Banner

Das Pop

The Game

8.0
An Willems - 06 april 2011


EMI, 2011

Je zou het bijna durven vergeten, maar Bent Van Looy had ook een leven voor hij meedeed aan De (Aller)Slimste Mens ter Wereld en om een voor ons onbekende reden tot stijlicoon werd gebombardeerd. In tegenstelling tot de trends die hij introduceerde - die snor! die te korte broekspijpen! - heeft de muziek van Das Pop de tand des tijds wel altijd met succes doorstaan. De Gentenaar en zijn uit de hand gelopen vriendengroepje worden al drie platen lang op handen gedragen door horden gillende tienermeisjes in hartjesshirts, en daar zal hun vierde langspeler, 'The Game', niet veel aan veranderen.

Op 'Das Pop' was het door perikelen met de platenmaatschappij maar liefst vijf jaar wachten - geduld dat overigens ruimschoots werd beloond - maar nog geen twee jaar later ligt al een opvolger in de rekken. Zelf bestempelt Van Looy 'The Game' als Das Pops "muzikale blitzkrieg; het zat erin en het moest eruit" - de plaat is in amper twee weken tijd opgenomen in de studio van bassist Niek Meul in Stockholm. Dat is trouwens ook aan het resultaat te horen: daarmee niets gezegd over de kwaliteit, maar de spontaneïteit en het spelplezier druipen van het schijfje af. De nummers waarop niet in de handen geklapt wordt zijn op één - ja, wat wil je - hand te tellen en elk laatste beetje winterblues wordt vakkundig weggespoeld.

Single 'The Game' is ondertussen niet meer van Stubru's playlist weg te denken, maar wij zijn hem nog lang niet beu gehoord. Het nummer is uit net genoeg, maar nooit te veel muzikale laagjes opgebouwd en is daardoor zo verraderlijk aanstekelijk dat het je zin geeft in de rest van de plaat. 'Skip the Rope' doet daar nog een schepje bovenop: de intro straalt het eenvoudige kindergeluk van een partijtje touwtjespringen uit, maar daarna barst het nummer helemaal los met een hardnekkige drumpartij die in het refrein nog meer haar weerhaken achterlaat.

Met 'Flowers in the Dirt', 'Yesterday' en 'I Me Mine' telt 'The Game' bovendien drie nummers met dezelfde titel als iets van de Beatles of McCartney solo. "Het bloed kruipt waar het niet gaan kan" volgens Van Looy, maar enkel dat laatste nummer ademt eenzelfde sfeer uit als het Liverpoolse origineel. Net als in de versie van George Harrison, werd Das Pops 'I Me Mine' zowat het muzikale equivalent van de driftbui van een kleuter die een bord spruitjes voorgeschoteld krijgt. 'Flowers in the Dirt' is daarentegen één van de weinige rustigere nummers op de plaat, met toch een opzwepende piano en Brian Wilsonachtige melodieën, en daar waar het 'Yesterday' van de Fab Four een ontstellend ingetogen nummer is, klinkt de gelijknamige song en dan vooral die saxofoonintro hier zo onbeschaamd charmant over the top.

Het hele album is overigens een pak gladder dan we van Das Pop gewend zijn en ook de groep zelf beschrijft 'The Game' als "schaamteloze powerpop met een geraffineerd kantje". Beste voorbeeld daarvan is 'Gold': het hele jaren tachtig sfeertje is bijna even fout als Van Looys snorretje, maar werkt tegelijk zo ontwapenend dat je er gewoon als een blok voor moet vallen. Hetzelfde geldt voor 'Fair Weather Friends', met zijn zwevende, maar tegelijk snedige melodie en tijdloos universele lyrics wat ons betreft het hoogtepunt van de plaat.

'The Game' is Das Pop zoals Das Pop altijd heeft willen klinken: elektropop met een discogeurtje en vooral genadeloos veel enthousiasme. Net als de hoes - met de ondertussen welbekende Black Juggler - is het niet altijd even esthetisch verantwoord, maar het blijft wel verdomd lang op je net- en trommelvlies gebrand.

http://www.daspop.com/
http://www.myspace.com/daspop

E-mailadres Afdrukken