Banner

Keane

Under The Iron Sea

Philippe Nuyts - 26 juni 2006

De jongens van Keane lopen er niet gelukkig bij. Hun debuut vond in miljoenen huiskamers een warme thuis, maar werd door onder andere het gros van de pers als bakvissenvoer bestempeld. Under The Iron Sea is bijgevolg de klankband bij een zoektocht naar geloofwaardigheid. Maar je zoekt wat je niet vindt, en je vindt wat je niet zoekt.

Ook Keane is een van die -tig bands die vergelijkingen met Coldplay moeten doorstaan. Tja, op debuut Hopes and Fears — een titel die de verwachtingen rond deze opvolger trouwens grandioos samenvat — maakte de piano dan ook de hoofdmoot uit, wat leidde tot kabbelende, bijwijlen mooie maar zeker geen pakkende songs over de keerzijde van de blinkende liefdesmedaille. Het waren songs die vluchtig strelen, terwijl muziek die slaat en bijt littekens achterlaat en dus langer bijblijft. En meer bekoort.

De koorknapen van Keane schuwen echter alle geweld op hun platen, dat blijkt ook uit Under The Iron Sea. Zelf bestempelen ze deze tweede als een donkere plaat, maar laat het duidelijk zijn dat het amper schemert. Toch was de energieke, frisse, zelfs ietwat cynische single "Is It Any Wonder" een aangename verrassing. Even lijkt U2’s "The Fly" een waardige opvolger in de jaren 2000 te krijgen, maar zo ver komt het niet. Keane zou er echter wel bij varen meer zo krachtig uit de hoek te komen.

Een beloftevolle single maakt schuld, en die wordt helaas slechts op enkele nummers ingelost. Zoals op de straffe, en inderdaad lichtjes duistere opener "Atlantic", die fragmenten van "Dollars en Cents" van Radiohead met de laatste minuten van Coldplays "Politik" mengt. Het instrumentale titelnummer "The Iron Sea" voorspelt onweer en doet Keane boeiende en voor hen avontuurlijke wegen inslaan. Maar na "Is It Any Wonder" hollen pianist Rice-Oxley en co terug naar bekend terrein. "Nothing In My Way" is bereid met dezelfde ingrediënten als het hele debuut, net als "A Bad Dream" of het bedroevend flauwe "Crystal Ball", helaas een geheide single die Keanes werk om geloofwaardigheid te creëren tot sisyfusarbeid zal reduceren.

"Leaving So Soon" veinst even Keanes "Clocks" te worden dankzij een knappe opbouw, maar het refrein volgt helaas als een anticlimax. "Hamburg Song" en "Try Again" mikken dan weer onbeschaamd op zakdoeken en op elkaar liefdevol omarmende koppeltjes voor het podium. De leden van Radiohead, vooral drummer Phil Selway en bassist Colin Greenwood, zullen bij het horen van "Broken Toy" ongemakkelijk op hun stoel schuiven, het nummer kruipt onbehaaglijk dicht tegen "Pyramid Song" aan. Niettemin zou het een waardige, ietwat moedige afsluiter geweest zijn door de donkere sfeer en tekst, maar wéér speelt de band op veilig door te eindigen met het kinderlijke, vluchtige "The Frog Prince". Om de vaste schare fans niet te veel af te schrikken en met een goed gevoel uit te wuiven?

Dat alles maakt dat Keane met een paar nummers voor een smakelijk aperitief zorgt, maar dat halflege glas zal de meeste magen onaangenaam hard doen knorren zonder dat de honger gestild wordt. Veel nieuwe zielen zullen er met deze plaat niet gewonnen worden, veel meer zullen ze er ook niet verliezen. Maar voor een ambitieuze band als Keane heet dit stilstaan dan ook achteruitgaan, terwijl ze het toch in zich hadden — en hopelijk nog hebben — om een paar passen vooruit te zetten.

E-mailadres Afdrukken
 
Keane

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST