Banner

Mary Halvorson & Jessica Pavone

Thin Air

Guy Peters - 21 oktober 2009

Deze twee aanstormende talenten zijn het beste voorbeeld van de stelling dat het geheel meer voorstelt dan de optelsom van de afzonderlijke delen. Op Thin Air wordt er geflirt met folk, improvisatie, jazz en rock, en toch zal het voor weinigen klinken zoals verwacht. We zijn er vrij zeker van dat "’t is wel… speciaal" de meest gehoorde reactie is.

Vooral Halvorson is aardig op weg om een publiekslieveling te worden. De jonge muzikante wordt hier en daar al op handen gedragen als "de meest indrukwekkende gitariste van haar generatie" en onthaald als een rauw talent dat nog muziekgeschiedenis zal schrijven. Anderzijds vallen echter ook termen als "anti-guitar". Aan haar werklust zal het alleszins niet liggen: naast dit duo met Pavone houdt ze er ook een trio én een kwintet op na, speelt ze in de band People, had ze een project met virtuoos Marc Ribot en leerde ze de knepen van het vak bij de illustere Anthony Braxton. Die bezorgde eerder ook al onderdak aan andere jonge turken als Steve Lehman, Taylor Ho Bynum en ook violiste Jessica Pavone.

Net als Halvorson is Pavone gebaseerd in New York, daar terug te vinden in de lokale free/improv-scène en kan ze indrukwekkende geloofsbrieven voorleggen, met performances aan de zijde van uiteenlopende artiesten als William Parker en Vampire Weekend. Thin Air is het derde album dat de twee samen maken, en wordt uitgebracht via de Blue Series van het Thirsty Ear-label, een reeks platen die buiten de grenzen van de jazzconventies willen kleuren, hetzij door experimenten met elektronica of kruisbestuivingen of, zoals hier, door het hele zootje compleet op z’n kop te zetten. Je leest immers over virtuozen en uitgebreide cv’s en wat je dan te horen krijgt, heeft bij de eerste luisterbeurt vooral iets van een amateuristisch onderonsje op de muziekacademie.

Thin Air dwingt de luisteraar, zelfs de welbeslagen kenner, om de vertrouwde beelden en ideeën opzij te zetten. Als dat lukt en je je tijd ervoor neemt, dan is het een plaat die laat horen dat er onder dat schijnbaar naïeve, soms wat rommelig klinkende oppervlak een bijzonder creatieve samenwerking huist van twee gelijkgestemde muzikanten die er verdomd goed in slagen om een eigen taal te ontwikkelen. Het resultaat is een combinatie van free/weird folk, abstracte improvisatie, avant-pop/jazz en occasionele hints naar het werk van The Velvet Underground, Robert Wyatt en soms zelfs het schizofrene van Daniel Johnston of het rammelende van de eerste Breeders-plaat.

Opener "For You And Them" heeft lak aan conventies en klinkt haast alsof je twee idiot savants laat experimenteren met een paar willekeurige instrumenten. Het is geen onbeholpen kakofonie zoals bij The Shaggs, maar je hoort vlakke stemmen, onwereldse harmonieën en schijnbaar op instinct spelende artiesten die per ongeluk de distortion-pedaal ontdekken en snaren laten kraken en snerpen in een resolute afwijzing van wat doorgaans als esthetisch verantwoord wordt beschouwd. Vanaf de titelsong begint het echter te dagen dat er iets bijzonders aan de hand is, dat er een spanningsveld wordt opgebouwd tussen ijle melodieën en dreigende chaos, eenvoud en dissonantie. De viool jankt en kreunt, de gitaar verkent het braakland tussen Derek Bailey en Marc Ribot, accentuerend en een loopje nemend met ritmes en inkleuring. En het wérkt.

Het album bevat acht songs, waarvan vier instrumentals, en allemaal zijn ze verbonden door onvoorspelbaarheid. Is de ene song nog verrassend simpel en mooi ("Juice" of afsluiter "…And Goodnight"), dan is de volgende het slachtoffer van nietsontziende deconstructie. Zo is "Sinking" aanvankelijk nog aantrekkelijk, verzandt het plots in tegendraads gefreak om uiteindelijk aanleiding te geven tot kinderrijmelarijen à la The Roches. Het bewijs dat humor en experiment hand in hand kunnen gaan is geleverd, al gaat het er dan weer iets serieuzer aan toe met "Lullaby", dat zich op het terrein van de kamermuziek waagt.

Gemakkelijke kost is Thin Air zeker niet, al heeft het deze keer niets te maken met agressie, brute provocaties of doelloosheid. Wat wel gebeurt, is dat twee muzikanten hoogst persoonlijke, idiosyncratische muziek maken die duidelijk verscheiden wortels heeft, maar weigert om zich te conformeren aan één stijl of aanpak. Geen voer voor zij die kicken op vlotte swing of klassiek samenspel, maar een aanrader voor wie op zoek is naar een fris geluid en een verrassend album dat z’n geheimen en mooie kantjes geduldig prijsgeeft.

Het duo staat op 29 oktober, samen met Huntsville, in de Vooruit.

E-mailadres Afdrukken
 
Mary Halvorson & Jessica Pavone

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST