Banner

Kasabian

West Ryder Pauper Lunatic Asylum

8.0
Laurent Deprins - 21 juli 2009


Sony, 2009

Wanneer Sergio Pizzorno - zelfverklaard genie en muzikaal leider van Kasabian, een band die zacht uitgedrukt bulkt van het geloof in eigen kunnen - zijn nieuwe plaat probeert te slijten als een 'conceptplaat' en als 'de soundtrack' bij een onbestaande film, dan aarzelen we geen seconde om zo snel mogelijk 'alarmfase rood' af te kondigen. De vorige Kasabian-plaat werd twee jaar geleden ook al met veel bombarie aangekondigd, maar in vergelijking met het nu al legendarische debuut was 'Empire' jammer genoeg niet over de hele lijn een meevaller.

Met het succes van Kasabian is het sinds het ontstaan in 1999 (toen nog als Saracuse) nochtans alleen maar crescendo gegaan. Het titelloze debuut verscheen in 2004, op een ideaal moment. The Libertines - Engelands Hoop In Bange Dagen - lagen zo goed als op hun gat, 'nieuwlichters' Bloc Party, Kaiser Chiefs, Maxïmo Park en tutti quanti zouden pas in 2005 hun eersteling uitbrengen. Tussen het toeren door werd in 2007 vierklauwens 'Empire' opgenomen, voor de derde cd - de plaat waarop je wordt afgerekend, dixit Pizzorno - besloot de groep niet over één nacht ijs te gaan.

Terwijl de andere groepsleden - zanger Tom Meighan, bassist Chris Edwards en drummer Ian Matthews - genoten van een welverdiende rust, pende zanger-gitarist Pizzorno de nummers voor dat derde album bij elkaar. Sneller dan aanvankelijk was vooropgesteld, werd de rest van de band bij elkaar gefloten om de nieuwe songs in te blikken. Wat volgt mag gerust een historisch moment worden genoemd: de groep was niet helemaal zeker of het album wel goed genoeg was. Pizzorno zocht vervolgens Dan the Automator (zie ook Gorillaz) op, om er samen de overbodige laagjes af te krabben en een uitgepuurd album over te houden.

Daar zijn de twee in geslaagd. De plaat klinkt als volbloed Kasabian, wat wil zeggen dat de songs - meestal op stadionformaat - nog steeds grommen als vervaarlijke buldogs en doorspekt werden met een streep elektronica, knallende beats en anthemische refreinen. Het grote verschil is echter dat alles nu veel beter gedoseerd is, dat er opvallend veel rustpunten opduiken en dat de band zelfs bewijst ook met de nodige subtiliteit uit de hoek te komen.

'West Ryder Pauper Lunatic Asylum' is een plaat die je in één ruk moet uitzitten, (nogmaals) aldus Pizzorno. Voor één keer zijn we het niét eens met de man uit Leicester. Bij onze eerste luisterbeurten hadden we er zelfs moeite mee om de hele plaat van begin tot einde uit te zitten, en hopten we van hoogtepunt naar hoogtepunt. Pas na een half dozijn beluisteringen zagen we licht in de duisternis en lukte het ons de plaat inderdaad als geheel naar waarde te schatten.

Onder de noemer hoogtepunt viel van meet af aan 'Where Did All the Love Go', een nummer dat begint met een beat als een veel te strakke jeans, waarvan knopen en naden echter meteen openspringen in het aanstekelijke, meezingbare refrein. Andere nummers waar we al snel aan wenden, gewoon omdat ze het meest verwant zijn aan het oudere werk, zijn 'Fast Fuse' (voorzien van een rudimentaire, ruwe riff) en het stompende 'Vlad the Impaler'.

Bij elke nieuwe beluistering waren er echter meer songs die kwamen aansluiten bij deze kopgroep, songs die een veel subtielere groep laten horen dan we op basis van de eerste twee platen hadden verwacht. Zo staan er met 'Thick As Thieves' en 'West Ryder Silver Bullet' zelfs songs op met een vrij hoog kampvuurgehalte, zij het dan dat de eerste werd vermengd met een scheut psychedelica en de tweede klinkt alsof hij van de soundtrack van een gestoorde westernfilm werd geplukt.

Kasabian moffelde ook deze keer behoorlijk wat jaren '60-elementen in de songs, zonder dat die 'retro' aandoen. Die liefde voor de sixties uit zich niet alleen in de oosterse strijkers en in de psychedelische elementen, maar ook in de bij wijlen Beatlesque samenzang. Een Engelse recensent vergeleek deze plaat zelfs met 'Their Satanic Majesties Request' van The Rolling Stones en dat was deze keer bedoeld als een compliment.

Kasabian werd van bij het begin vergeleken met Oasis (meezinggehalte, attitude), The Stone Roses ('60s-referenties, zelfvertrouwen) en de Primal Scream ten tijde van 'Screamadelica' (afsluitende ballad 'Happiness' klinkt ook als Primal Scream dat de Rolling Stones imiteert). Die drie bands (en hun respectieve voorbeelden) gelden nog steeds als de referenties, maar Kasabian bewijst met 'West Ryder Pauper Lunatic Asylum' over voldoende songschrijftalent te beschikken om te kunnen spreken over een band met een eigen identiteit, een eigen smoel en een eigen sound.

www.kasabian.co.uk
www.myspace.com/kasabian

E-mailadres Afdrukken