Banner

K’s Choice

The Phantom Cowboy

7.0
Philippe Nuyts - 24 april 2015

Twintig jaar na hun doorbraak met “Not An Addict” en vijf jaar na hun reanimatie met Echo Mountain klinkt K’s Choice levendiger en gewoonweg beter dan ooit.

Na een zeven jaar durend hiaat tekende K’s Choice met Echo Mountain voor een muzikaal ietwat voorspelbare comeback. Dat het album in twee delen was verdeeld (een “harde” en een “zachte” kant) verhulde niet dat de band wat bleef vastgeroest in middle-of-the-road poprock. Want echt “hard” klonk het niet bepaald op (weliswaar goeie) songs als “Come Live The Life” of “Echo Mountain”. Dan is The Phantom Cowboy andere koek.

Na het akoestische Little Echoes en de wat in het schemerlicht gebleven soundtrack Waving At The Sun verkent K’s Choice nu het andere uiterste van zijn sound: noeste rock. Dat de band die extremen opzoekt, is in dit geval een uitstekende zaak. Op platen als Paradise In Me en Cocoon Crash stond die dubbelzinnigheid een gebald, coherent album in de weg. Dat is The Phantom Cowboy absoluut wel: amper een half uur pompende, bijwijlen zompige rock waar geen seconde teveel of te weinig op staat. Dit is een comeback door een grotere poort dan vijf jaar geleden, de buzz errond is navenant.

Daarin is de rol van topproducer en -muzikant Alain Johannes doorslaggevend. Als ouwe getrouwe van Queens Of The Stone Age en Dave Grohl geeft hij deze plaat een voor K’s Choice ongewoon rauwe klank mee – nooit klonk de band zo goed. “Private Revolution” is wat dat betreft de perfecte voorbode: een twee minuten lang gierende song die smeulende bandensporen achterlaat. En die K’s Choice tot hun eigen verbazing weer naar de eerste plaats van De Afrekening katapulteerde, bijna twintig jaar nadat dat gemeengoed was tijdens hun hoogdagen. Dat moet zoet smaken. Toch maar even kijken naar nieuw jong grut op de eerste rijen voor de podia de komende maanden.

En dat hoogste schavot zouden nog een paar songs kunnen bereiken: “Perfect Scar” bijvoorbeeld, een klop op de schouder (“Blijf altijd jezelf”) waar K’s Choice thematisch een patent op heeft (“Believe”, iemand?), met een dijk van een refrein dat een van de beste sollicitatiebrieven naar de radio van het jaar tot dusver is. Want ondanks de grauwe cover en de rauwe klank, blijft dit door karakteristieke zanglijnen en melodieën onmiskenbaar K’s Choice. Al zijn die duidelijk het best gebaat met een rauwere sound. Dat contrast geeft vonken. Nog een toppertje dat het meest uit de band springt: de vuile blues van titelsong “The Phantom Cowboy” dat zomaar op de laatste twee QOTSA-platen had kunnen staan. Dat Gert Bettens Johannes al meteen wou boeken voor een volgende plaat, is dan ook begrijpelijk. “Woman” heeft weer zo’n refrein dat gensters slaat en is hoorbaar door de band met een stevige grijns ingespeeld.

Want dat straalt van deze plaat af: fun en authenticiteit. K’s Choice heeft eindelijk komaf gemaakt met een steriel verwachtingspatroon van in weemoedfondue gedipte poprock dat hen aan het begin van deze eeuw deed besluiten er even mee te kappen. Door platen als deze blijkt nu pas echt welke uitstekende gevolgen zo’n break kan hebben. De band doet nu gewoon haar zin, en alles wat dat oplevert is een mooie bonus. En door nieuwe contacten in Amerika zou dat wel eens meer kunnen zijn dan vijf jaar geleden nog werd verwacht.

Waar vele bands met hun hoogdagen in de jaren negentig vandaag een plaat uitbrengen om live de jukebox van stal te kunnen halen (nee, Blur niet, nee), tekent K’s Choice met The Phantom Cowboy voor een plaat die gegarandeerd enkele hoogtepunten tijdens de set oplevert. En waar vele bands na bijna een kwarteeuw de bocht naar de irrelevantie inzetten, heeft K’s Choice net een van z’n meest relevante platen gemaakt. En later, geef het nog even, misschien wel hun beste. Eentje voor de doorgaans dun bezette categorie “Onverwachte triomf van het jaar”.

E-mailadres Afdrukken