Banner

Aram Bajakian & Julia Úlehla

Dálava

7.0
Bjorn Weynants - 16 oktober 2014

Uitdagend. Dat is het minste wat je kan zeggen van het nieuwe project van gitarist Aram Bajakian en zijn vrouw, de zangeres Julia Ulelha om stokoude Moravische volksliederen naar het New York van de 21ste eeuw over te zetten.

Nadat Aram Bajakian eerder dit jaar al uitpakte met het sterke There Were Flowers Also In Hell, Bajakians’ versie van de blues, gooit hij het nu over een compleet andere boeg. Dit album vond zijn oorsprong bij de overgrootvader van Julia Ulelha, Dr. Vladimir Úlehla. Die was in het begin van de vorige eeuw niet alleen als bioloog actief, maar ook als muzieketnoloog. Als een Midden-Europese John Lomax verzamelde hij volksliederen in de Moravisch/Slovaakse grensstreek. Vooral in het dorpje Strážnice wist hij veel volkse liederen neer te schrijven die verzameld zijn in een dik naslagwerk. Het is met dit boek dat Julia Ulelha en Aram Bajakian aan de slag gegaan zijn.

Waarschijnlijk denkt u nu iets in de aard van “Moravische volksliederen? Die kelk laat ik aan mij voorbijgaan”. Wel, dan zou u een boeiend en verrassend sterk album missen, zij het eentje dat pas na verscheidene luisterbeurten zijn geheimen loslaat. Voor dit album deden ze een beroep op Shanir Blumenkranz (uit de stal van John Zorn, speelde reeds samen met Bajakian in diens band Kef en op Abraxas) op bas en gimbri (een driesnarige Afrikaanse basluit) en Skye Steele en Tom Swafford op viool.

Opvallend aanwezig op dit album is de weemoedige sfeer. Uit de teksten (die gelukkig vanuit het Tsjechisch vertaald zijn) blijkt een soort Midden-Europese weltschmerz. Op basis van die teksten wordt er dan voor de verschillende liedjes een apart klanktapijt geweven. Vaak ingetogen, maar soms ook hevig met lekkere uithalen.

Opener “Ach, bože muj”, waar Bajakian zowaar een glockenspiel bespeelt, neemt je meteen mee naar lang vervlogen tijden. Eenzelfde melancholische sfeer komt tot uiting in andere nummers (“Aj, Jurenko” met z’n treurende violen of “Nech je pán lebo král”). Op “A ty moja najmilejší” krijgen we een dialoog tussen de eerder traditioneel aandoende zang van Uhlela en het gitaarspel van Bajakian. Over heel het album hoor je de traditie van het Moravische volkslied, maar na een paar luisterbeurten merk je dat de nummers stevig in het heden staan. Het zijn niet alleen de gitaarpartijen van Bajakian die indruk maken, op ”Ej, lásko, lásko” bijvoorbeeld krijgen erg scherp klinkende violen een hoofdrol, terwijl Ulelha zingt over een lang vervlogen liefde.

Hoewel het album over het algemeen eerder ingetogen is en het vooral van de onderhuidse spanning moet hebben, zijn er een paar stevigere nummers. “Hory hucá” is zo’n nummer dat muzikaal refereert naar de waanzin van John Zorn’s Moonchild. Soms (“Mamicky”) lijkt dan weer de geest van The Velvet Underground door het Moravische heuvelland rond te waren.

Met Dálava krijg je een album op je bord dat je in eerste instantie misschien vreemd doet opkijken. Maar als je het een kans geeft krijg je een uiterst originele benadering van de Tsjechische volksmuziek. Als deze dan ook nog eens gebracht wordt zoals op deze Dálava, dan blijkt dat dit album niet zozeer bedoeld is voor suffige muziekacademici dan wel gericht is op muzikale ontdekkingsreizigers.

Het album is beschikbaar in digitale versie en in beperkte oplage op cd via de website website van de band.

E-mailadres Afdrukken
 
Aram Bajakian & Julia Úlehla

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST