Banner

Dark Dark Dark

Who Needs Who

8.5
Tom De Moor - 27 september 2012

Tot tweemaal toe charmeerde dit collectief uit Minneapolis al met hun zelfgeheten kamerfolk, maar tot tweemaal toe glipte een deel van de plaat door de mazen van het trommelvlies. Op hun derde langspeler trekken ze de kinderschoenen uit, maar gaan ze verder door het leven met elegante tred of blijven ze ter plaatse sloffen?

Al enkele jaren beweegt Dark Dark Dark zich op de rand van de indiedoorbraak. Een teerbeminde lieveling van Pitchfork, een graag geziene gast op Amerikaanse televisiesoundtracks, maar nog geen hoogvlieger in naambekendheid. Na het kolkende volksfeest The Snow Magic en de ingetogener opvolger Wild Go werden voor de derde langspeler enkele knopen doorgehakt. Vanaf heden krijgt Nona Marie Invie het alleenrecht op de microfoon en wordt Marshall LaCount tot lid van het achtergrondkoor gedegradeerd. Ook hun muzikaal manifest is bij deze rigider afgebakend: met een breder palet aan invloeden -- met “Tell Me” wagen ze zich zowaar aan hun eerste experiment met rock -- trekken ze een eenduidiger, voller albumgeluid op.

Het titelnummer laat Who Needs Who alvast sterk starten: over naakte pianotoetsen opent Invie de plaat met standvastiger maar nog steeds emotioneel doorbloede stem. Langzaamaan laten achtergrondblazers een warm hart in het nummer kloppen, alvorens een frivole pianoriedel en schelle trompetten het nummer middenin van melancholisch achteropkijken doorsturen naar parmantig voorwaarts paraderen. De twee gezichten van de opener omlijnen de spanningsboog waarbinnen Dark Dark Dark op deze plaat ronddanst.

In plaats van nummer per nummer een zone van dit spectrum te verkennen, laat de band veel van de songs een evolutie an sich doormaken. De fanfare mag nogmaals uitrukken op “Last Time I Saw Joe”, een nagedachtenis gestut op tromgeroffel. De statigheid ervan wordt steeds rijkelijker muzikaal ingekleurd waardoor het afstandelijke relaas gradueel ook een gevoelsmatige dimensie krijgt. Middenin de oase van rust “It’s A Secret” woedt een storm die Invie doorheen een tornado van interne kwelling trekt. Invie zelf heeft haar stem ook meer onder controle dan op de voorgangers, wat alleen maar tot verdere uitdieping van het werk brengt. De theatrale kamerfolksong “Meet In The Dark” voert haar door subtiele toonaanpassingen constant heen en weer tussen lieflijk meisje en waanzinnige obsessievelling. Dit Jeckyl & Hyde-effect zorgt voor een interessante oefening in aantrekken en afstoten. Dit soort geinigheden laat je keer op keer meer voelen bij de nummers.

Niet dat elke song een collectie stilistische experimenten bundelt. De prachtsingle “How It Went Down” schittert in alle eenvoud: een hartverscheurende ballade met een prachtig berustend refrein dat een innerlijk tranendal laat opwellen. Een tranche de vie die je tot in het merg van je botten mee beleeft. Als er ooit enige twijfel zou bestaan om dit album aan te schaffen, laat dit dan het afdoende argument zijn. Die twijfel hoort er sowieso niet te zijn, want met Who Needs Who toont Dark Dark Dark zich als een volwassen geworden groep met een eenduidig, maar daarom niet eentonig eigen geluid.

Dark Dark Dark staat op 1 december in Botanique in het teken van Autumn Falls

E-mailadres Afdrukken
 
Dark Dark Dark

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST