Banner

The Raveonettes

Pretty In Black

Matthieu Van Steenkiste - 11 augustus 2005

Als er één groep is die überproducer Phil Spector nog eens uit zijn isolement had moeten halen, dan was dat niet Starsailor, maar deze Raveonettes. Op hun tweede langspeler schuiven ze de fuzzgitaren nog meer aan de kant om zich nog dieper in hun fascinatie voor de jaren vijftig en zestig te storten. Niet langer klinkt de groep als een prettige update, dit is flauwe na-aperij.

Het is gedaan met de beperkingen: songs mogen gerust langer dan drie minuten duren, alle toonaarden zijn toegelaten, en we geloven dat we hier en daar zelfs eens een cimbaal horen. Alsof het grote kuis is geweest ten huize Sharin Foo en Sune Rose Wagner, is ook de gruizige gitaarfuzz opgezogen ten voordele van een properder geluid.

Gevolg is dat de opwinding die voorganger Chain Gang Of Love teweeg bracht grotendeels verdwenen is. Waar al te veel zoetsappigheid ("Love Can Destroy Everything" past op onze mixtapejes naadloos na iets van Adamo) op die voorganger nog werd getemperd met suizende cirkelzaaggitaren, krijgt meligheid hier de overhand.

Het probleem: met Brill Buildingicoon Richard Gottehrer mee achter de knoppen en gasten Ronny Spector, Moe Tucker (Velvet Underground) en Martin Rev (Suicide) op bezoek, heeft de groep stijf van bewondering haar eigenheid overboord gegooid. Resultaat is een soort pastiche op hun grote voorbeelden waar originaliteit ver te zoeken is.

"Here Comes Mary" is zo hard Everly Brothers dat zelfs Ma Everly het een beetje te herkenbaar zou vinden, "Ode To L.A." moet het wel héél erg van die typische Ronny Spectorstijl hebben. Neen, dan roept "Somewhere In Texas" tenminste nog een béétje het dreigende van de donkere Whip It On-e.p. op.

Het kan er bij momenten immers ook nog altijd op zijn. "Love In A Trashcan" doet het met een likje surf en doet dat vooral extreem aanstekelijk: The Raveonettes op hun best. Ook met een zweem surf én een discobeat gezegend is het dansende "Twilight". "My Boyfriend’s Back", dat de groep leent van Gottehrer, is helaas eerder een dieptepunt.

Pretty In Black is in weerwil van haar titel eerder uitgerust in onschuldige zuurstokkleurtjes. De angeltjes zijn weg. "Perfecte popmuziek", schreven we over Chain Gang Of Love. Dat geldt nog steeds, maar meer dan een perfecte vingeroefening om late fifties/vroege sixtiespop te schrijven naar het voorbeeld van de grote voorbeelden is dit niet. En dat is zinloos. The thrill is gone.

E-mailadres Afdrukken