Banner

Dans Dans

Dans Dans

8.0
Quincy Cloet - 25 januari 2012


Bestov, 2012

Een droom die we steeds hebben gekoesterd, is dat er vroeg of laat een volwaardige psychedelische rockgroep uit de eigen bodem zou verrijzen. Even leek het bij ijdele hoop of een korte vlaag van nostalgie te blijven, maar kijk: daar is Dans Dans. Het zit de groep in ieder geval mee, want op internationaal vlak is psychedelica aan een fabuleuze opmars bezig. Samen met de lange tijd verguisde progrock, is psychedelica een genre dat opnieuw in de lift zit. Jongeren luisteren opnieuw spontaan naar oudemensenmuziek als Cream, Pink Floyd en Jefferson Airplaine, terwijl rijzende muzikanten tegelijkertijd gebruik maken van al dat erfgoed om nieuwe dingen uit te proberen. Dankzij de hybride muziekcultuur van de 21ste eeuw krijgen al die genres een tweede leven.

Dat een trio als Dans Dans daar nu de vruchten van kan plukken, is echter niet alleen het gevolg van toeval of geluk. Met Bert Dockx (Flying Horseman), Fred Jacques (Lyenn) en Steven Cassiers (Dez Mona) achter de instrumenten heb je line-up om van te watertanden én waarvan je ook weet dat ze er iets unieks van zullen maken. Allen hebben ze hun sporen al verdiend in andere settings en bezettingen, maar Dans Dans lijkt op een of andere manier een collectieve jongensdroom die in vervulling gaat (wiens droom moet u zelf uitmaken, ndvr.). Momenteel toert de groep in Vlaanderen met live uitvoeringen van de zes tracks op het debuutalbum (en naar verluidt ook een aantal andere verrassingen). Dans Dans belooft niet enkel een interessante luisterervaring, maar ook een authentiek spektakel te zijn.

Van alle nummers is 'Freedom Suite Pt. 2' ongetwijfeld hetgene dat dichtst in de buurt komt van een live-uitvoering. Luisteraars worden daarbij naar het verleden geslingerd, door een hypnotische basdeun (een soort van continuüm in het nummer), furieuze drumslagen en een ongetemd gitaargeluid die allen enigszins vertrouwd aanvoelen. 'Freedom Suite Pt. 2' heeft diep in zich iets van de melodieuze kracht van King Crimson, maar ook het vleugje exotisme van het Mahavishnu Orchestra (en let bijvoorbeeld ook op het gebruik van vocale samples). Dat het geheel ook niet zozeer aan één genre of stijl valt toe te wijzen, is het resultaat van een melting pot bestaande uit rock, blues, jazz, fusion en psychedelica. Inspiratie troef.

Dat brute en ongeslepen kantje wordt vanaf 'River Man' echter ingeruild voor een meer bedeesde stijl waarbij de klemtoon op een langzame opbouw ligt. Dat vertaalt zich in zachte belletjes op de achtergrond, een minimalistisch basritme en een bloedmooi elektrisch snarenspel dat uit een album van Marc Ribot lijkt weggeplukt. Gitarist Dockx heeft in ieder geval de authenticiteit om dit te doen, maar houdt het ook enigszins onvoorspelbaar (met effecten en allerlei harmonische richtingen). Wat is de eindbestemming van 'River Man'? Het is een vraag die slechts met mondjesmaat wordt beantwoord. Een bestemming die van ondergeschikt belang is aan het onderweg zijn, want het genot zit vooral in het luisteren hoe de muziek langzaam nieuwe hoofdstukken aansnijdt.

Echt onder de indruk worden we pas van 'Waterpoort', dat een soort van fusie is tussen deep rooted blues (opnieuw dankzij samples) en woestijnrock. Dat tweede wordt vooral duidelijk na een opvallende melodieuze wending (op gitaar) rond de tweede minuut. We verlaten op dat moment de delta van de Mississippi en begeven ons naar het Apachegebied. De manier waarop die invloeden versmolten raken - wat tot in de details lijkt georkestreerd - is een indrukwekkende prestatie. Hoewel 'Waterpoort' misschien wat scherpe kantjes mist - een echte uitbarsting had gemogen in plaats van een graduele catharsis - is het zowel een speltechnisch juweeltje als bijzonder genietbare muziek.

Vanaf dan gaat eigenlijk niet meer fout met 'Dans Dans'. Het strakke drumritme en de mysterieuze harmonie van 'El Is a Sound of Joy' zorgen voor onmiddellijke prikkeling, maar daar blijft het geenszins bij. Vooral die plotse melodieuze omwenteling doet ons wederom verstommen: het is ook de gelegenheid waarop Dockx volledig zijn eigen ding begint te doen en met een aantal krachtige solomomenten ons voortdurend blijft geselen (in positieve zin weliswaar). Experiment en noise zijn bij momenten niet zo ver weg, maar geven het geheel nog net dat tikkeltje meer.

'Misterioso' haalt het sterkste in de groep naar boven. Het begint opnieuw met een traag opbouwend continuüm van geluid en ritme, een vleugje exotisme, samengeperst in een geheel dat minutenlang geolied blijft draaien. De keuze van 'ingrediënten' is telkens uitstekend en voorzichtig afgewogen: er zit geen vet aan de muziek, geen overdadige tierlantijntjes. De compositie 'Misterioso' is vormelijk tot een minimum herleid, maar blijft voor afwisseling zorgen en wekt een aardige portie spanning op. En hoewel een eruptie op zich laat wachten, is het plezier van op het puntje van je stoel te zitten, de voornaamste kracht van deze muziek.

Afsluitend nummer 'Languidity' beroept zich op een ietwat andere inspiratie dan zijn voorganger. Het gitaargeluid is vrij scherp en doordringend, terwijl het basritme eerder aan de gezapige kant aanvoelt. 'Languidity' is een donkere ballade waar overgave - van de muzikanten - centraal lijkt te staan. In de sneller lopende stukken hoor je gitarist Dockx op bevlogen wijze spelen, maar krijg je ook een goede indruk van het slagwerk dat Cassiers op de drums verricht. Bijzonder pittig en tegelijk een welgekozen eindpunt van het album.

Wat er precies achter de titel en de groepsnaam 'Dans Dans' schuilgaat, is ons niet geheel duidelijk. Wat we wel weten, is dat het trio nu al een plaats kan claimen in onze eindejaarslijst. Psychedelische rock van eigen bodem, die bovendien ook nog apart en verfrissend klinkt: daar worden we een klein beetje wild van.

http://www.bestov.be/
http://lyenn.net/

http://www.dezmona.com/
http://www.facebook.com/home.php?#!/pages/Flying-Horseman/101093433287262

E-mailadres Afdrukken
 
Dans Dans

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST