Banner

Weyes Blood

Titanic Rising

8.5
Marc Goossens - 17 april 2019

Aan talent en eigenzinnigheid heeft het Natalie Mering – aka Weyes Blood – nooit ontbroken. Haar eerste platen vielen nog onder de noemers “interessant” en “intrigerend”, maar na jaren schaven en polijsten, fonkelt de ruwe diamant van weleer vandaag feller dan ooit met een knappe plaat vol bedrieglijk charmante liedjes die knipogen naar de jaren zeventig.

alt

Op Titanic Rising bouwt Mering voort op voorganger Front Row Seat To Earth van twee en een half jaar geleden. Pakkende, meezingbare melodieën die meteen blijven plakken, doordachte arrangementen, fraaie koortjes, strijkers, doorwrochte teksten, hier en daar een vleugje ontwrichtende elektronica en bovenal de warme stem van Mering: het zit er weer allemaal in, en het zal ook deze keer heel wat luisteraars van bij de eerste kennismaking bekoren.

Maar schijn bedriegt. Met de songs die ruiken naar de zorgeloze pop uit de jaren zeventig, probeert ze vooral haar angst voor de toekomst van onze planeet en van de mensheid te bezweren. Want er zijn wel wat zaken die Mering geregeld uit haar slaap houden: de milieuproblematiek en de klimaatkwestie, bijvoorbeeld, maar ook het gegeven dat onze planeet stilaan overbevolkt raakt met individuen die – mede dankzij de sociale media en nieuwe technologieën – stilaan vergeten hoe ze met elkaar moeten omgaan op een menselijke manier.

Al die thema’s komen terug in de teksten (en op de hoesfoto) van Titanic Rising, een plaat met een concept waar duidelijk goed over werd nagedacht en waarvan de diepere betekenis zich pas na enkele luisterbeurten openbaart. Maar hoe belabberd de wereld er vandaag ook aan toe is, Mering wil blijven hopen - of beter gezegd: opniéuw hopen en geloven - in een happy end, zoals in de films waar ze als kind zo gek op was.

Mering koppelt haar serieuze teksten over wereldproblemen dan ook niet zomaar aan zoete, majestueuze melodieën die schatplichtig zijn aan de AOR-pop uit de jaren zeventig. Hoewel ze toen nog lang niet geboren was, moet dit naar haar gevoel een periode geweest zijn waarin het leven nog op een Walt Disney-film leek, en waarin mensen nog ongebreideld konden en mochten hopen en dromen. Daar wil ze door middel van haar muziek weer naartoe.

De eerste vier liedjes klinken behaaglijk en warm. Als je niet beter wist, zou je zelfs kunnen denken dat het hits zijn van veertig jaar en langer geleden, maar de eerste regels van “A Lot’s Gonna Change” nemen alle twijfels weg: “If I could go back to a time before now / Before I ever fell down / Go back to a time when I was just a girl / When I had the whole world / Gently wrapped around me / And no good thing could be taken away”. Die duik in het verleden wordt ook mooi weergegeven aan het begin van de plaat: gedurende enkele seconden hoor je ijzige, futuristische synthesizerklanken, daarna pas ontvouwt zich de grandeur van het tijdloos klinkende klavertjevier “A Lot’s Gonna Change”, “Andromada”, “Everyday” en “Something To Believe”.

De muziek van het openingskwartet verzinnebeeldt de onschuld van haar zorgeloze kindertijd, toen Mering zich zoals zovelen liet bedwelmen door de romantiek van de film Titanic. De grote ontnuchtering zou pas jaren later volgen met An Inconvenient Truth, de verontrustende documentaire van Al Gore over de opwarming van de aarde. Mering legt meteen een verband tussen beide films. De Titanic – symbool voor menselijke hoogmoed – vaart te pletter tegen een ijsberg, die mettertijd zelf zal wegsmelten, weer door toedoen van de mens.

De ontnuchtering en het besef dat het leven dan toch geen sprookje is, zorgt ook op de plaat voor een ommekeer, om te beginnen met het korte, instrumentale titelnummer. Wat hierna volgt, is minstens even sterk als de eerste plaathelft, maar klinkt veel bedaarder en melancholischer. In “Movies” – klaaglijke stem, in elkaar vloeiende synthesizerlijnen en naar het einde toe een beat als een hart dat veel te snel slaat – en in het duistere “Mirror Forever” zijn de zonnige jaren zeventig zelfs heel ver weg. In “Wild Time” (vooral in dat bloedmooie refrein) komt de zon er dan wel éven door, maar dat vloekt dan weer met de weinig opbeurende tekst. Pas in “Picture Me Better” (stem, akoestische gitaar, orgeltje, strijkers) gloort er weer hoop aan de einder, waarna afsluiter “Nearer To Thee” die hernieuwde hoop bezegelt met een korte herneming van de strijkers uit het openingsnummer en de cirkel weer rond is.

Tien nummers lang zeilt Natalie Mering van kinderlijke naïviteit over ontnuchtering en angst weer naar hernieuwd geloof en hoop op een happy end. Terug naar af, zou je met een beetje slechte wil kunnen denken, maar dat is het hem nu net: als we allemaal weer zoals vroeger iets hadden om op te hopen, van te dromen of in te geloven, zou dit al geen mooi begin zijn om van deze wereld weer een betere plek te maken?

Op 4 mei speelt Weyes Blood op Les Nuits Botanique.
E-mailadres Afdrukken
 
Weyes Blood

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST