Banner

Yen Harley

The Substance of Things

7.0
Quincy Cloet - 15 juni 2010


De glorietijden van de grunge, gekenmerkt door een commerciële opmars gevolgd door een tragische neergang, zijn al even verstreken. Op het einde van de jaren tachtig en de vroege jaren negentig leek Seattle een broeihaard te zijn van alles wat met grunge, alternative en noiserock kon geassocieerd worden. Supergroepen zoals Soundgarden, Pearl Jam, Alice in Chains en Nirvana ontwikkelden er de kiemen voor hun latere succes, maar ook Mudhoney, Green River en The Melvins hadden een aanzienlijke rol in het uitwaaien van de muziekbeweging.

Het centrum van de rockmuziek lag even aan de westkust van de Verenigde Staten en iedereen luisterde gretig naar albums zoals 'Nevermind', 'Ten', 'Badmotorfinger', 'Superunknown'. Het was de periode waarin MTV nog een rol van betekenis speelde: Soundgardens weemoedige 'Black Hole Sun' werd ieder uur van de dag op de beeldbuis getoond en wakkerde zo de belangstelling van de westerse muziekwereld aan.

Die snelle groei en opmars ging gepaard met grote commerciële excessen, maar het verhaal van de grunge was niettemin ook snel uitgezongen. Sommige groepen hebben de tand des tijds overleefd, anderen zijn gesplit (en hebben opnieuw een reünie achter de rug) of werden abrupt beëindigd en enkelingen hebben aan de wieg gestaan van nieuwe muzikale tendensen.

Niettemin blijft grunge nog steeds een symbool en stijlvoorbeeld waar artiesten graag naar teruggrijpen. 'The Substance of Things' van Yen Harley verschijnt vele jaren later dan het hoogtepunt van de beweging, maar lijkt in alle opzichten aansluiting te zoeken met het verleden. Weliswaar geeft de Nederlandse groep, bestaande uit Lukas Batteau, Berry Vink, Rolf Perdok en Josine van der Splinter, er een volledig eigen invulling aan.

Yen Harley beschikt een stevige portie gitaargeweld, hoewel er met voldoende nuances en melodische afwisselingen gewerkt wordt. De rijke mannenstem van Batteau beschikt over een paradoxale schoonheid: een zachte ruwheid in de ondertoon met een melancholische warmte die oplicht tijdens de refreinen. Opener 'Pearls' is op dat vlak de perfecte samenvatting van de groep: een leuke instrumentale intro om vervolgens over te schakelen op een stevige riff.

Batteau verweeft een interessant thema in de muziek ("money wants what money pays", "so throw away your pearls to the swines") die met zijn vertrouwde kenmerken nooit verveelt. De single 'Call It Love' is iets meer popgeoriënteerd en moet daardoor een beetje aan kwaliteit inboeten. De uitbouw blijft beperkt, ondanks het bijzonder aanstekelijke recitatief van Batteau klinkt.

Diep vanbinnen in de teksten, muziek en omkadering zit een religieuze ondertoon verscholen: hemelse scènes op de frontcover, de metaforische taal en de subtiele toespelingen verraden een protestantse achtergrond. Die al dan niet bewuste invloed wordt vermengd met donkere melancholie en een grauwe sfeerinvulling. 'Family Man' mag dan een optimistische inhoud bevatten, uit de grungedynamiek spreekt het tegendeel en krijgt het nummer een interessant contrast. Enkel het refrein is een kleine tegenvaller, door het gebrek aan grote verrassingen.

Qua opbouw zit het wel snor bij 'Why She Runs', 'Inhale' en 'The Seventh Day'. Krachtig gitaarwerk wordt samengebald met fijne melodische elementen. Batteau zijn stem is charmant maar vooral overtuigend. Tijdens 'Inhale' wordt daar een tweede stem aan toegevoegd, maar het is vooral de drijvende spanning van het nummer dat intrigeert. De tekst heeft opnieuw een religieuze inslag al komt mens en natuur ook aan bod. De protestantse rock van onze noorderburen getuigt van goede smaak... al mist 'Inhale' wel een explosie in het refrein. Een 'Black Hole Sun' is het dus niet, maar de poging is zeker verdienstelijk.

Batteau preekt als het ware tijdens 'The Seventh Day' met een uitstekende beheersing en intonatie van de tekstuele details. De opzet is minimaal door het zachte getokkel op de gitaar. Het timbre van het snaarinstrument klinkt fijn, de speelwijze is doorleefd en doorspekt met een gevoel van durf. 'Under Black Light' is eerder het tegendeel: een donker gewaad met een harde melodische invulling - en een fantastisch eindakkoord in het refrein. Batteau beschrijft de redeloze wereld, de collectieve weltschmertz en de vele "shades of grey". Zijn stem deint uit, benevelt de luisteraar en gaat op in het decibelrijke geheel.

Er is niettemin ook een keerzijde aan de medaille: 'Line Of Fire' is mager qua inhoud en melodie in vergelijking met de andere nummers. Afsluiter 'By Starlight' is niet slecht, maar de tekst verliest zich soms in metaforen. Daarbovenop is grunge anno 2010 niet meteen het meest revolutionaire genre. Wat Yen Harley doet op 'The Substance Of Things' is goed maar ook niet meer dan dat. Hopelijk vindt het volgende album het perfecte evenwicht tussen traditie en vernieuwing.

http://www.yenharley.com/
http://www.myspace.com/yenharley
E-mailadres Afdrukken
 
Yen Harley
Dying Giraffe Recordings / 2010.

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST