Banner

Laurel Halo

Chance of Rain

5.5
Giel Cromphout - 13 december 2013

De prominente vocals van mevrouw Halo waren de voornaamste reden dat haar debuut Quarantine de luisteraars verdeelde. Haar zangstijl op die cd is dan ook op zijn minst uniek te noemen, aangezien ze niet zelden enkele meters langs de juiste noot heen schiet. Maar geen reden tot wanhoop: op Chance of Rain is er geen enkele gezongen noot te horen.

Op de cover van Quarantine waren harakiri-plegende Japanse schoolmeisjes te zien, maar nu kiest Laurel Halo voor een tekening van grimmige oude mannetjes die uit hun graf kruipen. De cover is een tekening van haar vader, zo leert een interview. Excentriciteit zal wel iets genetisch zijn. Laurel Halo, een klassiek opgeleide Amerikaanse met een voorliefde voor elektronische muziek, is dan ook verre van een doorsnee muzikante.

Geen avant-garde pop meer op Chance of Rain: Laurel Halo exploreert gretig de donkere variant van clubmuziek waarin ook haar labelgenoten Burial en Ikonika ronddwalen. Stampende techno-ritmes en mistige melodieën zijn de hoofdbestanddelen van deze plaat. Twee jazzy pianostukken die de plaat openen en afsluiten herinneren aan haar muzikale kunde. Na de opening rolt plomp de eerste industriële beat tevoorschijn. Een groezelig “Oneiroi” speelt net als het volgende nummer “Serendip” met vage melodische motieven, maar weigert het achterste van zijn tong te laten zien. Laurel Halo besteedt dan ook meer aandacht aan het klankenpallet en de grimmige sfeer dan aan melodische ontwikkeling. De geluiden waarmee Halo werkt zijn consequent kromme machinale geluiden. Het is perfect mogelijk dat haar muziek een dezer dagen wordt gedraaid in een ondergrondse club ergens in een industriële grootstad.

Die club zal waarschijnlijk gevuld zijn met een wat alternatiever publiek dan de luisteraars die doorgaans postvatten voor de main stage van Tomorrowland. Want ook in de tweede helft van Chance of Rain blijft Halo melodie en momentum mijden. Het knappe tweeluik “Still Dromos” verandert halverwege plots in een soundscape met diepe en warme geluiden. “Thrax” is dan weer zes minuten lang gebonk met harde buitenaardse bliepgeluiden. Interessant om naar te luisteren, dat wel, maar of het geluid van pratende aliens nu werkelijk een straffe song kan worden genoemd, is nog maar de vraag. “Ainnome”, met de meest dansbare beat van het album en af en toe een heerlijke zweem van een melodie, verdient dan weer wel dat etiket.

Is Chance of Rain nu een goed of een slecht album? Waarschijnlijk iets daartussenin. Laurel Halo maakt bewust koppige en moeilijke muziek, maar haar hermetische techno serveert weinig hoogtepunten om werkelijk van te genieten. We krijgen het er koud noch warm van. En Laurel Halo mag dan wel kunstzinnigere muziek maken dan het leeuwendeel van haar collega’s, onverschilligheid kan niet de bedoeling van haar kunst zijn.

E-mailadres Afdrukken
 
Laurel Halo
Hyperdub / Konkurrent / 2013
www.laurelhalo.com

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST