Banner

Happy Mondays

Uncle Dysfunktional

7.0
Marc Goossens - 22 juli 2007




"The boys are back in town!" Met deze strijdkreet en een (bedenkelijke) cover van de gelijknamige Thin Lizzy-hit luidden Happy Mondays in 1999 al een eerste comeback in. Frontman Shaun Ryder en freaky dancer Bez zaten na een bezoekje van Mr. Taxman in acute geldnood, en zetten dan maar nillens willens een als reünietournee vermomde geldinzameling op het getouw. Drie jaar geleden floot Ryder de band bij elkaar voor een tweede terugkeer en voor het eerst sinds het wisselvallige '…Yes Please!' ligt er met 'Uncle Dysfunktional' een plaat met nieuw materiaal in de winkel.

Aan het eind van de jaren '80, begin '90 waren er weinig groepen die zoveel inkt lieten vloeien als Manchesters Maddest. Niet alleen was de groep samen met o.a. The Stone Roses één van de speerpunten van de zogeheten rave scene, die indie pop en rock koppelde aan dance ritmes, ook hun liederlijke levenswandel leverde voldoende stof op om de tabloids te vullen.
Voor het ontstaan van Happy Mondays moeten we echter een stuk terug in de tijd, naar het begin van de jaren '80, wanneer de broers Shaun en Paul Ryder opgroeien in Little Hulton (Salford). Fraaie vooruitzichten hebben de twee niet in dit grimmige, door de economische recessie allerminst gespaard plaatsje en al gauw verzeilen ze in de kleine criminaliteit: (kruimel)diefstallen, vandalisme, druggebruik… - you name it, en het staat op het strafblad van de jonge Ryders. Wanneer Shaun en Paul samen met hun vrienden Gaz Whelan, Mark Day en Paul Davis en (later) Bez in '84 een band opstarten (met deels bij elkaar gejatte apparatuur) doen ze dat niet om artistieke redenen, maar vooral om te ontsnappen aan hun uitzichtloos bestaan.

In 1985 worden ze ontdekt tijdens een talentenwedstrijd. Ondanks hun laatste plaats mogen ze op Factory Records (het label van o.a. Joy Division, New Order en A Certain Ratio) een ep uitbrengen. De eerste langspeler, 'Squirrel and G-Man Twenty Four Hour Party People Plastic Face Carnt Smile (White Out)', verschijnt in 1987 en wordt geproduced door John Cale. Aangestoken door de house hausse in discotheek The Hacienda, klinkt de indierock van de groep vanaf de tweede (door Martin Hannett opgenomen) plaat 'Bummed' ('88) veel dansbaarder.
Wanneer lui als Vince Clarke, Paul Oakenfold, Andy Weatherall en Steve Lillywhite nummers als 'Wrote For Luck', 'Hallelujah' en 'Rave On' remixen breekt de groep door. Hét hoogtepunt vormt 'Pills 'n' Thrills 'n' Bellyaches' ('90), een album met hits als 'Loose Fit, 'Step On' en 'Kinky Afro' én een nieuw groepslid: zangeres Rowetta. Het succes is voor een groot deel te danken aan producers Oakenfold en Steve Osborn, die de brokken muziek die de groep inspeelt bij elkaar puzzelen en aaneen lijmen tot afgelijnde songs.
De opnames van '…Yes Please!' ('92) op Barbados worden echter een traumatische ervaring voor producers Chris Frantz en Tina Weymouth (Talking Heads, Tom Tom Club): niet alleen zijn de creatieve bronnen opgedroogd, zoals het rechtgeaarde junks betaamt wantrouwen de groepsleden elkaar en wordt de plaat een artistieke en een commerciële tegenvaller.

Anno 2007 blijven alleen Shaun Ryder, Whelan en Bez deel uit van Happy Mondays, want Paul Ryder, Rowetta, Day en Davis willen niks meer te maken hebben met de band ("You don't step in dog shit twice with sandals on, do you?"). Hun plaatsen worden ingenomen door gitarist Kav Shandu, die de rest van zijn groep Sonic Audio meebracht. Met deze muzikanten namen de Mondays de single 'Playground Superstar' op voor de soundtrack van 'Goal!', traden ze al op in eigen land en in de Verenigde Staten en doken ze de studio in voor 'Uncle Dysfunktional'.

Een nieuw publiek zal de groep met deze cd niet aanboren. Wie destijds niet hield van Happy Mondays of (later) van Black Grape of Amateur Night in the Big Top, de andere Ryder-projecten waarmee deze cd evenveel raakpunten heeft, zal ook aan deze plaat niks hebben. Het geluid werd dan wel geüpdatet, centraal staan nog steeds de lome beats, de scheurende gitaren, de repetitieve toetsenpartijen en de (no) nonsense, schijnbaar ter plekke verzonnen lyrics van Ryder. Dit levert enkele leuke en sterke nummers op zoals opener 'Jellybean', 'Deviants', 'Cuntry disco', 'In the Blood' en 'Uncle Dysfunktional' op, maar ook (en net iets te veel om van een heel sterke comeback te gewagen) mindere momenten. Maar al bij al zijn we vooral heel erg blij met deze nieuwe reünie en zijn we bereid het één en ander te bedekken met de mantel der liefde. Vandaar dan ook: nevermind the crap, it's the Mondays!

E-mailadres Afdrukken