Banner

Lucy Rose

No Words Left

9.0
Marc Goossens - 10 april 2019

‘Gewoon’ mooie liedjes schrijven en hopen dat die een gevoelige snaar raken bij de luisteraar. Dat doet Lucy Rose nu al een half leven lang en daar wordt ze steeds beter in. De liedjes op No Words Left zijn zelfs zo goed dat ze niet langer verpakt moeten worden in verhullende arrangementen om te bekoren. Haar vierde plaat is dan ook niets minder dan een juweeltje.

alt

Niet dat de 29-jarige Engelse tegenwoordig blaakt van zelfvertrouwen. Voor deze plaat is ze diep gegaan, erg diep zelfs. Er kwamen tijdens het schrijfproces zoveel onvermoede angsten en twijfels naar boven, dat ze -- naar verluidt -- na de opnames op zoek is gegaan naar een therapeut. Dat No Words Left niet meteen de zonnigste plaat is die u dit voorjaar krijgt voorgeschoteld, hoeven we er dus niet bij te vertellen.

Nochtans gingen er geen grote drama’s of onverwerkte trauma’s aan vooraf, eerder een onbestemd maar alomvattend gevoel dat bedwongen moest worden. Al te zeer en veel te lang worstelt Rose met het gevoel gekneld te zitten in een keurslijf: dat van vrouwelijke singer-songwriter en van vrouw tout court in de huidige maatschappij (de lat ligt nog steeds niet gelijk, verre van), maar ook – en niet in de laatste plaats, blijkbaar – dat van echtgenote in een soms beklemmend huwelijk. Of, zoals ze zingt in “Pt. 2”: ”This time I'm looking out for me / Till I'm whole again”.

Het contrast is groot met haar beginjaren, toen ze haar indiefolk nog vrolijk koppelde aan aanstekelijke gitaarpop. Like I Used To (’12) en Work It Out (’15) bulkten van de fraaie, ambachtelijk in elkaar gezette folkpopliedjes en deden het uitstekend in eigen land. Rose kreeg niet alleen lovende kritieken, ook collega-muzikanten werden op slag fan. Ze leende haar stem meermaals aan de vrienden van Bombay Bicycle Club, maar mocht ook samenwerken met Manic Street Preachers en Paul Weller.

Een ommekeer volgde in 2016, toen ze besloot een aantal zekerheden overboord te gooien en het heft in eigen handen nam. Eerst zette ze een tournee in Latijns-Amerika op poten - zonder inmenging van managers of boekingsagenten, maar in samenwerking met de vele fans die ze daar telt. Na haar terugkeer ging ze ook nog eens weg bij Columbia, de platenmaatschappij die haar weliswaar financiële maar geen artistieke vrijheid garandeerde.

Something’s Changing (’17), haar eerste wapenfeit voor het onafhankelijke Communion Records, liet meteen een meer ingetogen en authentieke Rose horen (al zou er later nog wel een digitale versie verschijnen met poppy, dansbare remixes). Die lijn wordt nog verder doorgetrokken op No Words Left: waar de vorige plaat nog neigde naar stemmige kamerpop met voldoende speelruimte voor de gastmuzikanten, is dit een zeer intieme, maar tegelijk intense en vooral directe plaat geworden.

Meer dan ooit staan de teksten en de stem centraal. Hoewel Rose zowat het hele spectrum bestrijkt tussen Joni Mitchell en Karen Carpenter, klinkt ze toch vooral als zichzelf. Ze wéét dat ze een soepele stem heeft, maar maakt daar nergens misbruik van. Geen woeste vocale uithalen die vensters doen sneuvelen dus, of van die gekunstelde, hese fluisterstemmetjes die sommige chanteuses weleens aanwenden om zichzelf te presenteren als onschuldig, lieflijk kindvrouwtje.

Zoals steeds begeleidt Rose zichzelf op gitaar of piano, maar deze keer zijn haar snaren- en toetsenpartijen opvallend sober. Vaak zijn het maar enkele noten die dan ook nog eens -- als in een loop bijna -- herhaald worden. Het werkt; het zorgt voor een zekere rust, maar tegelijk geeft het de zang ook de nodige vrijheid. Natuurlijk zijn er ook nog andere instrumenten te horen, zoals elektrische gitaar, strijkers, houtblazers, (contra)bas, orgels, synthesizers en percussie. Zij opereren echter – letterlijk – op de achtergrond: ze komen en gaan, brengen textuur aan in de liedjes, en benadrukken de melodieën en de zanglijnen.

Of dit nu folk, klassiek singer-songwriterwerk of akoestische pop genoemd moet worden, vinden we van ondergeschikt belang. Dit is gewoon héél erg goed, en liedjes als pakweg “Solo(w)”, “Treat Me Like A Woman”, “Nobody Comes Round Here” en “Save Me From Your Kindness” maken ondanks hun niet mis te verstane titels en dito teksten van deze wereld toch heel even een betere, aangenamere plaats. Rose wil zeggen waar het op staat maar dan op een menselijke manier, en ook dat zorgt ervoor dat dit een warme plaat is.

“It feels pretty exposing to be this open but I wanted to, in case anyone out there is feeling the same,” zo tweette ze nog vorige week. Het was dus niet alleen de bedoeling om met zichzelf in het reine te komen, ook de luisteraar mag er wat aan hebben. Mooi, heel mooi, vinden wij dat. Net zoals No Words Left dus, maar dat had u intussen al wel begrepen.

Lucy Rose speelt op zaterdag 4 mei in de AB Club. Er zijn nog kaartjes. Wanneer u plechtig belooft uw straffe verhalen te bewaren voor na het optreden en niet door de liedjes heen kwebbelt, bent u van harte welkom.

E-mailadres Afdrukken