Banner

Daghraven

#1

8.5
Maarten Langhendries - 03 mei 2016

Donkerte, plots. Licht weg, tastende handen. Geen grond, geen steun, geen fundament meer, weggeslagen. Een golfje ruis in een zee van stilte.

Zo leidt Daghraven, waarachter Kevin Imbrechts schuilgaat, u zijn wereld binnen. #1 is immers meer dan een plaat; het is een verhaal, een sage, een afdaling. Dat deed Kevin Imbrechts al op de debuutplaat van Illuminine, zijn andere project. Waar op die laatste echter nog het melancholische licht doorschemerende, is de eerstgeborene van Daghraven een pikzwarte, ijselijke afgrond.

De muziek op #1 balanceert op het kruispunt waar noise, drone en ambient samenkomen. Maar daaronder zit een soort oerstroom die doorheen alle muziek van het onvolprezen Consouling Music meandert. Syndrome, CHVE, Monnik: allen laven ze zich eraan. Authenticiteit die zo niet genoemd mag worden, wegens een te uitgehold en futiel woord. Het is het voortborduren op het verleden zonder oud te klinken, voortborduren op een traditie, maar dan een verleden dat niet per sé aan de realiteit moet beantwoorden, voor zover dat nog mogelijk is. Wel een verleden zoals zij dat aanvoelen en zich inbeelden, een verleden doorkronkelt van inktzwart leed. Maar telkens opnieuw levert dat muziek op die de grond onder je wegslaat.

De meisjes op de hoes staren je strak aan: witte maagdelijkheid tegen een diepdonkere achtergrond. Een leeg huis vol geschreeuw, sporen van oud geweld, een onverwerkte tragedie. Alsof ze net eigenhandig hun wereld verwoest hebben, en het nog grappig vinden ook. Ze trekken je mee, of je nu wilt of niet, leiden met hun frêle handjes. De titels van de nummers (voor zover je op deze plaat van aparte nummers kan spreken) lijken wel uitgesproken door oude, geblakerde mijnwerkers, in het zwart gehulde leeraars en paters en gegroefde werklieden uit vervlogen tijden, die zich al lang neergelegd hebben bij het lot. "Hoort De Engelen Wenen" is het openingsnummer, en de engelen uit de titel (de meisjes op de hoes? Wie zal het zeggen) treuren bittere tranen, gedrenkt in ruis. Als de hemel al bestaat, dan enkel uit donkere wolken. Meteen is duidelijk: op deze plaat is geen hoop te vinden. Tenzij even, in het geklingel op het einde, maar ook dit ademt eerder onheilspellendheid uit.

Daarna: "De Admiraal Heeft Geschoten". Tergend traag komt de drone aanrollen, hij hoeft geen haast te hebben, hij weet dat niets kan ontkomen. Langzaam bouwt het nummer op tot een zinderende finale die je helemaal omhult en mee onder trekt. Op het einde klinkt een vluchtige, krakende stem van een versleten vinylplaat. Hij spreekt voor niemand, want het huis is leeg. Die kleine omgevingsgeluidjes maken de beklemmende sfeer alleen nog maar killer. Het circusgeluidje aan het begin van "De Tand Des Tijds" bijvoorbeeld, dat als de gecorrumpeerde onschuld zelf klinkt. Daarna volgt weer de drone, altijd maar opnieuw. Elk stuk bevat echter net genoeg eigenheid om de aandacht erbij te houden, en zo blijft #1 ondanks de eenvormigheid toch een interessante en intense trip. "De Zon Schijnt Toch Ook Voor U?" bijvoorbeeld, dat zich op de achtergrond houdt tot een roestig mes van een drone binnendringt. "Gedane Zaken Nemen Geen Keer" volgt daarna met een onheilspellende viool, hier en daar wat piepend gekraak, maar sluit toch naadloos aan bij zijn voorganger. #1 is dan ook een plaat om in één keer te beluisteren. Enkel dan kan de beklemming je echt in zijn greep nemen. In de monotonie van de ruis, wat niet hetzelfde is als saaiheid, zit de sleutel van de plaat. Overgave is de enige juiste keuze.

En dan is daar plots "Ten Dans In Het Trandendal", een sober pianostuk dat even rust biedt. Maar tegelijk ook weer niet, want op zijn manier is dit misschien wel het meest beangstigende stuk van de plaat: je ziet de witte meisjes van op de hoes zo achter hun piano zitten, het huis rondom hen is echter verlaten, de (dieprode?) tragedie heeft zich net voltrokken, maar er heeft nog niemand weet van. De noten zijn van geen belang, de sfeerschepping des te meer. "Op De Laatste Rij, Daar Zwijgt Ge Niet" leidt je met zijn overweldigend orgel naar het sluitstuk van de plaat: het zwarte gat dat "Ten Halve Gekeerd, Ten Hele Gedwaald" heet. Één lange stroom, bestaande uit niet veel meer dan een handvol aangehouden drones. De klankverschuivingen zijn minimaal, en toch blijf je bijna veertien minuten ademloos luisteren. William Basinski waar schurend ijzer overheen raspt. Vervolgens stilte.

Is #1 een leuke plaat om naar te luisteren? Nou neen niet echt. Maar dat is de condition humaine ook niet bepaald. Daghraven roept oude demonen op, maar zou evengoed over vandaag kunnen gaan, of over morgen. Gegroefde gezichten zullen er altijd zijn. De donkere oerstroom loopt door, de mens armetierig spartelend daarin. Dat is het gevoel dat Daghraven je geeft, want uiteindelijk zijn we toch allemaal maar een kort golfje ruis in een zee van stilte. Maar in ruis zo mooi als deze gaan wij graag kopje onder.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Daghraven
 
Daghraven

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST