Banner

Handsome Furs

Plague Park

Joris Vanden Broeck - 21 mei 2007

Dan Boeckner, u welbekend van Wolf Parade, slaat nieuwe paden in. Samen met zijn levensgezel waagt de man zich aan een minimalistische kruising tussen rock en elektronica. De eerste langspeler klinkt alvast veelbelovend.

Wanneer is een groep een zijproject en wanneer is hij een volwaardige band? Dan Boeckner ging vorig jaar de verveling van de Vancouverse winter te lijf door een nieuw project op te starten. Een muzikale bondgenoot vond de man in zijn verloofde, Alexei Perry. Hun opzet was om het muzikaal kaal te houden, maar dat een mens met beperkte middelen toch ver kan komen, bewijst Plague Park.

De eerste nummers op het album lijken de bakens uit te zetten: het duo werkt met niet veel meer dan een drumcomputer en een gitaar, aangevuld met de warmte van Boeckners stem: een instrument dat verbazing in de muziek weet te smokkelen en zorgt voor het soort verwondering dat popmuziek, hoe rudimentair ze soms ook is, tot een fascinerend iets maakt. Klinkt opener “What We Had” nog als een ietwat neurotische versie van Band Of Horses, met “Hearts Of Iron” doet een zekere mate van historisch besef zijn intrede en duiken echo’s van The Velvet Underground op in het gitaarspel: je hoort heldere gitaren, maar evengoed word je een ogenblik later bedolven onder een vloedgolf distortion of ontwaar je een ronkende vliegtuigmotor tussen de melodie.

Pas met “Handsome Furs Hate This City” lijken de puzzelstukken op hun plaats te vallen en geeft Plague Park, zij het schoorvoetend, zijn geheimen prijs. De drumcomputer eist een prominentere rol op en samen met dit elektronische wonder komt ook de tristesse, die een wezenlijk onderdeel van Handsome Furs lijkt te vormen, meer en meer op de voorgrond. Een combinatie die echter wonderwel werkt in dit geval, zoals blijkt uit het meeslepende en aan The Notwist verwante “Snakes On The Ladder”.

Hoewel Handsome Furs nergens op zijn debuut uitblinkt in vrolijkheid, klinkt er in sommige nummers zoveel hoop door dat het bijna ontroerend wordt. Het door een hypnotiserende gitaarpartij op gang getrokken “Sing! Captain” grijpt je vast en doet je de muziek ten volle ondergaan. Het nummer heeft, met zijn af en toe opduikende elektrische gitaar, net dat tikje kampvuurgehalte dat zelfs de grootste cynicus weet te raken en het is moeilijk onbewogen te blijven wanneer Boeckner je met krachtige stem toezingt. In “Dead + Rural” mogen de beats zelfs knallen en slingert de band heen en weer tussen eighties elektro en even oude gitaarrock, een evenwichtsoefening die het duo met welslagen volbrengt, voorwaar geen sinecure.

Eindigen doet Handsome Furs in schoonheid: het akoestische “The Radio’s Hot Sun” is zo’n nummer dat het nakende plaateinde aankondigt: een laatste aangrijpend moment, nog een keer naar de strot grijpen, ditmaal op de sublieme wijze van Neutral Milk Hotel en dan: gedaan. Handsome Furs mag geen reden zijn voor Dan Boeckner om Wolf Parade terzijde te schuiven, maar het duo heeft evengoed te veel talent in huis en te veel boeiends te bieden om zich in de schaduw van Wolf Parade op te houden en eeuwig het kleine broertje te blijven.

E-mailadres Afdrukken
 
Handsome Furs

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST