Banner

Kendrick Lamar

To Pimp A Butterfly

9.5
Joey Bougard - 30 maart 2015

Twee jaar na zijn grote doorbraak levert Kendrick Lamar met To Pimp A Butterfly een gedurfd meesterwerk af, waarop de jonge rapper een fris funk- en jazzgeïnfecteerd geluid rijmt met een duizelingwekkend complex persoonlijk verhaal. Het resultaat is een plaat af die even hard inbeukt op het brein als op de benen.

De eerste luisterbeurt van To Pimp A Butterfly is een uitputtende klus. Je wordt overrompeld door een plaat die alle kanten uitschiet. Een plaat die je eerst met swingende funkriedels naar de dansvloer lokt, om je vervolgens om de oren te slaan met pijnlijke zelfreflectie en woeste donderpreken. Een plaat die rauwe stukken jazz, hiphop, funk en soul achteloos in een pot gooit en op een hoog vuur laat sudderen. Weg zijn de radiovriendelijke knallers als "Swimming Pools" en "Backseat Freestyle" van de bejubelde voorganger Good Kid, M.A.A.D. City (2012), nummers die je bij de hand namen en je Kendricks wereld inleidden. Er is geen handleiding meer, geen vrijgeleide richting hitjes. Terwijl je alles laat bezinken, vraagt Lamar het in de jazzy afsluiter "Mortal Man" op de man af: "When shit hits the fan, is you still a fan?"

Dus zet je de plaat af, of je zet jezelf nog eens goed en duwt weer op 'play'. Plots klikt alles wel: de funky melodieën nestelen zich zachtjesaan onder je schedelpan, rap verses worden beluisterd en herbeluisterd, elk woord zorgvuldig opgezogen. “By the time you hear the next pop/the funk shall be within you”, declameert Lamar zelfzeker op de opzwepende vraag-antwoord-funk van "King Kunta", waarin hij als reïncarnatie van 's werelds beroemdste slaaf Kunta Kinte zichzelf al heupwiegend op zijn troon hijst. Voor je het beseft, hang je aan zijn lippen en luister je ademloos naar zijn verhaal.

To Pimp A Butterfly zweet zwartheid uit elke porie, iets wat de intro – de krakende stem van seventies reggaeartiest Boris Gardiner die ons met gerechte rug “Every Nigger Is A Star” toezingt – meteen duidelijk maakt. Lamar schreeuwt in het snoeiharde, militant zwarte hoogtepunt “The Blacker The Berry” dat hij “a proud monkey” is, en rapt in de hilarische bebop jazzimprovisatie “For Free?” de nijdigste verse van de plaat: “Oh America, you bad bitch, I picked cotton that made you rich/ Now my dick ain't free.” Die zit. Ook muzikaal graait Lamar gretig in de rijke zwarte muziekgeschiedenis om zijn verhaal in te kleuren. De mokerharde beats worden bij het huisvuil gezet en een waslijst aan producers en sessiemuzikanten met een r&b- of jazzachtergrond krijgen een vrijgeleide om de plaat zijn ongelofelijk rijk geluid schenken.

De meest uiteenlopende invloeden (P-funk, jazz, ouderwetse boom bap hiphop, neosoul, de cheesy funk van Cameo, reggae) worden uit de stof vergarende bakken achteraan in de platenwinkel gegrist, om vervolgens meesterlijk in elkaar geweven te worden. Al van de door Flying Lotus geproduceerde opener “Wesley's Theory”, waarin George Clinton meeswingt op die ge-wel-dig funky baslijn van basvirtuoos Thundercat, zit de organische feel van de plaat perfect. Hij laat je eerst rustig heupwiegen op de sexy funkballade “These Walls”, om je daarna te laten bumpen tijdens de old school - back to the hood - hiphop van “Hood Politics”.

Waar To Pimp A Butterfly echter zijn grootste kracht toont, is in het complexe en diep persoonlijke verhaal dat Lamar diep in de groeven van de plaat begraaft. Lamar construeert op meesterlijke wijze het verhaal van zijn persoonlijke strubbelingen met roem en succes, maar vertelt ook wat het is om een zwarte man in Amerika te zijn anno 2015, en hoe je dat alles moet ontstijgen. In het funky openingskwartet wijst hij iedereen aan die hem pimpt: Uncle Sam, de muziekindustrie, bazige vrouwen, het getto. Daarna wordt de focus inwaarts verlegd. Lamar heft een gedicht aan – dat hij, zo blijkt in het afsluitende kippenvelmoment “Mortal Man”, aan zijn grote held Tupac reciteert – dat met elk nieuw couplet een nummer over die strijd inleidt: van de verleidingen van het verleidelijke meisje-met-de-hoorns Lucy (“These Walls” en “For Sale?”), over terugkeren naar de hood (het psychedelische “Momma”) en het niet meer kunnen aarden met je homies (“Hood Politics”), tot het plotse inzicht dat de eeuwige jacht naar geld en roem je blind maakt voor belangrijke dingen in het leven (op het prachtige “How Much A Dollar Cost”).

Lamar verwoordt die strijd perfect in tegenpolen “u” en “i”. In de vulkanische freejazz van “u” zit een dronken Lamar in een vreemde hotelkamer te zwelgen in zijn zelfhaat. Hij schreeuwt het uit: “lovin' u is complicated!”, terwijl een saxofoon huilt en de alcohol uit de boxen gutst. Wanneer het triomfantelijke “i” passeert, heeft hij de strijd gewonnen (“I went to war last night”, merkt Lamar droogjes op). “i” is plots niet meer dat dertien-in-een-dozijn papperige souldoorslagje. Hier krijgen we een rauwe, levendige “liveversie” die in de context van de plaat een euforisch mantra van zelfaanvaarding wordt. “I love myself!”, klinkt het, zowel voor Lamar zelf als voor zijn zwarte publiek in Compton. Lamar brengt in tijden van Ferguson en #blacklivesmatter een broodnodige boodschap van zwarte zelfliefde.

Plots valt het grootste puzzelstuk – die gekke albumtitel – op zijn plaats. To Pimp A Butterfly is een parabel, een verhaal over hoe zwarte mannen als Kendrick moeten transformeren van rups naar vlinder, hoe ze hun eigen cocon moeten doorbreken en vrij zijn. Het straffe is dat Lamar daarbij nooit in prekerigheid vervalt. Lamar durft zichzelf immers genadeloos te fileren: hij toont wie Kendrick Lamar Duckworth is, puisten en imperfecties inclusief. Met die haast literaire dimensie verheft Lamar zich tot de grootste verteller van zijn generatie: hij transformeert zijn diep persoonlijke verhalen tot grote maatschappelijke j'accuse's die je bij de keel grijpen. Hij stouwt elk woord, elke verse tot de naad vol met betekenis, verwijzingen en metaforen, die je haast dwingen om te blijven luisteren.

Zelfs dan, in al die tekstuele complexiteit, slaagt To Pimp A Butterfly erin om ook doodweg op de heupen te mikken. Je hebt die context niet nodig om ontzag te hebben voor deze plaat: elk nummer staat als een huis, door elke noot en klank klopt er een hartslag. Deze plaat lééft. Neem nu het door Pharrell geproducete, zonovergoten “Alright”: een mindere ziel zou het heerlijke soulnummertje terstond bombarderen tot hitsingle. Hier zweeft het haast achteloos voorbij, weer een extra verrassinkje in de heerlijke muzikale brij die To Pimp A Butterfly is. Op dat moment vraag je je af waarom je in de eerste plaats zo moest zweten en zwoegen om deze plaat te omarmen. “Is you still fan?” Wees maar zeker.

Kendrick Lamar staat op donderdag 9 juli op Les Ardentes in Luik. Het is zijn enige optreden in de Benelux.

E-mailadres Afdrukken
 
Kendrick Lamar

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST