Banner

Radar Bros

Auditorium

Joris Vanden Broeck - 08 augustus 2008

Liefhebbers van wat gemakshalve Duystere muziek genoemd wordt, zullen aan de nieuwe Radar Bros. hun hart ophalen. Op zijn nieuwste gaat het viertal dieper en indringender dan ooit. Auditorium is daarmee een plaat om met mondjesmaat tot u te nemen.

Het leven is aan de volhouders, dat moeten we u vast niet meer vertellen. Ook Radar Bros. hoort tot die categorie. De band uit LA gaat al een goed anderhalf decennium mee, bracht zopas zijn vijfde langspeler uit, maar wist zich tot nu toe nog niet in de schijnwerpers te manoeuvreren. Met voorganger The Fallen Leaf Pages leek het even te komen. De cultaanhang werd enigszins vergroot, de reacties op de plaat waren zowat unaniem lovend en de toekomst zag er best rooskleurig uit voor de band, maar –zoals een groot volksschrijver het eerder stelde- plotseling gebeurde er niets.

Tijd voor een volgende stap dan maar en die ligt onder de titel Auditorium in een platenwinkel in uw buurt. Met deze nieuwe plaat duikt Radar Bros. nog verder in de sluimerende donkerte, die in het verleden al als een geest door de muziek waarde. Een pure brok treurnis en melancholie is het resultaat en daar moet je als luisteraar maar tegen bestand zijn.

Vaak, zoals in “Happy Spirits” resulteert dat in tegelijk gezapige en onderhoudende luisterliedjes in de traditie van het sterkste werk van South San Gabriel. Met “Hearts Of Crows” en “Hills Of Stone” zet de band zelfs een stap verder en duikt iets op dat je zou kunnen omschrijven als een Coldplay-factor. Een vreemde keuze van Radar Bros., gezien het gezelschap tot nog toe de valkuil genaamd klefheid met succes wist te omzeilen.

Toch is er geen reden tot paniek. Radar Bros. herpakt zich grandioos met “Lake Life”, dat met zijn subtiele theremin herinneringen oproept aan het moois waarmee Mercury Rev vriend en vijand ooit met verstomming sloeg. Datzelfde effect heeft ook dit nummer, zonder dat de band zijn eigenheid in de uitverkoop gooit.

Meer van dat fraais zit in de staart van de plaat: het meeslepende “A Dog Named Ohio” is alt.country van de bovenste plank en dingt naar de jaarlijkse wisselbeker als beste soundtrack om de valavond mee door te brengen, zittend op een pergola, turend naar purper kleurende einder.

Het nummer is een hoopvol moment dat met een zucht van opluchting bereikt wordt. Want Auditorium is een plaat voor sterke karakters. Legden we The Fallen Leaf Pages nog met plezier op, met dit album kwam zowaar uitstelgedrag kijken. Een mens moet immers klaar zijn om deze treurnis te ondergaan. Muzikale treurnis heeft bovendien de eigenschap je dagenlang te achtervolgen en dat in gedachten houdend, is dit geen evidente plaat om grijs te draaien.

Probeer maar eens onbewogen te blijven bij “Brother Rabbit”. Prachtsong, daar niet van, maar de drang om in foetushouding in de zetel te gaan liggen, is wel heel groot en met zulk spul moet je voorzichtig zijn. Gelukkig is er het vertederende “Morning Bird” om de Auditorium met een min of meer positieve noot te eindigen en de luisteraar met een sprankeltje licht aan het einde van de tunnel opnieuw de werkelijkheid in te sturen.

E-mailadres Afdrukken
 
Radar Bros

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST