Banner

Radiohead

Hail To The Thief

Matthieu Van Steenkiste - 23 juni 2003

Het nieuwste Radiohead-album is een goed album geworden, maar met minder nemen we geen genoegen. De groep kan immers beter, véél beter. Denk aan de beste brokken van Kid A en Amnesiac en de wat mindere momenten van OK Computer en u hoort ongeveer Hail To The Thief. In een meesterwerk als The Bends heeft de groep echter duidelijk geen zin meer.

De promotiecampagne rond de nieuwste worp van Radiohead was weer groots aangepakt. "Het zesde meesterwerk op rij", schreeuwen de reclames ons in de oren en de verzamelde pers neemt het soms gretig over. Hoezo zesde meesterwerk op rij? Hebben wij iets gemist? Het laatste dat we ons van Radiohead herinneren zijn — op een kort live-album na — twee platen die op hun beste momenten erg genietbaar waren, maar ook wel wat kaakbenen-uit-elkaar-drijvende minuten telden.

"Vernieuwend", werden Kid A en Amnesiac genoemd, maar dat was dan enkel voor mensen die niet goed hadden opgelet. Radiohead had gewoon goed in de gaten gehouden wat er links van hen gebeurde en ging daar creatief mee aan de slag . En het is goed dat ze zo enkele mensen op artiesten als Autechre attent hebben gemaakt. Het is zelfs meer dan straf dat ze er de top van de albumcharts mee haalden, maar van een renner die het gat wil dichtrijden tussen het peloton en enkele ontsnapten zeg je ook niet dat hij aan de kop rijdt.

Hail To The Thief zou dan eindelijk de al vaak verhoopte terugkeer naar het geluid van het zo bejubelde OK Computer zijn. En net zoals het bij Amnesiac een loze belofte bleek, hebben ze ons ook nu weer bij ons pietje. Het nieuwste Radiohead-album haalt hooguit de enkels van hun derde, laat staan die van The Bends. Gelukkig is de Oxfordse groep zó straf dat ze zelfs dan nog een genietbaar album afleveren.

Hail To The Thief begint met het geluid van een gitaar die ingeplugd wordt, als wil de groep zeggen: "U wil gitaren? U krijgt ze. En wilt u nu ophouden met zeuren over OK Computer, ja? Dank u.". Het is maar de helft van de waarheid. De band lijkt inderdaad niet langer bang van zijn oorspronkelijk instrumentarium, maar de laptop is bij lange niet verbannen. Na "2 + 2 = 5" — zowat het stevigste dat de groep de afgelopen vijf jaar heeft geschreven — introduceert "Sit Down, Stand Up" de eerste voorzichtig tikkende beat, om die in een geforceerde finale op te drijven.

Sinds Thom Yorke een piano heeft, staat er op elke cd ook een zelfde soort pianoballad die bestaat uit niet meer dan wat ijle aanslagen en een spaarzame begeleiding. Op Hail To The Thief krijgen we er twee te verstouwen: "Sail To The Moon" en het mooie "I Will". Het is een eeneiïge tweeling die wel erg dicht bij "Pyramid Song" heeft gelegen. "We Suck Young Blood" kent een gelijkaardige opbouw, maar wordt door Yorke helemààl de vernieling ingezeurd.

Op zijn best is Radiohead op Hail To The Thief in spookachtige sfeerstukken als "Backdrifts" en "The Gloaming". Het zijn soundtracks bij zompige Engelse moerassen waar de bleke schimmen van overledenen zich met de mist vermengen. In songs als deze hoor je wat die vorige experimentele platen de groep hebben bijgebracht.

Er zijn nummers die de herinnering levendig houden aan de dagen dat Radiohead op het randje van het supersterrendom stond. Had Yorke zijn gouden strot nog eens willen gebruiken dan had "Go To Sleep" op een plaat uit die periode kunnen staan. Nu klinkt het wat gewoontjes, en het is een beetje symptomatisch voor de staat van de plaat: Radiohead kan nog jaren platen als deze maken, waarvan je echt niet kunt zeggen dat ze slecht zijn, maar die je ook niet meer pakken.

Weg is de Radiohead die je de adem afsneed met songs als "Letdown" of "Black Star". Yorke en de zijnen zijn nog vaak meeslepend als in "There There" of het tekstueel erg agressieve "A Wolf At The Door", maar de tijd dat je door een Radiohead-song tot tranens toe kon worden bewogen, is voorbij. Yorke haat zijn stem en gebruikt deze hier dan ook op zijn zeurderigst, waar hij in het verleden tot kippenvelverwekkende momenten in staat was. Zijn we conservatief? Neen, maar ook in het experiment eisen we kwaliteit.

Als Radiohead ooit zijn angst zal kunnen afzweren om iets te maken dat meer dan een paar pseudo-hippe mensen kan bekoren en hun oude hitgevoeligheid zal weten te combineren met wat ze de afgelopen jaren hebben geleerd, dàn zullen ze onze bek tot op de grond doen open vallen. Nu pogen ze gewoon te hard niet te bevallen, terwijl wij er van overtuigd zijn dat experiment en publieksvriendelijkheid elkaar niet hoeven tegen te spreken. Het is er de tijd van het jaar voor, dus laten we het zo zeggen: waren wij Yorkes schoolmeester, ons verdict in het rapport luidde: "Thom kan het, maar hij moet het ook willen".

Voor de slechte verstaander: jaja, Radiohead heeft een goede plaat gemaakt. Maar een verre van briljante.

E-mailadres Afdrukken
 
Radiohead

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST