdaad en gebrekkige samenhang (says who?) geen verandering in. Al hoeft het nog niet te betekenen dat we altijd even extatisch moeten doen over het solowerk van de heren Mould en Hart.

Hun respectievelijke solocarrières volgen een nogal grillig parcours, en dat is nog zacht uitgedrukt. Terwijl Mould van start leek te willen gaan als singer-songwriter was het daarna altijd twijfelen: rocken of toch maar niet? En dan van de weeromstuit maar even heil gaan zoeken bij middelmatige elektro. Maar hij was tenminste actief, speelde shows en bezielde even een van de beste rockbands van de vroege jaren negentig (Sugar). Hart daarentegen, altijd al de wisselvallige van het stel, volgde een minder consistente koers, al leek het nog goed te gaan tot het begin van de jaren negentig. Na het matige slothoofdstuk van Nova Mob was het echter vijf jaar wachten op een soloplaat (Good New For Modern Man, in 1999), die tien jaar later pas gevolgd werd door Hot Wax.

Met Oeuvrevue lijkt het alsof die recente opflakkering nog eens in de verf gezet moet worden. Het is geen nieuw album, maar “a collection of rarities from my career from 1988 to 1995, with a couple of newer songs thrown in for fun listening”. Hart verontschuldigt zich in de liner notes voor het gebrek aan informatie over deze zestien songs. Dat is gewoon luiheid, want alle informatie is online beschikbaar voor degenen die ernaar op zoek gaan. Of misschien was het vooral bedoeld om zichzelf in te dekken, want wie verwacht dat Oeuvrevue nieuwe ontdekkingen in de aanbieding heeft, die gaat zich vermoedelijk bekocht voelen door dat bonte allegaartje van live- en alternatieve versies en een paar covers (Dylans “Masters Of War” en Willie Dixons “I Just Want To Make Love To You”). Een icoon van de jaren tachtig verdient beter dan dit en moet beter doen dan dit.

Zowat alles op deze compilatie verscheen immers al eerder, met dat verschil dat je hier doorgaans niet de meest bekende of albumversie voorgeschoteld krijgt. Hüsker Dü kwam niet al te fraai aan zijn einde (al blijft het exacte hoe en waarom betwist), dus het mag niet verbazen dat er weinig materiaal beschikbaar is van die band: enkel een BBC-versie van “No Promise Have I Made” (een decennium eerder verschenen op Candy Apple Grey) en een redelijk ingrijpend veranderde versie, compleet met irritant jengelorgeltje, van “Wheels” (Everything Falls Apart), die na het verschijnen van Hot Wax gedownload kon worden.

Er vallen wel een enkele parels te rapen: “The Main” van de All Of My Senses E.P. is nog altijd een van Harts beste ballades die perfect in de folkrocktraditie past en “Signed D.C.” is al even indringend. Als je ‘m daar “Sometimes I feel so lonely” hoort zingen, dan geloof je dat. Meteen. Dat gebeurt echter te weinig. Misschien omdat de nadruk vooral ligt op het latere Nova Mob-materiaal, dat afscheid nam van het excentrieke, maar ontwapenende rockopera-experiment The Last Days Of Pompeii (hier vertegenwoordigd door een redelijk rampzalige live uitvoering van “Persuaded”). Hart ging opnieuw de richting van de catchy gitaarrock uit en hoewel hij zijn reputatie van onderschatte troubadour eer aandoet met de powerpop van “Shoot Your Way To Freedom” en “Little Miss Information”, is dit allesbehalve een triomf.

Zo is er bijgevolg ook niets van Harts beste soloplaat Good News For Modern Man, maar krijg je onder het mom van ‘nieuwe’ songs wel nog twee nummers die amper anderhalf jaar geleden verschenen. Toegegeven: het biedt een aantal leuke dingen voor de fans die wel moeite willen doen (een paar songs/versies die enkel op compilaties en E.P.’s verschenen), maar niet de centen of de goesting hebben om de collector’s items op te kopen op allerhande veilingsites. En toch voelt deze bij elkaar gescharrelde verzameling fout aan. Als Hart dan toch te intensief bezig is met zijn muziek om de plaat van fatsoenlijke liner notes en gegevens te voorzien, dan zou hij er beter voor zorgen dat het volgende volwaardige album niet te lang op zich laat wachten. Desnoods kan hij inspiratie opdoen bij Greg “de snor” Norton, die de voorbije jaren opnieuw aan het musiceren sloeg met goed volk als pianist Craig Taborn en Dave King van The Bad Plus.

Grant Hart speelt op 7 april in de 4AD (Diksmuide) en de dag erna in het Cultureel Centrum van Mechelen.

E-mailadres Afdrukken
 
Grant Hart
http://www.granthart.com
www.granthart.com

Recensies:
The Argument

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST