Banner

Raekwon

Only Built For Cuban Linx... Pt. 2

Jurgen Boel - 06 november 2009

Hiphoppers claimden al ten tijde van N.W.A. en Ice-T dat ze O.G.'s (Original Gangster) waren, maar het was Raekwon, the Chef (Wu-Tang Clan), die het maffiathema in het wereldje populair maakte. Zijn debuut Only Built For Cuban Linx ruilde de Clans kung fu-obsessies in voor maffiosi, waarbij de “Wu-Gambino's” allen een maffianaam aannamen.

Het idee sloeg razendsnel aan binnen de New Yorkse hiphopscene, al wist niemand het geniale Only Built For Cubin Linx ook maar te benaderen. Zelfs Raekwon (a.k.a. Lex Diamonds) zelf wist met zijn volgende platen Immobilarity (1999) en The Lex Diamonds Story (2003) niet het duizelingwekkende niveau van zijn debuut te halen. Dat hij twaalf jaar na Only Built For Cuban Linx toch nog met een sequel op de proppen komt, kan maar twee zaken betekenen: hij is óf wanhopig geworden óf hij heeft eindelijk het album in handen dat zonder schroom naast het debuut kan staan.

Een opvallend verschil met het eerste deel is de relatieve afwezigheid van RZA als producer. Waar hij op de eerste plaat, zoals voor elk Wu-gerelateerd album toentertijd, zowat de hele productie voor zich nam, zit hij nu maar bij drie songs achter de knoppen. Het korte maar funky “Fat Lady Sings”, de (vintage RZA) dark soul van “New Wu” alsook het intrigerende “Black Mozart” maken meteen duidelijk dat de abt nog steeds niets van zijn kunnen verleerd is.

Geen wonder dat Raekwon ook voor de andere tracks grote kanonnen genre Dr. Dre, Pete Rock, Eric Sermon en wijlen J Dilla binnengehaald heeft. In het bijzonder die laatste zorgde voor een prachtig muzikaal testament met een van testosteron en spanning bol staand “House Of Flying Daggers”, het stuiterende “10 Bricks” en -- uiteraard -- het ontroerende “Ason Jones”, een eerbetoon van Raekwon aan de overleden Ol 'Dirty Bastard. Met zoveel producertalent -- een mindere track valt er niet te bespeuren -- is het tot slot aan Raekwon om zijn naam als verhalenverteller waar te maken, wil hij de parallellen met Only Built For Cuban Linx doortrekken.

En daarvoor rekent hij nogmaals op de hulp van zijn Clan-leden, waarbij Ghostface Killah opnieuw de rol van de aide-de-camp mag opnemen. Uiteraard staat Raekwon alleen ook zijn mannetje, dat bewijzen onder meer “Surgical Gloves” en “Canal Street” (een hard-boiled jaren zeventig flikken-track) afdoende. De kracht van de eerste Wu-platen (ook dat van Raekwon) lag ondanks hun solostempel echter net in de gastoptredens van andere Wu-Tangers. Het voornoemde “House Of Flying Daggers” (de single die de honger naar het album alleen maar vergrootte) is daar maar één treffend voorbeeld van, “Cold Outside” een ander.

Vooral de reünie van spitsbroeders Ghostface Killah en Raekwon mag op ploffende champagnekurken onthaald worden. Beide mc's vonden elkaar op Only Built For Cuban Linx, waar Ghostface Killah op zowat elk nummer zijn opwachting maakte. Dat hij ditmaal “slechts” in zeven van de tweeëntwintig tracks te horen valt, doet daar niets van af. Nummers als “Cold Outside”, “Penitentiary” of “Mean Streets” zouden immers niet hetzelfde klinken zonder zijn inbreng. Al mag noch kan de inbreng van de andere gast-mc's (onder andere Inspectah Deck, GZA, Method Man, Masta Killa en Busta Rhymes) op het album net zo min geminimaliseerd worden.

Only Built For Cuban Linx... Pt. 2 is niet minder dan een tour de force, een krachtmeting met het verleden en de inlossing van een belofte die meer dan een decennium geleden gemaakt werd. Raekwon heeft er zijn tijd voor genomen, maar hij heeft eindelijk het antwoord geformuleerd op zijn eigen meesterwerk zonder in herhaling te vallen. Only Built For Cuban Linx was Wu-Tang Clans The Godfather, Only Built For Cuban Linx... Pt. 2 is The Sopranos. De thematiek is gebleven, maar de verhaallijnen zijn opnieuw gedefinieerd.

E-mailadres Afdrukken
 
Raekwon

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST