Banner

Eyvind Kang

Athlantis

Jurgen Boel - 30 juli 2007

Zo er al één muzikale veelvraat is die als opvolger voor de mensmachine John Zorn genomineerd kan worden, dan is het wel de klassiek geschoolde violist Eyvind Kang. De man mag dan wel nog lang niet de productiviteit van Zorn evenaren, even eclectisch en onvoorspelbaar is hij alvast wel.

Voorzichtig geschat heeft Kang al een slordige tien albums op zijn naam staan waarop hij elementen uit de klassieke muziek koppelt aan jazz, traditionele folk, punk en ambient. Daarnaast heeft Kang ook als (sessie)muzikant gespeeld met onder meer de vernoemde Zorn, Wayne Horvitz, Mike Patton, Animal Collective, Sun City Girls, Sunn O))) met Boris en Bill Frisell. Bovendien schreef hij de strijkersarrangementen voor zulke uiteenlopende artiesten en groepen als The Stares, Laurie Anderson, Laura Veirs en Blonde Redhead (Misery Is A Butterfly).

Met Athlantis creëert Kang een eigen rockopera waarbinnen hij een veelvoud aan stijlen, mogelijkheden en experimenten aan bod laat komen. Het album klinkt tegendraads, eigenwijs en fascinerend tezelfdertijd en smeekt vooral om een ruimere uitwerking dan het nu gekregen heeft. De vele als fragmenten aandoende nummers klinken alsof Kang zijn groots opgezette schouwtoneel slechts met mondjesmaat wil laten kennen en de luisteraar niet meer dan een blik door het sleutelgat laat werpen. Wat er buiten het gezichts- en gehoorveld valt, zal dan ook voor eeuwig een mysterie blijven.

En daarmee is dan ook de enige kritiek die op Athlantis gegeven kan worden, naar voor geschoven: het is te fragmentarisch. “Ministers Of Friday” bijvoorbeeld, dat zwanger van blazers is, houdt het na een dikke minuut al voor bekeken en is niet de verwachte prelude voor de knappe koorzang uit “Vespertiliones”, dat overigens een al even kort leven beschoren is. Gelukkig krijgen de koren een herkansing in het beklemmende “Andegavenses” dat in slechts vijf minuten een wereld van grandeur blootlegt en doet snakken naar meer. Maar “Rabianara” wil ook zijn sfeervolle zegje doen en laat Mike Patton zijn bekende doodsreutel brengen.

De titel “Inquisitio” laat weinig aan de verbeelding over en klinkt dan ook alsof de huidige paus en voormalig hoofd van dit vaak misprezen orgaan van de Heilige Stoel een laatste maal zijn eigen geloofsbelijdenis declameert. In schril contrast hiermee staat het veel zachtere en even verheven “Ros Vespertinus” waarna “Conciliator” de blazers opnieuw laat schitteren en de intrede van de triomfator aankondigt. In “Lupiter” weergalmt die triomf kort door de koninklijke hallen alvorens “Repetitio” aantreedt. De dialoog die een album lang tussen het mannen- en vrouwenkoor gevoerd werd, krijgt hier een nieuwe dimensie en laat zich voor de eerste maal kennen als een vraag en antwoord, woord en wederwoord, met een schitterende synthese door Jessika Kenney.

Het verbazingwekkende “Lamentatio” dat daarop volgt, snijdt in al zijn eenvoud door merg en been. Flarden oude Laibach echoën doorheen de song. Jammer genoeg is de titeltrack “Athlantis” een te weinig uitgewerkt koorstuk . Die “smet op het blazoen” wordt evenwel gepareerd door het schitterende “Aquilas”. Dit laatste nummer geeft aan het hoofdpersonage van “Inquisito” een tweede maal de kans om als voorganger op te treden en het album af te sluiten. De ijzingwekkende rol die Patton hier toebedeeld krijgt, snijdt niet alleen het album maar ook de eigen adem bruusk af.

Athlantis is een moderne maar ook veel te korte compositie. Kang heeft veel meer in zijn mars dan hij hier laat blijken. De stukken lijken wel gesneden te zijn uit een groter geheel, alsof dat niet behapbaar zou zijn. Natuurlijk geeft die werkwijze aan Athlantis een extra intrigerend facet maar toch blijft het zonde, want afgaande op de nummers had dit tot een groots en overweldigend spektakel kunnen leiden.

E-mailadres Afdrukken
 
Eyvind Kang
Ipecac / Southern / http://www.geocities.com/kanggallery
www.geocities.com/kanggallery


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST