Banner

Keith

Red Thread

Alexander Cornet - 19 september 2006

We hebben The Futureheads. Er zijn The Killers. En The Bravery. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is staat nu ook Keith vol urgentie op onze deur te bonzen, vastbesloten zich een gang naar onze hersenen te wurmen.

Aargh, de eighties. Een periode die wij uit verhalen kennen als één lange crisis. Werkloosheid, onvrede en slechte feestjes met dito muziek. Godzijdank was er nog de doorbraak van Whitney Houston om de boel een beetje recht te trekken.En ook dit decennium is al sinds zijn prille begin bevrucht met een sfeertje van angst en terreur. Twee vliegtuigen en twee torens, — u kent dat verhaal — meer was er niet nodig om de dag van vandaag aan het wankelen te brengen. En ook muzikaal klinkt die mondiale terreur-teneur door: de laatste restjes naïviteit en onbezorgdheid zijn verdwenen, en bewegingen als pakweg de new weird folk krijgen door cynische bobo’s zelfs het prefix anti opgestempeld, als in tegen-tijds.

Keith, vier lads uit Manchester die elkaar op een producerscursus tegen het lijf liepen, is wederom zo’n nieuwe eighties-adept, die het voornamelijk van een synthesizer moet hebben. In zo goed als elk nummer krijgt hun toetsenstrijkplank een prominente rol. En dat het geheel daardoor niet onmiddellijk belegen gaat klinken, hebben de heren enkel te danken aan een goede raad uit een hoe-kook-ik-gezond-boek, zijnde: biedt genoeg afwisseling in hetgeen gij serveert. Zo moeten we dus ook die Red Thread uit de titel begrijpen: Keith is op dit album zélf de rode draad door zijn variatie aan stijlen. Wij horen achtereenvolgens Bloc Party ("Back There"), een update van The Smiths ("Hold That Gun"), dance rock à la The Rapture ("Mona Lisa’s Child") en britpop in de trant van Doves ("Unsold Thoughts"). De karakteristieke stem van zanger-toetsenist Oliver Bayston, zorgt er echter voor dat Keith aan het eind van elke rit terug op eigen oever beland.

Orgelpunt van de plaat is "Mona Lisa’s Child", met zijn pompende beats en opzwepende refrein, een nummer waarop wij ’s ochtends graag onze turnoefeningen ten berde mogen brengen, maar uiteindelijk ook niet meer dan dat. En voor de slechte verstaanders: er staat misschien wel geen enkele echte miskleun op deze plaat, of het zou het instrumentale en wat stuurloze "The Miller" moeten zijn, maar toch is de plaat als geheel niet zo sterk. Ook al zijn de tracks elk afzonderlijk best in orde, wij voélen niet veel, en na een tijdje verliezen we onze aandacht er ook al eens bij. Het is allemaal al eens eerder gedaan, weet u.

Dit is dus, objectief gezien, lang geen onaardig debuut, maar als u vindt dat u al genoeg tijd in al die Britse bandjes hebt gestoken en nu wel eens zin hebt in wat anders, dan begrijpen wij dat volkomen. Waarom eens geen act met twaalf eskimo’s, een didgerido, een halve dierentuin en een kinderkoor? Dat zou pas vernieuwend en interessant zijn, nietwaar?

E-mailadres Afdrukken
 
Keith
Lucky Number / http://www.keithonline.com
www.keithonline.com

Recensies:
Red Thread

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST