Banner

Klein Volk

Gulden Onversneden

8.0
Jurgen Boel - 02 mei 2019

Is rock nog steeds het nec plus ultra? Volgens sommige magazines en kranten wel, al haasten ze zich even vaak om het genre opnieuw dood te verklaren, zoals De Morgen onlangs opnieuw placht te doen en daarbij haast schoorvoetend toegeeft, bij monde van anderen, dat er in de marge nog steeds relevante zaken gebeuren die genreoverstijgend relevant en interessant zijn. Toch is er buiten de geïnteresseerde en/of gespecialiseerde kringen weinig aandacht voor, hoogstens wordt er enige lippendienst verleend, met een enkele lovende zinsnede dat verdwijnt in de plooien van de wekelijkse recensies.

altTerwijl in eigen land momenteel vooral bands/artiesten als Balthazar (en diens zijprojecten), The Bony King Of Nowhere en occasioneel bands als The Black Box Revelation op enige aandacht mogen rekenen, geldt dat veel minder voor groepen die bewuster naar een eigen geluid zoeken en daarbij voorbij de conventies kijken. Nochtans leeft er ook in Vlaanderen een interessante onderstroom die zich binnen allerlei genres en stijlen laat opmerken, niet in het minst dankzij kleinere labels als Kraak, Morc, Consouling Sounds en Stroom (zij het dat die laatste vooral naar het verleden kijkt) en sinds kort ook Kort Dag, het label van en achter de eerste release van Klein Volk, de band van Marie Baeke en Wesley Buysse (Public Psyche), die zich met Gulden Onversneden meteen positief laat opmerken en zich en passant inschrijft in de rijke electrogeschiedenis van België.

Op het album dat een klein half uur duurt laten Baeke en Buysse (vervormde) gitaren en piano/synths met elkaar in dialoog gaan waarbij ze de voorbije veertig jaar aan electrogeschiedenis eren zonder deze meteen klakkeloos na te apen of te parodiëren. Het verleent aan de plaat een eclectisch geheel dat evenwel nergens de eenheid doorbreekt maar net opvallend eigenzinnig klinkt. Zo herbergt “Mollusk” industriële en kille klanken die refereren naar de jaren tachtig maar tezelfdertijd eveneens opvallend modern klinken door paradoxaal genoeg voor haast klassiek geworden scifi-elementen te kiezen. Ook in “Rijzen/kneden” valt een duisternis te horen, zij het dat ditmaal voor een onbestemd gevoel gekozen wordt dat via enkele occasionele hogere noten zijn onbehagen extra definieert.

In contrast daarmee staat het bij frivool klinkende “Ongehoord” dat leentjebuur speelt bij de BBC Radiophonic workshop, maar tezelfdertijd weifelt of het niet volop voor jaren vijftig exotica en lounge zou opteren en finaal een geslaagd huwelijk tussen beide creëert. Met “Broodkast” wordt dan weer volop de noir-kaart getrokken waarbij een schuifelende gitaar versterking krijgt van de bastonen uit de keyboards en orgels, terwijl subtiel een aantal scifiklanken in het geheel verworven worden. Het ritmisch pulseren in “Laattijdig” verraadt (eveneens) een voorliefde voor oude synthklanken, maar de houtachtig klinkende percussie en wavegitaar geven het geheel, zoals bij de andere songs, een heel eigen dynamiek die zich niet zomaar laat definiëren.

Bij “Sandwich achter het stuur” is een zekere nostalgie nooit ver weg, in het bijzonder dankzij de jaren zestig/zeventig aandoende sound en doffe percussie die zich gecontrasteerd ziet met een afgemeten gitaar en zo ambieert naar een plaatsje op de soundtrack van een Franse jaren zeventig undergroundklassieker. Het hoogtepunt op het album is evenwel zondermeer “Herfststijlloos” dat het album meteen wagenwijd opengooit en enkele lichtvoetige pianotoetsen laat zweven boven een dromerige onderbouw en bewust dof gehouden fundamenten die samen een dwingend geheel vormen dat meteen de juiste toon zet voor een album dat allerlei richtingen uit zal gaan zonder zichzelf uit het oog te verliezen.

Is “8891” nog volop geworteld in het soort vroege chill out ambient dat zich vaagweg de jaren tachtig herinnert al was het maar via overgeleverde verhalen, dan leidt in “Meewind” de stampende beat aanvankelijk nog de dans. Eens een zich in hogere metaalachtige regionen bevindende gitaar zich er om heen weet te wervelen, krijgt het geheel echter een ijlere sfeer die treffend past bij de lage tonen. “Mooi weer”, dat het album afsluit, kiest tenslotte voor enkele repetitieve klanken, inclusief een nukes keyboard dat meerdere lagen op elkaar stapelt terwijl de gitaar zich op de achtergrond houdt. Het contrast met opener “Herststijlloos” kon niet groter zijn en toch weet het zich perfect op te houden in dat gezelschap, net als de rest van het album overigens. Buysse en Baeke laten dan ook elke song op zichzelf staan zonder ooit het geheel uit het oog te verliezen.

De kans dat Gulden Onversneden ergens tussen de plooien van de muziek zal vallen, is rekening houdend met het feit dat het vooralsnog op een klein en beginnend label uitgebracht wordt, redelijk groot. Het zou echter jammer zijn mocht de plaat, die overigens overal goed ontvangen wordt, niet van die lovende woorden gebruik maken om een breder publiek aan te boren en aan te tonen dat er in Vlaanderen/België ook `in de marge` interessante en boeiende dingen gebeuren. Per slot van rekening heeft België zich op een enkele gitaarrockband na altijd vooral een sterkhouder getoond in elektronische en `outsider-muziek, en het is binnen die geschiedenis dat Klein Volk zichzelf een plaats weet te verwerven. Of om finaal toch maar een broodmetafoor van de plank te halen: iedereen kent al lang de smaak van wit brood, dus waarom eens niet een avontuurlijkere keuze maken en voor een gulden onversneden gaan?

E-mailadres Afdrukken
Tags: Klein Volk
 
Klein Volk

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST