Banner

The Raveonettes

Pe’ahi

7.0
Sylvia Eeckman - 24 augustus 2014

In een tijd waarin pop even vluchtig is als een goedkoop snuifmiddel en enthousiast bejubelde nieuwkomers na een succesvol debuut even snel weer in het niets verdwijnen, is het best een noemenswaardige prestatie om het al een decennium lang uit te zingen in dit muzikale landschap. Sune Rose Wagner en Sharin Foo maakten hun intrede met een mix van harde elektrische gitaren, lieflijke melodieën en gitzwarte, soms ironische, lyrics die dwepen met de meer droefgeestige kanten van het bestaan. Dit alles overgoten ze met een royale schep distortion, fuzz en noise om er hun immer stijlvolle handelsmerk van te maken. In de voorbije tien jaar is er niet meteen een groep opgestaan die een betere cocktail mengt met deze ingrediënten. Blijft de vraag: is Pe’ahi onze aandacht waard na het nogal makke Observations?

alt

De naam van het album verwijst naar een beruchte kustplaats op het eiland Maui, bekend om zijn torenhoge golven en populariteit bij getikte durfals en levensmoeë surfers. Die steeldrums en kokosnootbeha mogen echter meteen weer achter de Tikibar worden weggestopt. Het duo, dat al een tijdje in LA woont, liet zich dan wel inspireren door de surf- en skategeschiedenis van Zuid-Californië, het blijft vooral zon, zee en strand met een zwarte rouwrand eromheen. Letterlijk deze keer. Toen Sune’s vader eind 2013 onverwacht het loodje legde, werd besloten de sound en het instrumentarium uit te breiden en te injecteren met nieuwe elementen als een harp, koortjes, staccatogitaren en een digitale bitcrusher die een warmer soort distortion creëerde. Die experimenteerdrang zorgt er in de eerste plaats voor dat de verveling niet te snel op de loer komt liggen. De eerste twintig seconden van “Endless Sleeper” gaan bijvoorbeeld van start met een knipoog naar het debuut van The Doors, maar ergens halverwege vervelt het nummer tot een eerste, prachtig harmonieus en weids klinkend hoogtepunt. De openingszin “I have sand in my shoes and death on my mind” zet meteen de toon voor de rest van het album.

“Sister” wordt gestut door een klassieke hiphopbeat, maar baadt in een jaren ’60-sfeer door de klassieke songstructuur. Het koor en het timide harpgetokkel hullen je eerst nog in een vals gevoel van veiligheid, maar een gesprongen gitaarsnaar zorgde er tijdens de opnames voor dat de boel ontaardde in een fantastische kloteherrie van heb-ik-je-daar. Ook “Z-Boys”, een eerbetoon aan de gelijknamige groep surfers en skaters, wordt in twee gesplitst door na een relaxerende fade-out opnieuw los te barsten in een minutenlange sectie gitaarfuzz. Het spelen met ritmewissels en stiltes mist hier en daar wel wat subtiliteit. Nummers als “Z-Boys” en “When Night Is Almost Done” bezorgen de luisteraar een whiplash en het lijkt alsof men twee of meerdere songs in drie minuten probeerde te proppen. Soms is één goed uitgewerkt idee al voldoende. Dat bewijst onder meer het groovy “Killer In The Streets”, dat zich rustig een weg richting climax werkt en voortschuifelt tot er enkel nog zang en drumcomputer overblijven.

Het is geen geheim dat The Raveonettes een voorkeur hebben voor algemene thema’s als seks, lust, dood, drugs en geweld, maar op Pe’ahi wordt voor het eerst de persoonlijke toer opgegaan. De bittere gevoelens die de ogenschijnlijk problematische vader-zoonrelatie met zich meebracht, komen onder meer tot uiting in “Hell Below”, waarin Sune zich afvraagt of Wagner senior met een ticketje enkele reis richting hel is afgevoerd. In“Kill” (“I saw my dad fuck a redhead whore”) lijkt de zanger bijna een persoonlijke rekening te vereffenen door middel van het opvallend brutale gitaargeweld met een industrieel kantje. Ieder heeft recht op een therapeutische vorm van anger management. Een rechttoe rechtane ballade vinden we niet terug, wat niet meteen betreurenswaardig is. Wagner en Foo zijn immers op hun best wanneer ze rollen en scheuren, niet wanneer ze kabbelend in de branding aanmodderen. Dit wil echter niet zeggen dat er geen rustpunten zijn. Zo is “Wake Me Up” een lekker gezapig ‘onderwaternummer’ waarin de verschillende secties aan elkaar gebreid worden door strijkers.

We stellen ons graag voor hoe de twee bleke Denen met de tenen in het zand naar de glinstering van de Pacifische Oceaan zitten te turen. Hoewel het tempo wat lijziger is geworden, blijft de gekende succesformule duidelijk herkenbaar aanwezig ondanks de vernieuwingsingrepen. Sune’s en Sharin’s stem(lagen) klinken nog altijd zacht, dromerig en bijna apathisch terwijl op de achtergrond kinderlijke ijskarmelodieën van weleer geschraagd worden door een dichtgeplamuurde wall of sound. Een Raveonettes grand cru is het niet geworden en echt veel deining zal Pe’ahi niet veroorzaken (dit is écht de laatste watergerelateerde woordspeling), maar toch zit er nog geen sleet op de sound. Dus graag een fikse ruk naar rechts met die volumeknop en rave on!

E-mailadres Afdrukken
 
The Raveonettes

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST