Banner

Tom McRae

Ah The World! Oh The World!

5.5
Maarten Langhendries - 08 september 2017

Tom McRae is een ouder en wijzer man geworden. Bedaarder. Spijtig, want zijn beste nummers maakt hij nog steeds wanneer bitterheid het roer overneemt.

Tom McRae heeft een probleem. En dat probleem zijn zijn fans. Niet dat er iets mis is met hen: ze tonen een loyaliteit en generositeit (zeker op concerten) die een zeldzaamheid geworden zijn in onze huidige muziekcultuur. Het probleem is eerder dat Tom McRae tegenwoordig met zijn muziek vooral een soort kampvuur wil aansteken voor zichzelf, zijn fans en zijn band. Maar die knuffelige "vrolijke vrienden"-sfeer is niet waarom wij ooit fan van de man werden. McRae wil een soort weemoedige vaderfiguur zijn, een bebaarde vriend die altijd wel een whiskyfles en gefluisterde wijze raad heeft klaarstaan. Dat mag, maar heeft er wel voor gezorgd dat zijn nummers geen zinnen meer bevatten als "If hell is in the detail/ I'm a microscope", "You think you're cursed/ it's what you deserve" of "If it don't end in bloodshed dear/ it's probably not love". Dat op zijn platen geen brokken melancholie als "You Only Disappear", "Summer Of John Wayne" of "Alphabet Of Hurricanes" meer te vinden zijn. Die heeft McRae ingeruild voor een huiselijkheid die niet weet te overtuigen en soms te artificieel overkomt.

Op Did I Sleep And Miss The Border was die gemoedelijke sfeer al definitief aan het overwinnen, en dat is op deze nieuwe Ah The World! Oh The World! (een citaat uit Moby Dick, maar dat maakt het niet minder een vreselijke titel) niet anders. Verschil is dat die eerste muzikaal in het teken stond van een bombastischer, Amerikaanser geluid, het resultaat van opnames met zijn nieuwe band. Voor zijn achtste album kleurde McRae alles alleen in, geïsoleerd in een hut in Noorwegen en een huis in de bossen van Catskill. Het resultaat is de meest lo-fi plaat die de Brit al maakte. McRae lijkt voortdurend recht in je oor te zingen, wat wel een verademing is tegenover de afstandelijkheid die de groots opgezette band tot resultaat had. In veel nummers is de instrumentatie beperkt tot een minimum, bijna zoals op dat fantastische debuut.

Anderzijds heeft dat tot gevolg dat de grens met saaiheid af en toe gevaarlijk dichtbij is en dat de soms zwakke teksten nog meer opvallen. Je voelt bij Tom McRae nog wel de noodzaak, maar je krijgt niet meer het gevoel dat je iemand muziek hoort maken die zou springen als hij het niet zou doen. Volgens McRae zelf schreef hij de nummers vooral om de krankzinnige wereld van vandaag een plaats te geven. Ah The World! Oh The World is inderdaad vanuit een persoonlijker standpunt geschreven dan zijn vorige platen, maar de teksten blijven helaas vaak te soft en te oppervlakkig, zéker voor een wereld als vandaag.

Daarbij zijn het de songs uit de "Noorse periode" (ruwweg de eerste helft van de plaat) die nog het meest overtuigen. "Light A Fire In The Darkness" bevat elementen uit ambient, met een gitaar die stottert en stamelt. Een twijfelende Tom McRae weet niet of hij zichzelf bij elkaar moet rapen of moedeloos moet worden. De aangrijpende zangpartij trekt je finaal de streep over. Ook "Show Them All" – dat mooi opbouwt maar in zijn eigen voet knalt met een zwak refrein (niet in het minst door de zinsnede "I lost my soul yesterday") en een lullig koortje waar de zanger de laatste jaren nogal vaak naar teruggrijpt – en "Mend Your Heart" bevatten delicate schoonheid. Zeker die laatste doet denken aan de intiemere momenten op All Maps Welcome (genre "Still Lost") en weet precies de balans tussen strijkers en zang te vinden. Met minimale middelen bereikt McRae een maximum aan melancholie.

Uiteindelijk halen geen enkele van deze nummers echter echt het niveau van vroegere platen. Zelfs The Alphabet Of Hurricanes en From The Lowlands bevatten pareltjes die je nog jaren kon meenemen, ook al moest je er een paar stinkers bijnemen. Elk van zijn oude klassiekers zou echter de neus optrekken voor de songs van Ah The World! Oh The World, zeker wanneer de kwaliteit in deel twee finaal naar beneden gaat. "Forgive Me Dear" heeft goeie intenties maar vervalt spijtig genoeg net in saaiheid. Bovendien: willen wij iemand die ooit " If songs could kill/ this one's for you" spuugde, "Forgive me dear" horen zingen in een refrein? Afsluiter "Lucky Man", ondanks de mooie melodie, lijdt aan dezelfde bloedarmoede en illustreert misschien nog het best hoe McRae de laatste jaren zijn angel verloren heeft. Naar de functie van "Coyote" zijn wij nog altijd aan het zoeken, de titelsong is zowel muzikaal als tekstueel – "Father forgive me the sin of hopelessness", serieus? - even tenenkrullend als zijn titel. "Never Time Enough" en "None Of This Really Matters" zijn niet écht slecht, maar laten je door hun vrijblijvende instrumentatie en tekst de helft van de tijd toch vrij siberisch. Al deze songs ruilen hun potentieel in voor de zangers soft "vrienden onder elkaar"-sfeertje.

McRae zelf zegt dat hij weigert achterom te kijken en niet wil blijven hangen in oude gevoelens. Dat is nobel en begrijpelijk. Maar misschien zou het in zijn geval wel eens de moeite lonen om even te herbronnen, zijn oude platen nog eens boven te halen en te herontdekken waarom hij toen als een van de meest beloftevolle singer-songwriters van zijn generatie gold. Kampvuurmuziek is er al genoeg, in intelligent vitriool gedipte pennen helaas veel te weinig. Hopelijk heeft McRae nog een potje van zijn zwartste inkt achter in een kast staan.

E-mailadres Afdrukken