Banner

Halls

Ark

6.5
Jurgen Boel - 23 december 2012

Pathos hoort bij de jeugdige jaren: op geen enkele andere leeftijd kan het lijden van de wereld harder op frêle schouders rusten en daarbij schaamteloos uitgespeeld worden als de meest oprechte en vernietigende emotie. Romantici behoren niet ouder dan midtwintig te zijn, wanneer het echte leven zich nog niet ten volle aan hen geopenbaard heeft en het zwelgen in het eigen (vermeende) lijden nog oprecht klinkt.

Sam Howard, de naam en het gezicht achter Halls, heeft als 21-jarige de perfecte leeftijd voor de gitzwarte romantische plaat die Ark geworden is. Gezwollen liner notes als “I hope you find a source of positivity from within the themes of isolation and death found on the album” doen de plaat eer aan en zetten perfect de toon voor de mix van hooggestemde zang, ijle drumslagen met een dubsteprandje en bovenal veel droefgeestig aangeslagen pianotoetsen en melancholische klanken die meer dan eens flirten met de grens van het toelaatbare. Het is aan het inherent talent van Howard te danken dat Ark nooit lachwekkend wordt maar bovenal een oprechte droefenis uitstraalt.

Hoewel hij te jong is om de New Romantics nog meegemaakt te hebben, heeft de Londense Howard overduidelijk meer dan wat restjes DNA van deze beweging geabsorbeerd. Gekaderd binnen een 21e-eeuws jasje (hier gelukkig geen inspiratieloos herkauwen) wordt de sfeer van weleer opgeroepen met vooral een duidelijke affiniteit voor de emotioneel beladen manier van zingen die in de eerste plaats de hogere regionen opzoekt en regelmatig op het randje van geaffecteerdheid balanceert. Slechts door voluit voor de emotie te blijven gaan en zichzelf daarbij genadeloos bloot te geven weet Howard de camp buiten de deur te houden ten voordele van ontroering.

Het meest opzienbarend en bijgevolg ook gezwollen gebeurt dit in het grootse (en bijna groteske) “White Chalk” dat Howards zwanenzang koppelt aan een koor dat een deel van Mozarts “Ave Verum Corpus" brengt. Het meest opvallende is echter de kille compositie die naast een spaarzaam, repetitief pianospel en een droge percussie occasioneel enkele strijkers toelaat en zo een afstandelijk weemoedige wereld creëert. De overheersende motieven in de song keren overigens terug in “Ark” en “Arc” waar respectievelijk het pianostuk en de koorzang een individuele plaats krijgen. De vooruitgeschoven single geeft perfect de sfeer van de plaat weer, maar heeft vanwege het koor tezelfdertijd een bombast die in de andere songs minder aanwezig is.

Toch valt er nog voldoende schmerz te rapen op de rest van de plaat om elke getormenteerde ziel een tijdje zoet te houden. In het pulserende “I’m Not There” bijvoorbeeld, dat het in de eerste plaats van ambient/trancedrums moet hebben of anders wel het doemdenkende “Shadow Of The Colossus” dat ijle klanken en doffe drums serveert als uitstekende begeleiding voor de weemoedige zanglijnen van Howard, die op het randje van de richel zittend in zichzelf mompelt vooraleer de drum finaal ontspoort in wat live niet anders dan een climax binnen de set kan zijn. Maar eerst moet er gas teruggenomen worden met het beladen “Roses For The Dead” dat niet terugschrikt voor zwaar aangezette strijkers en zang om zijn boodschap over te brengen.

Nog meer duisternis volgt in het zachte “Funeral” dat de drums reduceert tot droge, doffe percussie en daarnaast enkel repetitieve orgeldrones toelaat. Opnieuw wordt met een minimum aan klanken en structuren een song opgebouwd die vooral ten dienste staat van Howards zwanenzang. Het is een formule die overduidelijk werkt, zoals ook treffend aangetoond wordt in “Holy Communion” (inclusief sacrale sfeer) en “Reverie” (zij het dat hier toch voorzichtig van een rockdrum sprake is). Niet geheel toevallig laten opener “I” en het afsluitende “Winter Prayer” zich net daarom van een minimalistischere kant zien waarbij één instrument en één eenvoudige melodielijn zowat de norm zijn.

Getormenteerd is een woord dat Howard als een handschoen past: de jonge twintiger verzwelgt muzikaal in een ongekend lijden en weemoed, maar weet die gevoelens vooralsnog om te zetten in intrigerende geluiden en melodieën. De band met de New Romantics-beweging is nooit ver weg, maar Howard is meer dan zomaar een getroebleerde twintiger met een hang naar nostalgie. Met Ark heeft hij de eerste bouwsteen van een persoonlijk universum neergelegd. Misschien is het album nog iets te eenzijdig om over de hele lijn te blijven boeien, maar eens dat zelfopgelegde keurslijf afgeworpen wordt, kan Howard met Halls nog alle kanten uitgaan.

E-mailadres Afdrukken
 
Halls

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST