Banner

Greg Haines

Slumber Tides

9.0
Didier Vanoverbeke - 11 februari 2007


Sommigen onder ons hebben meteen een stapje voor op de concurrentie, of dit nu terecht is of niet. In de muziekwereld (en in haar meest obscure uithoekjes) geldt hetzelfde principe. Bepaalde losse feitjes over een artiest palmen al snel de verbeelding van het lezerspubliek in.
Over Greg Haines valt er op het eerste gezicht weinig bijzonders te melden. Hij woont en werkt in de buurt van het Engelse Surrey en maakt zowel ambient als sfeervolle, instrumentale popmuziek. Wat Greg Haines echter meeheeft, is zijn leeftijd. Net als bij Zack Condon en zijn Beirut hebben we hier te maken met een talentvolle jongeling van slechts achttien, en dan verdien je nu eenmaal wat meer aandacht dan de anderen, al was het maar voor even.

Haines' eerste release bevindt zich weldegelijk onder de noemer 'ambient,' aangezien de elektronische popexperimenten onder een andere naam opgenomen worden. We vinden hier dus vijf tracks terug die vaak een evenwicht lijken te zoeken tussen minimalisme en dramatische bombast. Wie wat vertrouwd is met het Noorse Deaf Center, zal hier vast wel wat bekende elementen terugvinden (deze plaat komt overigens uit op Erik Skodvins Miasmah-label), al is er bij 'Slumber Tides' nooit echt gewerkt met dynamiek en een breder instrumentarium, hetgeen we bij Deaf Center soms terugvinden.

De cello speelt op dit album vaak een centrale rol. Zo ook bij openingstrack 'Snow Airport,' waar één cellosample een constant gegeven is. Deze sample wordt meerdere keren omgedraaid en op zichzelf losgelaten, tot je een vrij vol klankenpalet krijgt, ondersteund door een ingetogen gitaar (die dan nog eens achteraan in de mix is terechtgekomen) en sporadische synthesizers. Met een minimum aan middelen weet Haines hier een prachtige compositie neer te zetten.

Daarna stapelen de langere composities zich op. We beginnen met 'Submergence,' waarbij de synthesizers het toneel bezetten. De stem van Kristin Giaver duikt hier ook voor het eerst op (zij werkte eerder al samen met Erik Skodvin). Na de inleidende zangpartij wordt de basis voor een kabbelende maar gespannen melodie gelegd door de strijkers, waarop de synthesizers dan gewillig inpikken. Ondertussen worden de violen verbannen naar een folterkamer, waar ze door centimetersdikke ruis heen hun pijnscheuten hoorbaar maken (de omgekantelde vioolsamples doen ook hier hun intrede). Nadat de storm geweken is, duikt Giaver opnieuw op. Gecombineerd met de onvaste synthesizers zorgt dit voor een spookachtig slot.

'Tired Diary (Revised)' opent dan weer met een golf van chaotische klokkenspellen en metalofonen, gevolgd door een basis die Haines met zijn cello neerlegt (met twee noten nog wel). De formule die hier toegepast wordt is niet nieuw, maar sterk uitgevoerd, met vele lagen strijkers en indrukwekkende stiltes. Na een vijftal minuten wordt de focus verlegd naar de synthesizers. In zekere zin betekent dit ook de bevrijding van de strijkers, en er wordt dan ook vol gusto geïmproviseerd boven dit onbeweeglijke fundament. De fonkelende klanken van klokkenspellen keren ook even terug. Dit alles vormt een vrij intrigerende compositie, en het eindigt in zekere zin al even verward als het begon.

'Arups Gate' valt meteen op doordat Haines lange tijd de hoofdrol aan de metalofoon toeschrijft. Dit is op zijn minst opmerkelijk te noemen, al verdrinken deze slaginstrumenten na een vijftal minuten in een elektronische draaikolk. Het maakt deze compositie er des te interessanter op. Ook valt hier op hoe vol het nummer klinkt. Waar we eerder vooral konden letten op de opzettelijke leegte, is hier amper ademruimte te bespeuren.

De ingetogen afsluiter 'Caesura' had net zo goed op 'The Tired Sounds of Stars of the Lid' kunnen staan, en geeft, ondanks de lichte variatie, nooit de indruk echt uit zijn eigen capsule te willen breken. De song vat in zekere zin de essentie van deze plaat samen: de composities zijn zeker en vast berekend, maar er is heel wat plaats voor improvisatie en innovatie. Het is niet alleen een plaat die men volgens de clichébeelden niet van een Britse knaap van 18 zou verwachten, maar het is net zo goed een meesterwerk.

E-mailadres Afdrukken
 
Greg Haines
Miasmah / 2006

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST