Banner

Darkstar

North

Mattias Baertsoen - 22 december 2010

Neen, Darkstar is geen Noorse deathmetalband, wel een Britse dubstepact. Al blijkt ook dat niet helemaal te kloppen. North wordt weliswaar uitgebracht op Hyperdub, het dubsteplabel bij uitstek, maar toch overlapt dit debuut veeleer met het sombere van de coldwave en het grillige van de glitch pop.

Successingle "Aidy's Girl Is A Computer" was eind vorig jaar al een vreemde eend in de Hyperdub-bijt. Het nummer had nog wel een herkenbare dubstepbeat, maar het geknip met stemmen, de atypische synths en de vreemde structuur deden toen al een ruimere blik vermoeden. Een jaar voordien had Mary Anne Hobbs, de John Peel van de dubstep, al een nummer van Darkstar geselecteerd voor één van haar compilatiealbums. Dat was "Videotape", een cover van Radiohead. Om maar te zeggen dat deze groep maar al te graag buiten de lijnen van de dubstep kleurt. James Young en Aiden Whalley wierpen hun debuutplaat zelfs integraal in de vuilnisbak; het duo hees een zanger (James Buttery) aan boord en begon helemaal opnieuw, van voor af aan.

Het resultaat is North, dat duidelijke raakvlakken vertoont met de kilte van The XX, het beklemmende van King Midas Sound, de melancholie van de vroege Morr-releases en de efficiëntie van Joy Orbison. Maar veel meer dan dat is het een album met een eigen geluid, een eigen opvatting. Zo presenteert North zich als een uniek geheel waar mistroostigheid, inkeer en sereniteit de boventoon voeren. Getuige de ingetogen, zwartgallige nummers als "Deadness" en "Under One Roof".

Dit debuut verenigt tien slaapkamersongs, in de positieve zin van het woord. In opener "In The Way" valt zelfs geen beat te bespeuren. Het lijkt een geretoucheerde pianoballade uit de jaren vijftig, waarvan de tapes de tand des tijds maar net hebben doorstaan. Ook elders ("Gold") werkt de combinatie van de haperende pianotoetsen, de knisperende glitch en de synthesizers. De zwartgalligheid bereikt zijn hoogtepunt in "Ostkreuz", een instrumentale brok dreiging die zachte drones koppelt aan schaarse pianoklanken. Afsluiter "When It's Gone" sluit af in dezelfde beklemmende sfeer, met een staccato piano waarop Buttery herhaaldelijk "I won't forget you" debiteert. Insgelijks.

Vorig jaar verraste The XX vriend en vijand met een originele plaat vol nuchtere, minimale songs. Met andere middelen behaalt Darkstar hier hetzelfde resultaat. Of dit trio een even mooie toekomst te wachten staat, zal nog moeten blijken. Wat nu al vast staat, is dat het lang geleden is dat wij een plaat hoorden die zo consequent een bepaalde sfeer aanhoudt.

E-mailadres Afdrukken
 
Darkstar

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST