Banner

Keane

Hopes And Fears

Philip Fonteyn - 07 juni 2004

Hype hype hoera!: de nieuwe Coldplay est arrivé. Hebben we dat alvast achter de rug en kunnen we over tot de orde van de dag. Dat blijkt het temperen van de euforie te zijn: het debuut van Keane, alweer een nieuwe Britse hoop, klinkt immers niet meer of minder dan beloftevol.

Keane, genoemd naar een babysit van de bandleden, begon er al aan in 1997. Op de schoolbanken van Hastings Secondary School werd door Chaplin (stem), Hughes (drums) en Oxley-Rice (piano) wel eens naar buiten gestaard. Nummers van Oasis, U2 en The Beatles dwaalden in de hoofden om later weer opgedist te worden in een eerste covergroepje. Even probeerden ze het als The Lotus Eaters om al snel te kiezen voor het beter bekkende Keane. De groep werd opgepikt door het Fierce Panda-label, dat eerder al onderdak bood aan vroege releases van Coldplay, Idlewild en Supergrass.

Well, we’re all in the mood for a melody en we proberen het toetsenbord te bespelen als was het een glimmende Steinway. Uiteraard komen we zo niet verder dan zerzzea piiooi utiouzoe en dat leest wat moeilijk. Nu houden wij wel van een swingende Pianoman op gezette tijden, maar op Hopes and Fears valt dat toch een beetje tegen. De witte en zwarte toetsen staan in het middelpunt, maar de met liters stroop besmeurde violen worden wat te vaak erbij gehaald om de Grote Emoties bij te kleuren. We zien Tom Chaplin zo op een podium de armen naar de hemel strekken terwijl hij alweer een hoge noot probeert te kraken.

De songs zelf op Hopes and Fears vloeien echter na een paar beluisteringen in elkaar over als goedkope waterverf. "Bend and break", "This is the last time" en "Your eyes open" zwermen luchtig onze oren voorbij en storen nauwelijks. Het zijn leuke popsongs, het refrein klinkt zoals het moet klinken, maar de zwerm trekt verder en we vragen ons af of we iets gemist hebben. Het is ongevaarlijke popmuziek, niemand zal er schaafwonden aan overhouden, maar we kunnen het zo wel vergeten om het predikaat memorabel boven te halen.

Allesoverheersend ldvd is het leidmotief van het gros van de songs op Hopes and Fears. Ofwel gaat het om ter plaatse trappelen terwijl al die verdomde anderen natuurlijk al op de hoge snelheidstrein zitten ("Everybody’s changing") ofwel kan er maar beter een pijnlijk punt achter gezet worden ("We might as well be strangers"). De winnaars zitten alweer op de andere tribune en de confetti blijft in de zakken.

Intriest is zeker het zwevende "She has no time", waarin Chaplin’s uitwaaierende stem net aan de juiste kant van de kamer blijft dansen. Het gevoel is niet wederzijds en we blijven alweer vrienden. Bovendien heeft ze wel wat beters te doen. Pijnlijk, maar het levert wel een pracht van een popsong op. Ook de single "Somewhere only we know", waarmee Keane bedelt om alweer een Coldplay-vermelding, is smaakvol. De piano klinkt overtuigd van het ongeluk, maar het wordt met de borst vol en vooruit op sublieme wijze gezongen door Chaplin. "Sunshine" doet verder zijn titel alle eer aan en weet zich in de rug gesteund door een laidback achtergrondkoortje, dat zich verzekerd weet van een ijsje achteraf. Pièce de résistance is echter het naar een geniale climax klimmende "Can’t stop now". We zullen doorgaan, met pijn in het hart, maar de tijd dringt en omkijken is verliezen.

Hopes and Fears is een twijfelgeval. Het is allemaal bij momenten wat te afgelikt, al klopt het hart wel duidelijker en bij momenten indrukwekkender dan bijvoorbeeld op de tweede van Novastar. Wij gaan ondertussen resoluut voor wat ouwe Billy Joel, waardoor we in a New York State of mind het keyboard alsnog aan flarden spelen.

E-mailadres Afdrukken