Banner

D.R.I.

But Wait… There’s More EP

Guy Peters - 28 juni 2016

En ze blijven maar komen, de oude rukkers van de 80’s hardcore. Nadat Britse pioniers Discharge en Extreme Noise Terror van zich lieten horen met hun beste en (vooral) meest furieuze werk in jaren, is nu ook het legendarische thrashcoregezelschap Dirty Rotten Imbeciles van de partij, met een eerste echte release sinds langspeler Full Speed Ahead uit 1995 (!). En die laat horen dat ook deze band terugkeert naar zijn roots.

Opvallend is dat D.R.I. blijkbaar nooit ophield te bestaan. De band kreeg de voorbije twee decennia te maken met wat tegenslagen, zoals de darmkanker van gitarist Spike Cassidy (en de hartverwarmende respons die een inzamelcampagne opleverde), maar ging wel regelmatig de hort op met concerten die steeds iets meer hadden van een rondje nostalgie. Een beetje jammer, maar de band maakte in de jaren tachtig dan ook behoorlijk wat indruk met zijn semichaotisch gerammel. Debuutrelease Dirty Rotten EP (later omgevormd tot … LP, 1983) en langspeler Dealing With It (1985) bezorgden de band even het label van ‘snelste band ter wereld’ en peetvaders van de toen nieuwe crossover.

Het was een periode die achteraf bepalend zou blijken voor de punk én metal. De eerdere generatie Amerikaanse hardcorebands ging na de pioniersjaren ofwel imploderen ofwel al snel andere oorden opzoeken. Terwijl Black Flag vanaf 1982 gaandeweg steeds trager ging spelen en inspiratie opdeed bij Black Sabbath, nam een nieuwe generatie de ‘kort & snel’-regels ter harte met nieuwe agressie (en soms een irritant machismo, die ook ten grondslag lag aan de nieuwe variant die school maakte in en rond New York) en een sound die de vlugge hardcore vermengde met metal. Crossover was geboren en werd door de hulp van o.m. Suicidal Tendencies, S.O.D. en (de vroege) Corrosion Of Conformity, even het coolste geluid van de punk en metal.

Terwijl het ook leidde tot wat bands die varieerden zonder te innoveren (Crumbsuckers, Wehrmacht), zou het genre echter ook van grote invloed zijn op de nieuwe generatie speed- en thrashmetalbands. Geen Slayer, Cryptic Slaughter of Anthrax zonder het voorbereidende werk van D.R.I.. Zelf ging de band ook steeds meer de richting van de metal uit, met songs die complexer, heel wat trager en langer werden. Het drieluik Crossover, 4 Of A Kind en Thrash Zone behield de identiteit van de band, maar omdat de metal af te rekenen kreeg met een gouden generatie, leek D.R.I. ineens achter de feite aan te hollen, in plaats van andersom. Het leidde tot een creatieve dip die de band nooit meer te boven kwam. Niet echt.

Met But Wait… There’s More doet D.R.I. zo’n beetje wat Discharge en Extreme Noise Terror deed – terugkeren naar de gloriedagen en de muziek waar hij naam en faam mee verwierf, maar terwijl de Britten een tandje bijsteken en door een moderne productie nog een pak zwaarder en agressiever klinken dan dertig jaar geleden, lijkt het alsof de tijd compleet stil bleef staan bij de Texanen. De hoes is nog steeds op maat van puberale herrie, en met Bill Metoyer – producer van hun drieluik – opnieuw aan boord, lijkt het alsof de voorbije kwarteeuw nooit plaatsvond. Kurt Brechts even herkenbare als schreeuwerige praatzang ligt er enorm dik op, de ritmesectie klinkt alsof hij in de eigen garage opgenomen werd, en de gitaren van Spike Cassidy pakken uit met een ouderwetse stofzuigersound. Leg het voor aan eender wie opgroeide met 80’s crossover, en ze zullen je vertellen dat het in die periode opgenomen werd.

Kortom, stilistisch neigt het naar de vinnige exploten van Dirty Rotten LP en Dealing With It, al worden deze keer geen snelheidsrecords gebroken en blijven ook de écht memorabele songs - van het kaliber van “Violent Pacification” of “I Don’t Need Society – achterwege. “Against Me” vertrekt vanuit dat gekoesterde ik-tegen-de-rest-gevoel, maar heeft weinig toe te voegen aan een reeks voorspelbare akkoorden, terwijl “Anonymity” en (vooral) “As Seen On TV” uitpakken met standaard hakpartijen en het tweede met een flauw kutrefrein. Het vuur geraakt pas echt aan de lont met “Mad Men” en “Couch Slouch”, maar dat zijn dan ook… nieuwe versies van songs op Dealing WIth It (die laatste stond zelfs al op een 7” single uit 1984), die lang niet zo snel, gezond rommelig en manisch klinken als de oorspronkelijke versies.

Je kan je dus afvragen in hoever dit eigenlijk wel kan tellen als teken van leven (een hele hoop blabla van ons voor niks), want de drie nieuwe songs, die live al even mee gingen, hebben niks toe te voegen aan het oudere werk. Het ziet er dan ook naar uit dat D.R.I. weinig gaat bijdragen aan het hedendaagse aanbod en vooral een rol te spelen heeft in het festivalcircuit. Het is te hopen dat ze daar op waarde geschat worden, want het sympathieke bandje uit Houston verdient het ondanks deze tegenvaller niet om zomaar een voetnoot in de muziekgeschiedenis te zijn.

E-mailadres Afdrukken
Tags: D.R.I.
 
D.R.I.

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST