Banner

The Dream Syndicate

How Did I Find Myself Here?

8.5
Guy Peters - 11 september 2017

Jarenlang dachten we dat het niet meer ging gebeuren. Maar kijk, 29 jaar na The Dream Syndicate hun vierde en laatste studioplaat is er nu die vijfde lp. Een ouderwetse: acht songs in 45 minuten. En hij brengt vooral goed nieuws. Heel goed nieuws.

Het was nochtans even twijfelen. Dat concert van vier jaar geleden was prima, maar zeker geen belevenis die in ons geheugen gegrift staat. Daarvoor waren de indrukken die de albums ons bezorgden gewoon te sterk, net als de concerten die we Steve Wynn doorheen de jaren zagen geven met zijn bands. Dat was doorgaans hard en bevlogen, ging tot op het bot. The Dream Syndicate was daarvoor nog te veel op zoek naar die klik. Die is er nu duidelijk gekomen, al moesten we ‘m zelf even zoeken. Wat bij een eerste beluistering – toegegeven, aan een laptop – leek uit te draaien op een weinig verheffende plaat (“dan toch nonkelrock?”), kreeg dankzij een koptelefoon en een forse zwik aan de volumeknop een heel andere betekenis.

The Dream Syndicate had de lat in 1982 al hoog gelegd met The Days Of Wine And Roses, een van de grote debuten uit de gouden periode van de gitaarrock, een plaat die bestond uit gelijke delen espressonervositeit, noir literatuur en The Velvet Underground, en dat waarmaakte met een onwaarschijnlijke cool. Gaandeweg kreeg die echter een andere vorm. De band kreeg onvermijdelijk de klank van het decennium, ruilde de stedelijke weerspannigheid in voor een gezapiger geluid en leek plots wat minder uniek. De songs van Wynn & co. waren nog altijd uitstekend (“Merrittville”, “Boston” en “The Side I’ll Never Show”), maar het was gewoon een andere band geworden, zij het eentje die met zijn afscheidsrelease, het fantastische Live At Raji’s, tekende voor een van de meest bevlogen livealbums van z’n tijd.

Anno 2017 worden stichtende leden Wynn en drummer Dennis Duck vergezeld door bassist Mark Walton (die erbij kwam na tweede plaat The Medicine Show) en Jason Victor, snarengeselaar uit Wynns Miracle 3. Eigenlijk sluiten stijl en geluid sterker aan bij wat Wynn in zijn solocarrière liet horen dan bij de vier Syndicate-platen. De psychedelische toets, memorabele melodieën en potige sound doen denken aan Sweetness And Light (1997) en Northern Agression (2010), terwijl de rootsresten plaats ruimden voor rechtlijnige structuren in songs die regelmatig lekker voortdenderen met de blik star op de einder gericht. How Did I Find Myself Here? is gemaakt voor nachtelijke ritten over verlaten autostrades, bij voorkeur met een ouwe Chevy.

“Filter Me Through You” en “Glide” zijn vintage Wynn: catchy en classy rock met een dieprode, romantische schijn en een breedbeeldweidsheid. In het eerste zorgt toetsenist Chris Cacavas (ex-Green On Red) samen met de gitaristen voor een licht-psychedelische weemoed, terwijl Wynn (nog altijd een gruwelijk onderschatte ritmegitarist) en Victor (een gitaarmonster) vooral uitblinken in textuur en complementariteit. “Glide” zet dat repetitieve nog wat sterker in de verf, zet stapsgewijs in op extra lagen en sonische densiteit. Het resultaat is een grandeur die blijft rollen en rollen met een filmische flair en noir-toets die zo weggrepen is bij Wynns maatje George Pelecanos.

Het is pas dan dat het album écht losbarst. “Out Of My Head” steekt het vuur aan de lont met een bonkig stompende ritmesectie en een eerste freakout van Victor. Nog beter: “80 Seconds”, dat van start gaat met een potige baslijn en vervolgens – na amper acht seconden – een brute kopstoot van twee gitaren als doodseskader levert. Het is hier dat je de withete intensiteit voelt van die eerste plaat en van de concerten die Wynn & The Miracle 3 speelden na de release van solomeesterwerk Here Come The Miracles. Dat waren niet zomaar shows om suf wat liedjes te spelen, maar snarenfestijnen op leven en dood door bloedbroeders die voor elk concert hun verbond bezegelden. Een album zal natuurlijk nooit een volwaardig alternatief zijn voor de concertervaring, maar de synergie is bijna tastbaar en er hangt een geur van opwinding in de lucht. Zeker bij “The Circle”, de song die ons finaal overstag deed gaan en thuishoort in het rijtje klassiekers met “Death Valley Rain”, “Smash Myself To Bits” en “Amphetamine”.

Het is een song waar menig songwriter een arm veil voor zou hebben. Een van de intensiteit stijf staande brok rock-‘n-roll van de soort waarvan soms beweerd wordt dat die niet meer bestaat, maar die hier wel goed is voor een domme grijns en gebalde vuisten. Ook de kloeke titelsong, elf minuten virtuoos in rondjes draaien, staat nu al aangestipt als mogelijk livekanon. The Dream Syndicate had met “The Days Of Wine And Roses” en “John Coltrane Stereo Blues” al twee epische oplawaaien in de aanbieding die konden uitgroeien tot vrijevorm-waanzin, iets dat mogelijks ook gebeurt met deze jam. Met een been op de Peter Green/Hendrix-as, en het andere in de as die loopt van Lifetime naar de Miles van Fillmore, is het goed voor een vette stadsfunk waarin de combinatie van die twee gitaren met Cacavas’ fuckende toetsen onweerstaanbaar vuil klinkt.

Blijft nog over: kortverhaal-in-songvorm “Like Mary”. Muzikaal misschien nuthin’ fancy, maar sfeervol, beheerst uitgevoerd en prachtig verhalend, zoals Robert Fisher dat kon bij Willard Grant Conspiracy. “Kendra’s Dream” is het slotmantra, terend op een hartslagbas, met een hoofdrol voor de parlando voordracht van originele bassiste Kendra Smith. Het meisje van “Too Little, Too Late” heeft plaatsgemaakt voor een vrouw met 35 jaar ervaring en een grove korrel in de stem. Mooi hoe de band rond haar in het gareel gehouden wordt, maar toch werkt aan die droom op hoog volume. Een prachtig en gepast einde voor een album dat niet echt vooruit blikt, maar ook geen herhalingsoefening is. Als How Did I Find Myself Here? al iets bewijst, dan is het wel dat Wynn een van de meest consistente en onderschatte songwriters van de voorbije decennia is en dat The Dream Syndicate opnieuw een échte band is. De hip priests doe je hier geen plezier mee, maar fuck ‘em. Het podium, daar waar structuren verbogen, regels gebroken en intensiteitsniveaus in het rood gejaagd worden, lonkt.

The Dream Syndicate speelt op 3 november in Het Depot.

E-mailadres Afdrukken