Banner

Dizzee Rascal

Tongue n’ Cheek

Mattias Baertsoen - 27 november 2009

Er was afgelopen zomer geen ontkomen aan. “Bonkers”, de samenwerking tussen Dizzee Rascal en Armand Van Helden, was overal aanwezig. Fans van het eerste uur fronsten de wenkbrauwen, zij vonden dat hun idool plat op de buik ging voor de commercie. Feestvierders lieten het niet aan hun hart komen en dansten de ziel uit hun lijf op deze monsterhit.

Het was dan ook afwachten of Dizzee deze nieuwe richting op het aankomende album zou volhouden. Een blik op de hoesfoto en op de tracklist (“Freaky Freaky”, “Money, Money”, ...) voorspelt van wel en na één beluistering is het dan ook duidelijk dat Tongue n’ Cheek er in de eerste plaats is om te plezieren, te vermaken. De sfeer is er een van blijdschap en de feestelijke nummers zijn uit op instant succes. Met productiewerk van Calvin Harris (het heropgeviste “Dance Wiv Me”) en DJ Tiësto wordt gekozen voor een ongecompliceerd dansbaar geluid. Van de eigenwijze, haast onhandelbare Boy In Da Corner schiet er zes jaar na zijn debuutplaat alvast niet veel meer over.

Akkoord, de Britse rapper heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij ambitieus is en niet enkel muziek maakt voor een selecte incrowd. “Dat mijn muziek zo'n breed publiek bereikt, vind ik veel beter dan dat ze in de underground zou blijven”, liet Dizzee in De Standaard optekenen na zijn eerste successen. Toen was het doel echter nog om te tonen waar hij vandaan kwam, waar hij als mens voor stond. Nu laat de Londenaar ook tekstueel maar wat begaan en staan status, geld en vrouwen centraal. “Dirty Cash I want you, dirty cash I need you”, de sample van Stevie V. in “Dirtee Cash” is veelzeggend. Tongue n’ Cheek wordt uitgebracht op Dizzee’s eigen label Dirtee Stank, dus kan de plaat maar beter opbrengen.

Hierdoor is ook de laatste leerling uit het creatieve klasje grime-artiesten, die aan het begin dit millennium als redders van de Britse rap onthaald werden, finaal gebuisd. Het begon nochtans veelbelovend: Dizzee Rascal en Miss Dynamite wonnen met hun eersteling -- terecht! -- de gerenommeerde Britse Mercury Music Prize Award. Buitenbeentje The Streets won die prijs niet, maar maakte eveneens een fantastisch debuut. Ook Kano en Wiley droegen hun steentje bij. Grime ontstond in de Londense achterbuurten, als spreekbuis voor de onderdrukte jongeren, vaak allochtonen. Toen deze artiesten echter zelf tot het establishment gingen behoren, kregen velen onder hen het moeilijk om dit te verzoenen met hun geloofwaardigheid.

Miss Dynamite gaf er de brui aan na een geflopte tweede plaat. Lady Sovereign kreeg zelfs geen deftig debuut klaargespeeld. Kano en Wiley verdwenen snel uit de schijnwerpers en Mike Skinner van The Streets besliste om er na zijn volgend album mee te stoppen omdat hij uitverteld is. Als laatste overgeblevene trekt Dizzee nu openlijk de kaart van de makkelijk in het oor liggende dancemuziek. Soms steekt die clever ineen, en een pak jongeren zullen er ongetwijfeld pap van lusten. Als Herman Schueremans dan ook een naam zoekt om het dak komende zomer helemaal van zijn Marquee te blazen, dan is hij bij Dizzee aan het juiste adres. “Bonkers”, “Dance Wiv Me” en “Money Money” zijn floorfillers die alle handen daar ongetwijfeld in de lucht zullen krijgen.

Toch is het Britse jonkie tot zoveel meer in staat. Eén keer, in het dynamische “Road Rage”, krijgen we een schim van de oude Dizzee Rascal te horen. Stuiterende beats, een portie nijdigheid en een ongetemde rijmstijl zorgen drie minuten lang voor halfgare waanzin. Op zijn beste momenten valt Tongue n’ Cheek ‘energiek’ en ‘entertainend’ te noemen, terwijl wij van Dizzee Rascal ook nog ‘excentriek’ en ‘verrassend’ verwachten.

Dizzee Rascal stelt Tongue n’ Cheek op 23 november voor in de Hallen van Schaarbeek.

E-mailadres Afdrukken
 
Dizzee Rascal

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST