Banner

Radical Face

Ghost

Joris Vanden Broeck - 12 maart 2007

Het tweede volwaardige album van Radical Face is een verhalentocht langs de geheugens van oude huizen geworden. Die omschrijving klinkt als een singer-songwriterplaat, en dat is Ghost ook; een meesterwerkje bovendien, dat aansluit bij Monta, Magnet en South San Gabriel.

Morr Music: zelden werd over een label zoveel gediscussieerd als over deze platenfirma. Was dit Berlijnse label niet zo lang geleden nog hét snoepje in de ogen van de kenners, dan wordt het nu door dezelfde hipcats met de nek aangekeken. Of dat terecht is, moet u middels een gewetensonderzoek zelf uitmaken; op The Same Channel van Fat Jon & Styrofoam na, viel alleszins weinig tot geen euforie te bespeuren bij recente releases. Volgens sommigen is de bodem in zicht: zoveel viel althans op te maken uit enkele reacties op Ghost, het jongste album van het Amerikaanse Radical Face. Kwatongen noemden het zelfs de definitieve inzet van een vrije val.

Een ietwat scherpe omschrijving voor een collectie luisterliedjes, lijkt ons. Goed, Ben Cooper, de helft van indietronicaduo Electric President en de man achter Radical Face, heeft met Ghost geen plaat gemaakt die voor een aardverschuiving zal zorgen, maar de 24-jarige toont nogmaals dat hij talent zàt heeft, en het zeker niet verdient afgerekend te worden op het slabakken van zijn label.

Na het eerder onder het Radical Face-etiket uitgebrachte album The Junkyard Chandelier en de e.p. Robbing The Grave, levert Cooper met Ghost namelijk zijn meest indrukwekkende werkstuk af. De plaat is ontstaan uit het idee dat huizen een geheugen zouden hebben. De herinneringen aan de mensen die er gewoond hebben, zouden opgeslagen liggen in gebouwen, en zo de huidige bewoners van het pand in kwestie onder de hoede nemen, of hen het bloed van onder de nagels pesten. Veeleer dan van een uitgekiend concept, vertrekt Ben Cooper van een romantisch idee, met een collectie uitermate warme songs als resultaat.

Elk nummer op Ghost vertelt een eigen verhaal en doet daardoor, zowel qua opzet als qua sfeer, denken aan het wondermooie The Carlton Chronicles van South San Gabriel. Ook de schaduw van andere muzikale verhalenvertellers zoals Monta en Magnet hangt bij momenten over dit album. Dat de sfeer die Ghost uitstraalt grotendeels als melancholisch getypeerd kan worden, is daar ongetwijfeld niet vreemd aan.

"Welcome Home" als opener zit er meteen helemaal op: handgeklap, een akoestische gitaar en hemelse backing vocals overweldigen zoals een uitermate hartelijke thuiskomst na een lange, uitputtende afwezigheid. "All my nightmares escaped my head, bar the door, please don’t let them in" zingt Cooper, en alle demonen lijken te worden verdreven terwijl de man je muzikaal inpakt.

"Glory", dat bij momenten aan Sigur Rós doet denken, is het nummer dat je overstag doet gaan. Na een intro die herinneringen oproept aan "Glósóli" en een tempowissel zit je plots middenin een meeslepende popsong, die door een onstuimig einde nogmaals naar de IJslanders knipoogt. Die vertederende uitbundigheid is ook terug te vinden in "Winter Is Coming" dat zich als een warm deken rond je nestelt, en een gevoel van welbehagen oproept dat popplaten veel te vaak ontberen.

Hoewel eigenlijk een eigenzinnige folkplaat, valt Ghost toch te omschrijven als een album dat het midden houdt tussen de muziek die Yann Tiersen voor Amélie Poulin componeerde, en "Jeux D’Enfants" uit Laurent Garniers The Cloud Making Machine. De naïeve, verwonderde sfeer die zich vermengt met akoestische instrumenten en subtiele elektronica komt tot een wondermooie verbinding op dit album. Misschien niet de redding voor het imago van Morr Music, maar dat zal de liefhebber van betoverende, dromerige nummers worst wezen.

E-mailadres Afdrukken
 
Radical Face
Morr Music / http://www.radicalface.com
www.radicalface.com


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST