Banner

Ra Ra Riot

The Rhumb Line

Joris Vanden Broeck - 07 november 2008

Na een veelbelovende debuut-EP brengt Ra Ra Riot een eerste langspeler uit die, helaas, lichtjes teleurstelt. Maar laat het een troost zijn dat The Rhumb Line slechts enkele schoonheidsfoutjes in zich draagt: zonder vermaledijde verwachtingen, hadden we vast van een alleraardigst debuut gesproken.

Daar zijn ze weer: de redders van rock. Elk jaar is er minstens een band die met die titel bedeeld wordt en dit jaar valt de eer Ra Ra Riot te beurt. Januari vorig jaar debuteerde de band uit New York, amper een jaar na de oprichting, met een titelloze debuut-EP die met nummers als "Dying Is Fine" en "Each Year" in de smaak viel bij een handvol early adopters.

Zoals dat gaat in zo’n geval, verspreidt het nieuws over dat nieuwe opwindende bandje zich als een lopend vuur. En geen onheilstijding die dat vuur klein kreeg. Nog voor Ra Ra Riot een degelijk platencontract kon tekenen, verdronk drummer John Ryan Pike op 2 juni 2007. Wat doe je in zo’n geval? Sommigen zullen het misschien niet kunnen vinden, maar Ra Ra Riot besloot door te gaan.

En ja, de debuutplaat is er relatief snel na de dramatische gebeurtenis. Maar luister naar "Dying Is Fine", dat na de EP ook op The Rhumb Line aanwezig is, en misschien komt er wel een flits van begrip: voor de overlevenden zit er immers niet veel anders op dan zo goed en zo kwaad mogelijk door te gaan met dit leven. Het is bovendien mooi meegenomen als daar nog een beetje levensvreugde komt kijken. En die is, bijna Arcade Fire-gewijs, aanwezig op The Rhumb Line.

Hoewel het album heel sterk begint met "Ghost Under Rocks", komt dit debuut amper aan de enkels van Funeral. Met een cellist en violist in de rangen onderneemt Ra Ra Riot weliswaar een gedurfde poging om uit de klassieke rockbandbezetting te breken, maar er is nog werk aan de winkel. "Can You Feel" barst bijvoorbeeld van de goede intenties — zo is het heerlijk strijkers en drums samen te horen opbouwen — maar klinkt net iets te vrijblijvend om helemaal op het gemoed van de luisteraar in te werken.

Ook de kitsch-knipogen liggen er soms iets te dik op. De synthesizer die prominent aanwezig is in "Too Too Too Fast" doet meer kwaad dan goed. Zonder zou de song immers indrukwekkend genoeg zijn, nu is het té. In "Oh, La" behoudt Ra Ra Riot het evenwicht wel: de song neemt de tijd om zich te ontwikkelen en maakt daardoor duidelijk dat Ra Ra Riot inderdaad een band met veel potentieel is. Hetzelfde geldt voor afsluiter "Run My Mouth": het moet van het debuut van dEUS geleden zijn dat een viool zo op zijn plaats leek op een rockplaat.

Rock redden, of welke humanitaire actie ook, zit er niet in voor dit gezelschap, maar dat is vooralsnog nergens voor nodig. Laat Ra Ra Riot maar doen: dit is een zestal dat alles in zich heeft om een glansrijke toekomst tegemoet te gaan. Hier en daar wat schaven en de songs op The Rhumb Line waren stuk voor stuk eersteklas geweest. Als iemand met die wetenschap in het achterhoofd de band bijstaat bij de opnames van de opvolger, hebben wij er alle vertrouwen in.

E-mailadres Afdrukken
 
Ra Ra Riot
COOP / http://www.rarariot.com
www.rarariot.com

Recensies:
The Rhumb Line

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST